Dieren als gezelschap

In Nederland leven naar schatting ruim 27 miljoen huisdieren. Bijna de helft van de Nederlandse huishoudens heeft één of meer huisdieren.


Nederland telt zo'n 4 miljoen katten, waarvan ruim 3 miljoen huiskatten, een half miljoen zwerfkatten en 135.000 tot 1.2 miljoen verwilderde katten in het buitengebied.

Nederland telt zo'n 2 miljoen honden in 1,5 miljoen huishoudens. Er zijn relatief weinig zwerfhonden. Dat is waarschijnlijk vanwege de registratie- en chipplicht van honden. 


De mens houdt al heel lang honden als gezelschapsdier, maar de hond werd ook gebruikt voor de jacht en als waakhond. Archeologische vondsten uit de Bronstijd en de Romeinse tijd bewijzen dat er toen al verschillende hondenrassen bestonden. Vermoed wordt dat deze honden, behalve als gezelschapsdieren, ook voor de consumptie dienden.
Het houden van dieren voor gezelschap nam na 1600 toe. Het ging daarbij met name om honden en vogels. Na 1600 komen er ook steeds meer exotische dieren in de huizen en buitenplaatsen van Nederland zoals papegaaien uit Azië en Amerika, kanaries, en goudvissen uit China. In 1800 verscheen voor het eerst een apart handboek over honden: Natuur- en huishoudkundige historie der honden. Voor katten bestond zo'n handboek nog niet. Er zijn geen bewijzen dat veel Nederlanders voor 1850 katten werkelijk als gezelschapsdier hadden. Katten waren vooral waardevolle muizenvangers.



Beelden met katten

Beelden met honden