Het Dierenmuseum - Het virtuele museum over het dier in de kunst en cultuur

Geschiedenis van dieren in de schilderkunst

Al in de prehistorie werden er door mensen afbeeldingen in grotten gemaakt. Op rotswandsafbeeldingen werden vaak jachttaferelen werden afgebeeld. Je zou kunnen zeggen dat hier de oorsprong van de schilderkunst ligt. Daarna zien we schilderkunst terug in de Egyptische, Griekse en Romeinse oudheid. In de Middeleeuwen zien we schilderkunst in kerken en ter illustratie en versiering van middeleeuwse handschriften en andere documenten (boekverluchtingen). Van deze kunst is veelal niet bekend wie het heeft gemaakt. Het was namelijk niet gangbaar om als kunstenaar je werk te signeren. Aan het einde van de Middeleeuwen veranderde dat. Het waren overigens vooral mannen die hun werk signeerden, want er waren maar weinig vrouwelijke schilders (en beeldhouwers).

In de periode van de vroege Renaissance tot het begin van de Barok kwam de schilderkunst meer buiten de kerkelijke sfeer. Schilders maakten niet alleen maar schilderijen met religieuze thema's, maar ook gewone dagelijkse taferelen. Schilderijen werden meer levensecht en schilders verwerkten in religieuze schilderijen meer elementen uit het dagelijks leven. Eén van de oudst bekende Nederlandse schilders is Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) en in de 16e eeuw leefde Pieter Bruegel de Oude (1525/1530 - 1569). In de 17e eeuw, de Gouden Eeuw, bloeide de schilderkunst in Nederland. Schilderijen en schilders uit deze eeuw worden vaak de 'Hollandse meesters genoemd'.  Bekende Hollandse meesters zijn Frans Hals (1582/83-1666) die zich toelegde op het schilderen van portretten, Rembrandt van Rijn (1606-1669), de landschapsschilder Albert Cuyp (1620-1691), Jan Steen (1626-1679), Jacob van Ruisdael (1628/29-1682) en Johannes Vermeer (1632-1675). Uit de tijd van de Barok dateren Peter Paul Rubens (1577-1640), Antoon van Dyck (1599-1641), Pieter de Hooch (1629-1684) en Rachel Ruysch (1664-1750). Al deze schilders maakten schilderijen waarop wel eens een dier voortkwam, maar ze waren hierin niet gespecialiseerd.

Het boek 'Dictionaire van dierenschilders' beschrijft meer dan 100 Belgische en Hollandse kunstenaars geboren tussen 1750 en 1880 die in het schilderen van dieren gespecialiseerd waren. Dierenschilders worden ook animalier genoemd: een kunstenaar die zich specialiseert in de weergave van dieren. De term heeft betrekking op zowel beeldhouwers als schilders. De term animalier ontstond aan het begin van de negentiende eeuw in Parijs toen schilders en beeldhouwers zich gingen specialiseren in de weergave van dieren. Kranten gebruikten de term voor het eerst in 1831, nadat drie beeldhouwers - Antoine-Louis Barye (1796-1875), Christophe Fratin (1801-1864) en Alexandre Guionnet - diersculpturen hadden tentoongesteld op de kunsttentoonstelling van de Salon de Paris. De jury van de Salon vond destijds de weergave van dieren als onderwerp niet passend voor een tentoonstelling op de Salon. Daarom werden voor 1850 veel dierbeeldhouwwerken afgewezen. Door de groeiende interesse voor de anatomie en de aanwezigheid van van exotische dieren in de Jardin des Plantes te Parijs veranderde de houding jegens animaliers echter in een specialisme waar veel beeldhouwers trots op waren. Ze kregen uiteindelijk zelfs aparte zalen in de Salons.

Hieronder vind je schilderijen van een aantal bekende Europese dierenschilders vanaf de 16e eeuw.

