Het Dierenmuseum - Het virtuele museum over het dier in de kunst en cultuur

Extra route 2: Utrechtse Dierenroute

66. Gevelsteen De Olyphant
Oudegracht 299

De gevelsteen herinnert aan de huisnaam van dit pand en is bekend uit 1731 toen het werd gekocht door de koopman Jan de Heger. Een uithangteken met een olifant was vroeger geliefd bij koekjesbakkers. De olifant stond symbool voor de verre landen waar de specerijen vandaan kwamen.

Verderop zie je net voor de trap rechts een console met een paard zonder been dat verwijst naar de legende van Sint Eloy.

 

 

 

 

 


67. Console Sint Eloy (1959)
Kees Groeneveld (1897 - 1986)

Het tafereel op deze console verwijst naar de legende van de christelijke heilige Eligius van Noyon. Hij werkte eens bij een smid die zichzelf zo goed vond dat hij boven de ingang van zijn smederij een bord met de volgende tekst had laten plaatsen: ‘Meester boven de meesters’. Toen op zekere dag iemand zijn onwillige paard wilde laten beslaan, wist de smid hier geen raad mee. Eligius echter wel. Hij nam het been van het paard, voorzag het van een hoefijzer en bevestigde het been weer aan de romp van het paard zonder dat er een wond was te zien.
De smid was jaloers op Eligius en ontsloeg hem. Toen er weer een onwillig paard bij hem gebracht probeerde hij de handeling van Eligius na te doen, maar het paard begon hevig te bloeden toen hij het been afsneed. Ten einde raad riep de smid Eligius te hulp. Hij zei het been te kunnen genezen op voorwaarde dat de smid zijn bord ‘Meester boven de Meesters’ weghaalde. En zo geschiedde. Sint Eligius werd door deze legende de patroonheilige van o.a. de hoefsmeden.

Loop voorbij de trap en kijk naar boven voor het witte Stadskasteel Leeuwenberg op Oudegracht 307. Bovenaan het pand zie je vier metalen leeuwen op de kantelen van het pand.

68. Stadskasteel Leeuwenberg (1985)
Oudegracht 307

De metalen leeuwen uit 1985 verwijzen naar de natuurstenen leeuwen die de bewoner Gijsbert van Leeuwen rond 1500 tegen de gevel liet aanbrengen.

Loop verder langs de werf voor de laatste twee consoles in dit vierde werfdeel: Noach met duif en Sint Gertruy met muizen (in de hoek van de Geertebrug bij de trap).

 

 

 

 



69. Console Noach met duif (1967)
J. Wouters/Jeanot Bürgi (1939 - 2011)

Het huis aan de Oudegracht 317 heette ooit ‘De drie regenbogen’. Het tafereel op de console verwijst naar de regenboog die God aan de hemel toonde toen hij Noach beloofde dat hij de aarde nooit meer zou laten overstromen. Te zien zijn Noach met een duif die hij liet uitvliegen na de alles op aarde vernietigende watervloed.
Toen het water op aarde begon te zakken, liet Noach vanuit de ark een duif los om te kunnen beoordelen hoe ver het water was gezakt. De duif keerde terug, omdat de hele aarde nog met water bedekt was. Zeven dagen later liet hij de duif opnieuw uitvliegen. Die keerde ’s avonds terug met een olijfblad. Zo wist Noach dat het water aan het zakken was. Nog eens zeven dagen later liet hij de duif voor een derde maal los en ditmaal keerde deze niet terug. Wat later kreeg Noach van God het signaal dat hij de ark kon verlaten.

Ga aan het eind van de werf de trap op. Links van de trap zie je de console van Sint Geertruy met vier muizen op haar staf.



 

 

 

 

70. Console Sint Geertruy met muizen (1959)
Kees Groeneveld (1897 -1986)

Deze console verwijst naar de middeleeuwse heilige Gertrudis van Nijvel (626-659). De muizen op haar staf verwijzen naar de zielen van overledenen die eerst bij haar langsgaan. (Dit is gebaseerd op een legende over de ziel van een ridder die verliefd op haar was en die zij redde van de duivel door een heildronk uit te brengen. De heildronk werd een gewoonte om vertrekkende reizigers en pelgrims een goede reis en behouden terugkeer te wensen. Deze heildronk ging men vervolgens ook op de doden toepassen voor hun reis naar het eeuwig leven.) Men geloofde dat de ziel van de dode na het verlaten van het lichaam de eerste nacht bij Sint Geertrudis bleef, de tweede nacht bij de engelen en in de derde nacht naar de laatste rustplaats ging.
Gertrudis werd hiermee o.a. de
beschermheilige van ziekenhuizen, maar ook aangeroepen tegen muizen- en rattenplagen. De nabijgelegen Geertekerk (nr. 62) is aan Gertrudis gewijd en de Geertebrug is ook naar haar vernoemd.

