Het Dierenmuseum - Het virtuele museum over het dier in de kunst en cultuur

Dieren in het Boeddhisme, in de Islam en in het Jodendom

Het Boeddhisme, het Jodendom en de Islam kennen minder kunstuitingen van dieren dan het Christendom en het Hindoeïsme. Hieronder vind je informatie hoe vanuit deze drie religies naar dieren wordt gekeken.

Boeddhisme


Dieren worden in het Boeddhisme gezien als levende wezens. Ze hebben intelligente vermogens, maar anders dan mensen. Dieren zijn net als mensen in staat tot lijden. Dieren bezitten, net als mensen, een Boeddha natuur, en hebben ook de mogelijkheid om verlicht te worden. Vanuit het geloof van hergeboorte kunnen mensen worden herboren als dieren en dieren als mensen. Volgens Boeddha zijn dieren onze voormalige naasten, zussen, broers, moeders, vaders en kinderen. Daarom vereist het Boeddhisme dat dieren goed en vriendelijk worden behandeld en is het verboden om dieren schade of pijn toe te brengen, te doden of te eten. Slecht gedrag zal ook moeten worden betaald in het volgende leven dus wrede handelingen jegens dieren moeten worden vermeden.

In het Boeddhisme bestaat geen eensgezindheid over de noodzaak om vegetarisch te leven. Dit heeft te maken met de verschillende Boeddhistische stromingen die verschillende interpretaties hebben van wat Boeddha heeft onderwezen. De meeste Mahayana-beoefenaars eten geen vlees, omdat zij de nadruk leggen op onthechting en mededogen voor andere voelende wezens. Veel Mahayana boeddhisten in Tibet eten wel vlees, omdat er in Tibet niet veel groenten beschikbaar zijn doordat het zo hoog gelegen is waardoor de grond vaak niet geschikt is voor akkerbouw. De Theravada-beoefenaars eten wel vlees. Volgens hen is het eten van vlees een ethisch neutrale actie, die geen slecht karma veroorzaakt. De belangrijkste factor bij karma is intentie, en bij het eten van vlees is er geen intentie om een levend dier te doden. Het werkelijk intentioneel doden van een levend wezen is echter wél een slechte daad, die nare gevolgen brengt in het heden en de toekomst.
Ook de meeste Vajrayana-beoefenaars eten wel vlees. Het tantrische pad van Vajrayana kent vier klassen. In de lagere klassen ligt de nadruk op de uiterlijke schoonheid en zuiverheid als techniek om een innerlijke zuiverheid van geest op te wekken. Omdat vlees wordt beschouwd als onzuiver, eten deze beoefenaars geen vlees. Aan de andere kant mediteert een gekwalificeerd beoefenaar van de Hoogste Yoga Tantra op basis van onthechting en mededogen op het subtiele zenuwstelsel en hiervoor moet zijn eigen lichaam heel sterk zijn. Aan zo iemand wordt vlees aangeraden. Deze klasse van tantra benadrukt de transformatie van gewone objecten door meditatie op zelfloosheid. Krachtens zijn diepe meditatie zal een dergelijk beoefenaar niet graag vlees eten voor zijn eigen genoegen.

Onderstaande film van Dharma Voices for Animals geeft informatie gegeven over wat de Boeddha ons leert over dieren en onze relatie met dieren.


Islam

 

Dieren worden binnen de Islam gezien als gelovigen, als moslims. Ze zijn geschapen door God en hebben eigen belangen en een waarde die los staat van hun eventuele waarde voor de mens. De aarde is niet slechts geschapen voor de mens, maar voor alle levende wezens (Koran 5:10). Dieren hebben recht op hun deel van natuurlijke hulpbronnen als voedsel en water (Koran 80:24-32, 25: 48-49, 32: 27, 79:31-33). Dieren wordt een ziel toegedacht, al is deze ziel niet zonder meer vergelijkbaar met de menselijk ziel. Zo hebben volgens de meeste moslims dieren geen eeuwige ziel en vergaan ze na de dood tot stof, daar waar de ziel van de mens ook na de dood blijft voortleven, hetzij in de hemel, hetzij in de hel.

Mensen onderscheiden zich van het dier doordat ze bewust kunnen handelen. Soms wordt ook als onderscheidende factor genoemd het feit dat de mensen taal kennen. De mens staat in die zin boven het dier. Het rentmeesterschap van de mens voor de schepping en voor de dieren is een terugkerend thema in de Koran.

