Het Dierenmuseum - Het virtuele museum over het dier in de kunst en cultuur

Dierenkunst als kritiek

Kunst wordt ook ingezet om kritiek te uiten op de werkelijkheid. De kunstenaar uit met zijn kunstwerk zijn ontevredenheid of negatieve oordeel over een bepaalde situatie. Met het kunstwerk nodigt hij of zij het publiek uit om ook zelf na te denken over een bepaalde situatie. Kunst als kritiek hangt nauw samen met de ontwikkeling van het denken over maatschappelijke situaties of problemen, zoals over discriminatie/racisme, slavernij, seksisme/vrouwenrechten, armoede, homoseksualiteit, oorlog, de macht van politici of grote bedrijven, de commercie, het toenemende individualisme, milieu en natuur, social media én over onze omgang met dieren.

Bij dierenkunst als kritiek wordt kritiek geuit op thema's als het houden van dieren voor bepaalde doeleinden (bijv. voedsel, gezelschap, onderzoek, sport), het welzijn en de integriteit van dieren, het doden van dieren en over het uitsterven van wilde dieren. De kunstwerken roepen veelal ongemakkelijke gevoelens op waar we niet altijd goed raad mee weten.
Vragen die bij de kijker kunnen opkomen zijn:  

  • Vind ik dat we respectvol met dieren omgaan? 
  • Vind ik het ok dat we dieren houden voor gezelschap, voedsel, onderzoek en andere doeleinden? 
  • Vind ik dat dieren op een goede manier worden gehouden houden? Hebben de dieren een goed leven, een goed welzijn?
  • Kunnen wilde dieren nog wel voortbestaan en leven in welzijn? 

De kunstenaars bevinden zich hiermee op het terrein van de dierethiek. In de dierethiek staat de vraag centraal wat een goede omgang met dieren is. Mogen we alles met dieren doen zolang we rekening houden met hun welzijn? Of zijn er grenzen aan wat we met dieren mogen doen, omdat niet al ons handelen getuigt van respect voor dieren: voor hun eigenheid, voor hun welzijn en voor de waarde van hun leven? En moeten we alle dieren gelijkwaardig behandelen?

Mensen denken verschillend over dieren
Mensen denken verschillend over dieren en verschillend over hoe we met dieren behoren om te gaan. De een vindt dieren leuk, lief, gezellig, mooi, de ander vindt dieren eng, lelijk of vies en weer een ander vindt dieren nuttig en lekker.
Vaak wordt gesproken over dieren in de termen DIER of DING: voor de een is een dier een dier, de ander ziet en behandelt een dier als een ding. De een vindt dat we rekening moeten houden met de belangen van een dier, de ander niet. Voor sommige dieren zijn we een vriend, voor andere dieren een vijand.


Het ene dier is het andere niet
Ambivalentie is een thema in onze relatie tot dieren dat vaak terugkomt in het denken van over dieren en in de kunst van kritische kunstenaars. Het schilderij van de Poolse illustrator Paul Kuczynski hieronder illustreert het ambivalente denken over dieren goed.

Het schilderij toont dat we niet consequent zijn in onze omgang met dieren. De poes, voorzien van een slabbetje, krijgt een aai. De andere dieren worden gedood met het mes voor voedsel. Van het ene dier houden we (kat, hond), het andere dier eten we op (varken, kip, koe) en sommigen bestrijden we (muis, rat, insecten). Maar ook eenzelfde diersoort behandelen we vaak verschillend; de muis is bijvoorbeeld huisdier, proefdier en plaagdier. Meer over het thema dierenliefde & ambivalentie vind je hier.

Op de pagina Tellen dieren mee? vind je meer informatie over hoe mensen over dieren kunnen denken en welke morele positie ze dieren toekennen. Hoe je tegen dieren aankijkt is afhankelijk van diverse factoren:

  • je persoonlijke kenmerken: persoonlijke interesses, kennis over dieren, empathisch vermogen, gevoeligheid voor sociale druk
  • je achtergrond: cultuur, opvoeding, religie
  • je fysieke en sociale leefomgeving: stad of dorp, de meningen van vrienden, familie, buren en kennissen 
  • demografische kenmerken: leeftijd, sexe, opleiding, inkomen, beroep

Daarnaast spelen er diverse maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op je denken.

De afgelopen is er een aantal publieksonderzoeken uitgevoerd over hoe mensen denken over dieren. Enkele daarvan vind je hier.

Toenemende zorg over hoe we met dieren omgaan
Steeds meer mensen maken zich zorgen over hoe we met dieren omgaan. Discussies over hoe we met dieren behoren om te gaan vinden al lang plaats. Al in de oudheid werd over de positie van het dier nagedacht en waren er filosofen die zeiden dat onze omgang met dieren beter moest zoals Pythagoras (ca. 582/70 - 496 v. Christus en misschien wel de eerste dierenbeschermer) en Plutarchus (46-126). Enkele visies van filosofen en ethici vind je hier.