Bovenaan de trap ben je aangekomen bij Oudegracht 319. Dit was het laatste deel van de route langs de werf. Als je boven bent, is aan de overzijde van de gracht, op het hoekpand  Oudegracht 340, een gevelsteen te zien met een eenhoorn. De in het hoekpand gevestigde Morren Galleries heeft vaak kunst met dieren.

Aan deze zijde van de werf bevind zich in de hoek ook een console met een eenhoorn.



 

 

 

 

 



71. Gevelsteen Dit is inden eenhoorn
Oudegracht 340

De gevelsteen verwijst naar de huisnaam in 1642. De eenhoorn is een fabeldier dat voorkomt in legendes en verhalen van verschillende culturen. In middeleeuwse bestiaria wordt het dier omschreven als woest, gevaarlijk, onbaatzuchtig, goed, trots en heldhaftig met geneeskrachtige gaven. Een eenhoorn zou alleen kunnen worden gevangen en getemd als hij zijn hoofd in de schoot van een maagd zou leggen.
De hoorn van een eenhoorn werd een geneeskrachtige werking toegekend. Daarom werd de eenhoorn vaak gebruikt op uithangsborden van apothekers en drogisterijen, maar ook van brouwerijen en herbergen. In dit pand zat vroeger een bierbrouwerij. De eenhoorn is mogelijk gebruikt als symbool van zuiverheid.

Loop terug de gracht over en ga linksaf bovenlangs de Oudegracht. Net voor de volgende brug, de Vollersbrug, zie je op Oudegracht 363 tegen de gevel een gevelsteen met een pauw.

72. Gevelsteen met pauw (1992)
Koos Boomstra en Tsjerk Holtrop, Oudegracht 363

De huisnaam ‘De pauw’ is vanaf 1615 bekend. Vanuit de Griekse mythologie wordt de pauw verbonden aan trots. Vanuit het christendom was de pauw een symbool van spirituele opstanding en wederopstanding, vanwege het verliezen en weer verkrijgen van nieuwe veren. De pauwenogen op zijn staartveren werden wel gezien als zinnebeeld van de alwetendheid van God.

Loop verder langs de Oudegracht. Voor Oudegracht 401 staat een standbeeld van Sint Martinus te paard.

73. Sint Martinus te paard (1948)
Albert Termote (1887 – 1978), Oudegracht 401

Dit is het enige ruiterstandbeeld van Sint Maarten (zie kader over Sint Maarten onder punt 10). Sint Maarten is hier als Romeins militair afgebeeld, terwijl zijn paard met een been de kop van een slang vertrapt. De slang staat hier symbool voor het kwaad van het nazisme van de Tweede Wereldoorlog. Het beeld is na de oorlog geplaatst voor de voormalige Sint Martinuskerk.

Loop verder langs de Oudegracht en ga de eerste straat rechts, de Diaconessenstraat in. Op Diaconessenstraat 1 is het voormalig Christelijk Gymnasium Utrecht, nu Luzac college, gevestigd. Binnen zijn in de hal en boven de ingang van de toegangsdeur glas-in-lood ramen te zien die de voormalige christelijke identiteit van het gymnasium weerspiegelen en verwijzen naar opvoeding en onderwijs. Zo is er een zittende man met uil (symbool van wijsheid) en een jongeman die een bok probeert te bedwingen. Vroeger ging men er van uit dat jongens de nodige discipline moesten ontwikkelen om het onstuimige karakter van een bok in toom te houden.

 

 

 

 

 

Loop de Diaconessenstraat uit en ga rechtsaf, de Pelmolenweg in, tot je aan je rechterhand een grote kerk ziet, de Geertekerk. Je kunt door het park langs het water (de Catharijnesingel) lopen of langs de huizen. Rondom de kerk zijn op drie plekken in de vloer mozaïeken met vissen aangebracht.