Volgens de geschriften van de Islam is het verboden:

  • dieren schade toe te brengen
  • dieren pijn te berokkenen
  • dieren overmatig te belasten
  • op dieren te jagen voor de sport
  • dieren met elkaar te laten vechten
  • dieren tijdens de paartijd niet de mogelijkheid te geven om te paren
  • moederdier en jong te scheiden
  • dieren op te sluiten zonder voedsel
  • op dieren te experimenteren en
  • hen emotionele schade toe te brengen

Voor een goede behandeling van vee worden ook meer concrete voorschriften gegeven. De dieren moeten beschikken over een rustplaats en over een drinkplaats. De islam keurt het doden van dieren omwille van hun vlees niet af. Vlees speelt in veel moslimsamenlevingen een belangrijke rol. Alleen als men honger heeft, is het gerechtvaardigd een dier te slachten en dan mag de huid wel worden gebruikt. In de koran wordt vlees als één van de hemelse plezieren gepresenteerd. Omdat vlees duur is en gezien wordt als een hemels plezier, wordt het vaak weggegeven in het kader van liefdadigheid, bijvoorbeeld tijdens het Offerfeest.

In de islamitische traditie is het de gewoonte om dieren op rituele wijze te slachten. Daarbij wordt bij het dier zonder verdoving de hals doorgesneden. Deze methode wordt in deze traditie als een vrij pijnloze manier van doden gezien. Dit is in overeenstemming met een uitspraak van de profeet Mohammed: “Als u genoodzaakt bent te doden doe het dan zonder pijniging”. Over de vraag of het slachten zonder verdoving pijnlozer is, zijn de meningen zowel binnen als buiten de islamitische wereld verdeeld. Volgens wetenschappers van de Wageningen Universiteit en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) is het doden met verdoving diervriendelijker. Ook het psychische welzijn van dieren tijdens de slacht moet worden gewaarborgd. Zo mag men een dier niet laten wachten voordat het gedood wordt, mag het niet vastgebonden worden, mag het de voorbereidingen die voor de slacht getroffen worden niet zien en mag het dier niet in het bijzijn van andere dieren worden gedood. Dit om de gevoelens van de andere dieren niet te kwetsen. Tenslotte moet worden gewacht tot het dier volledig dood is voordat men in het vlees mag snijden. Bij een rituele slacht vindt vaak geen verdoving plaats. De reden hiervoor is dat een verdoving in sommige gevallen onomkeerbaar is, waardoor het dier niet door de slacht maar door de verdoving komt te overlijden. Het eten van dieren die al dood zijn voor de slacht wordt gezien als onrein (haram). In sommige islamitische slachterijen worden dieren echter wel bedwelmd voor ze worden geslacht. Het dier is dan verdoofd maar nog wel in staat om, mocht het niet geslacht worden, na de verdoving weer bij te komen. Het op de juiste manier verdoven zou het ritueel slachten dus niet in gevaar brengen. Meer informatie over ritueel slachten is te lezen op de pagina over Dierenwelzijn in de veehouderij.

Het islamitische geloof geeft moslims de strikte opdracht om alleen voedsel te eten dat halal (rein) is. Dat geldt in het bijzonder voor vlees. Er bestaat geen definitie voor halal, vandaar dat verschillende stromingen en gemeenschappen uiteenlopende ideeën kunnen hebben over wat halal (rein) en haram (onrein) is. De lijst van onreine producten die de koran noemt in sūra 5, vers 3 beperkt zich niet tot varkensvlees of niet ritueel geslachte dieren, maar omvat ook vlees van roofdieren (carnivoren), bloed en kadavers. Dit vlees is niet halal, maar haram en dus verboden voor moslims. Voor halal wordt in de praktijk alleen de eis van rituele slacht toegepast.

Jodendom

 

Volgens het Jodendom staat de mens boven het dier. In de Thora wordt de mensheid heerschappij gegeven over de dieren (Genesis 1:26-28), maar niet ongelimiteerd. De mens mag dieren gebruiken als er een echte legitieme behoefte is en moet voorkomen dat dieren lijden. Wie wreed is jegens dieren geldt niet als 'een rechtvaardige'. Daarom zegt Spr. 12:10 dat "de rechtvaardige weet, wat toekomt aan zijn vee". De op deze algemene regel gebaseerde voorschriften en verboden zijn te vinden in de Halacha. De Halacha is een verzameling wetten en gedragsregels voor alle terreinen van het leven, waarin de wetten en voorschriften van de Thora zijn verwerkt. Orthodoxe joden zijn aan de Halacha even streng gebonden als aan de Thora.

