Het Dierenmuseum - Het virtuele museum over het dier in de kunst en cultuur

Dierensymboliek in het Christendom

In het Christendom zijn veel kunstuitingen met dieren te zien. De kerk gaf veel opdrachten voor het maken van schilderijen en beeldhouwkunst. De beeldhouwkunst in het Christendom is nauw verweven met de architectuur en was vooral te zien op of in kerken. Dieren zijn daar vaak afgebeeld als symbolisch ornament, als metgezel van heiligen en bijvoorbeeld op glas-in-lood ramen als onderdeel van een Bijbels verhaal. Hieronder vind je informatie over:

1. De positie van het dier in het Christendom

2. Dieren en hun symboliek

3. Dieren van de evangelisten

4. Heiligen met een dier

5. Dieren als onderdeel van een Bijbels verhaal

Rafaël - Schepping van de dieren, Fresco in het Vaticaan, 1518

1. De positie van het dier in het Christendom

Het dier is in het Christendom een ‘collegaschepsel’ van de mens. Het kan echter niet zoals de mens in verantwoordelijkheid kiezen en handelen. Dieren zijn namelijk niet zoals de mens naar Gods beeld geschapen. Het dier is van alle schepselen wel het meest aan de mens verwant, meer dan de planten. Er is een duidelijke hiërarchie tussen mens en dier en de mens is geschapen naar het beeld van God. In het Christendom staat God als schepper boven de mens. De mens staat als beelddrager van God boven het dier.  Uit de Bijbel kan worden afgeleid dat de mens als vegetariër is geschapen (Gen. 1:29-30), de dieren worden uitdrukkelijk niet genoemd als bron van voedsel voor de mens. De mensen mogen leven van de opbrengsten van bomen, planten en struiken.

Het begrip rentmeesterschap wordt gebruikt voor het omgaan met het door God geschapene. Uitgangspunt is dat God de eigenaar van alles is (Lev. 25:23; Ps. 24:1, 50:10) en dat hij zijn schepping aan de mens in beheer heeft toevertrouwd (Gen. 1:28 en Ps. 115:16). In Genesis 1:28 staat: 'vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!'.
Als rentmeester heeft de mens de plicht om te werken met het materiaal dat God hem heeft toevertrouwd. Het gebruik daarvan moet overeenkomstig Gods wil zijn, in dienst van God en tot welzijn van de naasten, in het bijzonder ook de behoeftigen, zowel in de naaste omgeving als wereldwijd. De mens moet van zijn beheer eens rekenschap afleggen (Mattheus 25:19).

Pas na de zondeval gaat de mens dieren eten. Adam en Eva schamen zich na de zondeval voor elkaar en voor God. Ze krijgen van God rokken van vellen om hun lichamen te bedekken (Gen. 3:21). Daarmee wordt impliciet verwezen naar het doden van een of meer dieren door God zelf. Nadat Adam en Eva het paradijs hebben verlaten, wordt er in de bijbel gesproken van offers. Wat er ontvangen is van God, wordt teruggegeven aan God als een teken dat alles van hem is. Daarbij ging het niet om de offers op zichzelf, maar om een zichtbaar teken van innerlijke overgave en toewijding aan het hart aan God. Het vloeien van het bloed laat zien dat de dood het loon van de zonde is. Het dier ontvangt de doodstraf die de zondaar verdiend had. De dieren zijn door God aangewezen om geofferd te worden. Na de dood van Christus worden er door christenen geen dieren meer gebruikt voor de offerdienst.
In Genesis 9 is te lezen dat na de zondvloed God Noach zegende en een verbond met hem oprichtte. Daarin klinkt ook de verandering van voedsel. Al het gedierte van de aarde, het gevogelte van de hemel en alle vissen der zee zijn door God in Noachs hand overgegeven. Alles wat zich beweegt mag tot voedsel zijn, naast de al bij de schepping genoemde planten, groenten en vruchten. Er is wel één beperking: er mag geen vlees met bloed gegeten worden.

In het Christendom wordt erkend dat dieren naast een gebruiksfunctie ook een eigen intrinsieke waarde hebben. Dieren zijn geschapen door God en hebben een eigen plaats in de schepping. Het dier is een levend wezen en zelfstandig functionerend organisme. Een andere overweging voor de intrinsieke waarde is het vermogen van dieren om intrinsieke (zowel positieve als negatieve) ervaringen te ondergaan. Concreet betekent dit dat elk dier recht heeft op een eigen plaats, op een eigen leefruimte. De voorschriften in de bijbel laten zien hoe we met dieren behoren om te gaan. Bij de dorsende os bijvoorbeeld blijkt dat het dier tijdens het werk ruimte moet krijgen om zijn natuurlijke aandrang te volgen. Er moet ruimte zijn om te leven. De opdracht tot rust uit Exodus 23 geeft aan dat ook het dier daarbij hoort. Het dier mag ook op adem komen. In het verbod om met de jongen of eieren ook de moedervogel weg te halen en op te eten, ligt een waarschuwing opgesloten om de aanwezige rijkdom en variëteit van de schepping niet te verstoren. Er spreekt een bepaalde lotsverbondenheid uit: mens en dier maken beiden deel uit van het geheel van de schepping. Verstoringen in die gegevenheid keren als een boemerang terug naar de mens zelf en zijn op lange termijn niet goed voor mens, dier en schepping.