16e eeuw

Frans Snyders (1579-1657), Brabant

Paul de Vos (1591-1678), Vlaams

Roelandt Savery (1576-1639), Engeland


17e eeuw

Jan Fyt (1611-1661)

Philips Wouwerman (1619-1668)

Albert Cuyp (1620-1691)

Paulus Potter (1625-1654)

Melchior d'Hondecoeter (1636-1695)

Alexandere-Francois Desporters (1661-1743), Frankrijk

18e eeuw

Aart Schouman (1710-1792)

George Stubbs (1724-1806), Engeland

Gottfried Mind (1768-1814)

Pieter Gerardus van Os (1776-1839)

James Pollard (1792-1867), Engeland

Eugéne Joseph Verboeckhoven (1798-1881), Vlaams

19e eeuw

SIr Edwin Henry Landsheer (1802-1873)
Engeland

Briton Rivière (1840-1920)
Engeland

Otto Eerelman (1839 - 1926), Nederland


Vrouwelijke animaliers waren er niet veel, maar de Nederlandse Henriëtte Ronner Knip (1821-1909) en de Franse Rosa Bonheur (1822 -1899) kregen veel naamsbekendheid met hun schilderkunst en Rosa Bonheur ook met haar beeldhouwkunst.De Nederlandse Gra Rueb (1885-1972) was ook beeldhouwster. Bij haar lag echter niet de nadruk op het weergeven van dieren.

Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909)
Nederland

Rosa Bonheur (1822-1899),
Frankrijk


Van de dierenschilderijen die er in Nederland zijn gemaakt, zijn er drie zeer beroemd geworden. Deze zijn echter niet door echte animaliers gemaakt. Het gaat om de volgende kunstwerken:

Paulus Potter - De stier (1647)
Te zien in het Maurithuis in Den Haag.

Jan Asselijn - De bedreigde zwaan (1650)
Te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Carel Fabritius - Het Puttertje (1654)
Te zien in het Mauritshuis in Den Haag.

Dit schilderij is waarschijnlijk in opdracht van een veehandelaar gemaakt die hiermee de kwaliteit van het Nederlandse fokvee wilde tonen. De stier is echter niet helemaal realistisch. Hij is samengesteld uit stieren van verschillende leeftijden. De horens passen bij een stier van twee jaar oud, het gebit past bij een vier jaar oude stier, de schouderpartij is van een  volwassen stier en de billen horen bij een jong rund.


Dit schilderij toont een knobbelzwaan die haar nest verdedigt tegen een hond die komt aanzwemmen (linksonder). Ongeveer 100 jaar na het overlijden van Asselijn werd het schilderij politiek geduid door er teksten aan te voegen. Onder de witte zwaan staat 'De raad pensionaris' hetgeen waarschijnlijk verwijst naar de in 1672 vermoorde Johan de Witt, die Holland verdedigde tegen zijn vijanden (o.a. Engeland) en waarvan het familiewapen een witte zwaan heeft. Boven de zwemmende hond staat 'De viand van de staat' (symbool voor Engeland)  en op één van de eieren staat 'Holland'.Het puttertje, ook wel distelvink genoemd, werd vroeger veel gehouden als huisdier. Het schilderij toont hoe het vogeltje vastgeketend aan een voerbak aan de muur werd gehouden. Vliegen kon het niet.


Om te kunnen drinken werd de vogel een trucje geleerd. Het moest met een vingerhoed of miniatuuremmertje aan een draad of kettinkje water putten. Vandaar dat de distelvink de naam 'puttertje' kreeg.
Op een stilleven van Abraham Mignon (1640-1679) zijn naast vruchten ook een puttertje met emmertje te zien.




De schilder- en beeldhouwkunst hebben zich in de loop der jaren langs diverse  kunststromingen ontwikkeld. Klik hier voor meer informatie.

Bronnen

Boeken

  • Curley, M.J., Physiologus. A Medieval Book of Nature Lore, 2009
  • Eskens, E., Een beestachtige geschiedenis van de filosofie, 2015
  • Hostyn, Norbert en Willem Rappard, Dictionaire van dierenschilders, Belgische en Hollandse kunstenaars geboren tussen 1750 en 1880, 1998
  • Koopmans, Ype, Muurvast & gebeiteld. Beeldhouwkunst in de bouw 1840-1940, 1994\
  • Museum Beelden aan Zee, Van Barye tot Bugatti - Les Animaliers, 2011
  • Museum van Gerwen-Lemmens, Uit Noachs Ark, 2000

Websites

Terug naar boven