De discussie over onze omgang met dieren blijft vooral actueel, omdat:

  • we inmiddels veel meer over dieren weten: over hun behoeften, gedrag, intelligentie en gevoelsleven
  • de verschillen in omgang met dieren steeds zichtbaarder zijn geworden: in Nederland, maar ook tussen verschillende landen
  • het aantal diersoorten op de wereld afneemt, met name door toedoen van de mens
  • de wereldbevolking stijgt van 7 miljard nu naar 9 miljard in 2050, hetgeen impact zal hebben op onze omgang met gedomesticeerde dieren en op dieren die in het wild leven
  • we in de Westerse wereld zelf meer in welzijn leven

Twee belangrijke boeken die indruk hebben gemaakt
Twee boeken hebben in de 20e eeuw geleid tot meer aandacht voor het leed en de noodzaak tot bescherming van dieren:

1. 'Animal Machines: The New Factory Farming Industry' van Ruth Harrison (1964)


In 1964 verscheen het eerste boek waarin kritiek werd geuit op de alsmaar verdergaande intensivering van de veehouderij na de Tweede Wereldoorlog. Dit was het boek 'Animal Machines: The New Factory Farming Industry' van de Britse schrijfster Ruth Harrison (1920-2000). In 1965 werd het in Nederland uitgebracht onder de titel 'Beestenmachines - Dieren aan de lopende band'.
Met dit boek maakte Ruth Harrison transparant wat er als gevolg van de intensivering van de veehouderij gebeurde met dieren in Engeland en in de rest van de wereld. De productieverhoging leidde tot 'industrialisatie' van het dier, welzijnsaantasting van dieren, gevaar voor de consument (door het toedienen van chemische en organische stoffen in diervoerders) en zij sprak van mensonwaardige praktijken.

Het Britse publiek was geschokt en dit leidde er o.a. toe dat de Britse regering in 1965 de zogenoemde Brambell Commissie in het leven riep die ging onderzoeken hoe dieren in de intensieve veehouderij werden gehouden en die zou nagaan of er eisen zouden moeten worden gesteld aan het welzijn van de dieren.

De Brambell-commissie legde de basis voor het hanteerbaar maken van dierenwelzijn in de vorm van de zogenaamde vijf vrijheden. Deze hadden in eerste instantie betrekking op het kunnen staan, liggen, omdraaien, verzorgen van de huid (likken, krabben) en het strekken van de ledematen (lees hier het rapport). De Britse Raad voor Dierenwelzijn (Farm Animal Welfare Council, FAWC) heeft de vrijheden later uitgewerkt tot de volgende lijst van 'vijf vrijheden voor dieren'.

1. vrijheid van dorst, honger en ondervoeding

2.vrijheid van fysiek en thermaal ongerief

3. vrijheid van pijn, verwondingen en ziekte

4. vrijheid om natuurlijke gedrag te vertonen

5. vrijheid van angst en chronische stress

2. 'Animal Liberation. A New Ethics for out Treatment of Animals' (1975) van Peter Singer


In 1975 verschijnt een boek van de Australische ethicus en filosoof Peter Singer 'Animal Liberation'. Het boek  werd vertaald in 20 landen en is al ruim 30 jaar in druk. In 1977 werd het boek in het Nederlands uitgegeven onder de titel 'Pro Mens, Pro Dier' in 1977 en in 1994 onder de titel 'Dierenbevrijding'.
In zijn boek roept Singer op tot bevrijding van de dieren van de wijze waarop wij dieren behandelen en verhandelen, gebruiken en verbruiken. Hij betoogt dat dieren bewustzijn hebben en pijn voelen. Pijn is iets wat zoveel mogelijk vermeden moet worden. Daarom is er geen reden om dieren anders te behandelen dan mensen en uit te sluiten van wat hij de ‘morele gemeenschap’ noemt. Wie dat wel doet maakt zich schuldig aan ‘speciecisme’, de overtuiging dat bepaalde diersoorten inferieur zijn aan andere. Volgens Singer is het inconsequent om tegen seksisme of racisme te zijn, maar niet tegen speciecisme te zijn. Volgens zijn filosofie is het niet legitiem om o.a. dieren te houden voor voedsel.
Het boek inspireerde veel mensen en leidde mede tot de oprichting van diverse dierenorganisaties.

Op dit moment zijn er nog steeds veel zorgen over het welzijn van dieren en terecht blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. En er wordt ook steeds meer bekend over dieren; over hun gedrag en innerlijke belevingswereld. Zo heeft de Amerikaans-Nederlandse bioloog Frans de Waal diverse boeken geschreven waaruit blijkt dat dieren beschikken over gevoelens, emoties, zelfbewustzijn, empathie, moraliteit, intelligentie en het vermogen tot communiceren.

Bronnen

  • Verduyn, M., Het dier is DING geworden. Het dier is MENS geworden, 2012
  • Visser, N.B.H. en F.J. Grommers, Dier of ding. Objectivering van dieren, 1988
  • Vogelaar, J.F., Kunst als kritiek, 1972