Halachische voorschriften, die regelrecht uit de Thora, dus de eerste vijf bijbelboeken, komen, zijn:

  • Exodus 20: 8-10: de houder van vee wordt geboden om ook het vee geen werk te laten doen op de sabbat
  • Exodus 23: 4-5: een verdwaald dier moet je naar zijn eigenaar terugbrengen en je moet helpen een overbelaste ezel af te laden (zelfs als de eigenaar je vijand is)
  • Deuteronomium 25: 4: de boer mag zijn rund, dat voor hem het koren dorst, niet muilbanden: het dier moet onder het werken even vrij kunnen eten als een mens
  • Deuteronomium 22: 6-7: je mag geen nest uithalen in bijzijn van de moedervogel
  • Leviticus 22: 26-27: een kalf, lam of geitje mag niet vóór de 8e dag bij de moeder worden weggehaald en mag ook niet tegelijk met de moeder op één dag geslacht worden.

Andere regels zijn:

  • De (plezier-)jacht geldt als in strijd met de algemene regel ‘geen enkel levend schepsel pijn doen lijden’. Omgang met jagers is verboden op grond van Psalm 1:1.
  • Het is volgens halachische voorschriften sinds 1992 verboden om bont te fabriceren en te dragen.
  • De Talmoed (traktaat Avoda Zara 18b) verbiedt naast gladiatorengevechten ook stieren-, honden- en hanengevechten.
  • Het houden van huisdieren is toegestaan, maar de dieren moet wel eerst eten worden gegeven voordat de mensen aan tafel gaan.
  • Het is een overtreding van het verbod van wreedheden tegen dieren, wanneer je jouw huisdier lichamelijk veranderd zonder een gegronde reden. Voorbeelden hiervan zijn het ontklauwen van katten, het couperen van staarten en van oren. Het is ook niet toegestaan om mannelijke huisdieren te laten steriliseren, maar de castratie van vrouwelijke huisdieren is wel toegestaan. Het bezit van een huisdier dat eerder al is gecastreerd, is niet verboden. 

Het doden van dieren voor menselijke consumptie is toegestaan. Het geldt als zodanig niet als overtreding van de 'algemene regel', mits het pijnloos gebeurt. Verondersteld wordt dat het doden via het toebrengen van een halssnede (kosjer slachten) het minst pijnloos is. De halsslagader, de luchtpijp en het centraal zenuwstelsel moeten met één snede van een gaaf en vlijmscherp mes door een daartoe opgeleide professionele slachter worden doorgesneden. Het dier wordt daarbij echter niet vooraf verdoofd. Als iets gebeurt dat pijn kan veroorzaken (zoals een nick in het slachten mes of een vertraging in het snijden), kan het vlees niet worden geconsumeerd. De Thora schrijft verder voor dat alleen levende en gezonde dieren mogen worden geslacht. Ze mogen op het moment van slacht geen leed ondervinden. Net als bij de Islamitisch traditie om dieren onverdoofd ritueel te slachten, is er ook over de joodse traditie van onverdoofd ritueel slachten discussie over de vraag of het slachten zonder verdoving pijnlozer is. Meer informatie over ritueel slachten is te lezen op de pagina over Dierenwelzijn in de veehouderij.

 

Bronnen / Meer weten?

Boeken

  • Baldick, J., Animal and Shaman: ancient religions of central Asia, 2012                                      
  • Iḵwān al-Ṣafāʾ, De zuivere broeders van Basra, De zaak van de dieren tegen de mensen, 2010
  • Linzey, A., Animal Theology, 1995
  • Masri, A.B.A., Animal welfare in islam, 2007
  • Petropoulou, M.Z., Animal Sacrifice in Ancient Greek Religion, Judaism, and Christianity, 100 Bc to Ad 200, 2012
  • Schouten, M., De spiegel van de natuur: het natuurbeeld in cultuurhistorisch perspectief, 2005
  • Tlili, S., Animals in the Qur'an, 2012 (lezing op YouTube)
  • Waldau, P., The specter of speciesism. Buddhist and Christian Views of Animals, 2001
  • Waldau, P., A Communion of Subjects: Animals in Religion, Science, and Ethics, 2009 

Musea

Rapporten

  • Stichting Recht en dier, Vlees eten in de Islamitische traditie, 2010

Websites

Lezingen/filmpjes

  • Filmpje 'Kindness to Animals in Religions'