74. Vissenmozaïeken rondom Geertekerk
Jan Boon (1918 - 1988), Pelmolenweg/Geertekerkhof 23

De vis is een van de oudste symbolen voor Christus. Dit heeft te maken met het Griekse woord voor vis, Ichtus. Dit staat voor Iesous CHristos, THeou Yious, Soter: Jezus Christus, zoon van God, Verlosser/Redder.

 

 

 

 


Christenen gebruiken nog steeds het ichtusteken, een vis, om elkaar te (h)erkennen. De vis heeft te maken met de doop van Jezus in het water en met het Bijbelse verhaal van de wonderbare visvangst.

Vervolg de Pelmolenweg tot aan de brug: de Bartolomeibrug. Aan de overzijde van de brug staat het beeld van de visser Bartholomeüs.

75. Standbeeld Visser Bartholomeüs (1962)
Bartholomeibrug

Bartholomeüs was een van de twaalf apostelen van Jezus. Hij was een visser, en wordt daarom met schip, netten en vis afgebeeld. Op de boeg van het schip is een mes afgebeeld. Dit is een van de traditionele attributen van Bartolomeüs dat verwijst naar het mes waarmee hij volgens de legende levend is gevild.

Vervolg de route in het verlengde van de Pelmolenweg die nu overgaat in het Geertebolwerk. Ga de derde straat rechts, de Zilverstraat in. Op Zilverstraat 52 hangt een gevelsteen met een platvis.

76. Gevelsteen met griet (platvis) (1989)
Koos Boomstra en Tsjerk Holtrop, Zilverstraat 52

Deze gevelsteen ‘De Blauwe Griet’ verwijst naar de viswinkel ‘De Blauwe Griet’ die Rigtje Ferweda runde op de Springweg. Hij kreeg de gevelsteen toen hij 42 jaar werd.

Loop de Zilverstraat uit, je komt dan op de Springweg. Daar ga je linksaf. Ga dan de tweede steeg rechts, de Jacobsgasthuissteeg in (tussen Springweg 68 en 70). Na ongeveer 50 meter zie je rechts een klein beeld van een pelgrim met een Sint Jacobsschelp.  

77. Pelgrimsbeeld (2002)
Amiran Djanashvili, Jacobsgasthuissteeg

Dit beeldje staat achter het voormalige Sint-Jacobusgasthuis (1375 - 1642) aan de Oudegracht 213. Het gasthuis was een van de vele gasthuizen op de pelgrimsweg naar het graf van Jacobus de Meerdere (één van de apostelen van Jezus) in het Spaanse Santiago de Compostella waar vermoeide pelgrims konden verblijven. Het beeld is een herinnering aan de vele pelgrims die hier ooit verbleven. Over de symboliek van de Jacobsschelp die de pelgrims dragen is bij punt 59 uitleg te vinden.

Ga links en loop richting de poort die uitkomt op de Haverstraat. Aan de straatkant zijn op deze poort twee ornamenten met kameleons te zien.

 

 

 




78. Kameleons op toegangspoort Jacobsgasthuissteeg
Haverstraat 22

Het is niet precies duidelijk wat deze kameleons symboliseren en waar ze vandaan komen. Gezien de locatie, nabij het vroegere Sint-Jacobusgasthuis, zouden ze kunnen verwijzen naar de verandering die je ondergaat als je de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella loopt. Veel pelgrims gingen daar vroeger niet alleen naar toe om het graf van Jacobus de Meerdere te bezoeken, maar hoopten ook dat de pelgrimstocht hen zelf op een of andere manier zou veranderen. Om te kunnen veranderen moet je beschikken over aanpassingsvermogen.

Met je rug naar de poort toe ga je links terug naar de Springweg. Ga op de kruising naar rechts en bij Springweg nr. 26 rechts de Strosteeg in. Rechts tegen de muur hangt het kunstwerk ‘Lof der Keramiek’. Lees hiervoor verder bij punt 53. en vervolg vanaf daar de route. Vanaf punt 52 zie je ook tegen de parking ‘Springweg’ verschillende gevelstenen waarin afbeeldingen van dieren zijn opgenomen. Die staan beschreven onder punt 51.