2. Dieren en hun symboliek

Dieren worden in de christelijke kunst ook symbolisch gebruikt. De als positief of negatief beschouwde eigenschappen van het dier vormen vaak de basis voor de symbolische betekenis. De christelijke kunst gebruikte niet alleen dierensymboliek uit de Bijbel, maar ook uit andere geschriften zoals de Physiologus, een van oorsprong Griekse populair-theologische verhandeling uit de 2e, 3e of 4e eeuw waarin de belangrijkste waarheden van de christelijke waarden en leer in verband worden gebracht met voorbeelden in de natuur waarbij eigenschappen van dieren en planten een theologische of morele betekenis krijgen. Enkele dieren die vaak voorkomen zijn: 

  • arend: gezichtsvermogen
  • distelvink: doornenkrans van Jezus
  • draak: het kwaad
  • duif: verwijst naar de heilige geest
  • haan: waakzaamheid, aankondiger nieuwe dag (daarom vaak te zien op kerktorens)
  • hellehond: het kwaad
  • hond: symbool van trouw, vaak te zien op het voeteinde van een graf
  • lam: lam Gods = Jezus
  • leeuw: kracht, moed
  • pelikaan: opoffering


3. Dieren van de evangelisten

 De vier evangelisten Marcus, Johannes, Lucas en Matteüs zijn vaak in kerken te zien. In de derde eeuw na Christus werden de evangelisten vereenzelvigd met een symbool. Drie evangelisten zijn herkenbaar aan een dier: 

  • Bij Marcus werd de link gelegd met de leeuw (een woestijndier), omdat zijn evangelie begint met Johannes de Doper in de woestijn, en omdat er van Jezus gezegd wordt dat hij in de woestijn verbleef te midden van de wilde dieren.
  • Lucas begint zijn evangelie met de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper op het moment dat zijn vader Zakarias priesterdienst heeft in de tempel. Destijds werden runderen in tempels als offerdier gebruikt, vandaar de link met een rund.
  • Het evangelie van Johannes begint met een filosofische/theologische uiteenzetting over tijd en eeuwigheid. Voor Johannes werd het symbool van de arend bedacht, omdat dit dier hoog kan vliegen en van bovenaf een goede kijk op de aarde heeft.
  • De vierde evangelist Matteüs heeft geen dier als symbool, maar een engel.

 

4. Heiligen met een dier

Een heilige is een titel in het christendom. Ze word toegekend aan overleden personen die bijzonder rechtschapen en gelovig hebben geleefd. De levenswijze van heiligen dient als voorbeeld voor gelovigen, maar de heilige kan ook in een gebed worden aangeroepen voor hulp, bijvoorbeeld bij ziekte. De heilige zelf wordt echter niet aanbeden.

In de loop der tijden zijn de heiligen niet alleen verbonden aan het aanroepen voor hulp, maar ook verbonden met een kerk (de Sint Pieter in Rome is gebouwd op het graf van Sint Petrus), een plaats (Sint Maarten is de beschermheilige van Utrecht), een beroep (beroepsgroepen en gilden kozen in de middeleeuwen voor een patroonheilige) of een naam (kinderen worden vernoemd naar een heilige).

De beelden van Bijbelse figuren en heiligen zagen er vaak niet realistisch uit, maar alsof ze niet van deze wereld waren. Ze waren nogal stijfjes en emoties ontbraken. Daarmee ontstond een afstand tussen het volk en de heiligen. Tijdens de Gotiek (1140 - 1500) werden de beelden realistischer, dat kwam voort uit een (her)waardering van de werkelijkheid en van de Romeinse kunst.
Heiligen zijn vaak herkenbaar aan een attribuut dat meestal is afgeleid uit het leven van de heilige of van een legende. Vaak is het attribuut een dier, omdat het dier in het, al dan niet legendarische, leven van de heilige een bijzondere rol heeft gespeeld.

Opvallend is dat de kat als attribuut ontbreekt. Dat heeft te maken met het feit dat de kat werd geassocieerd met het kwaad. De kat is een nachtdier en de nacht is het terrein van het kwade. Vooral de zwarte kat werd gezien als symbool van de duivel.
Er is echter één uitzondering. Er is één heilige die met een kat wordt afgebeeld en vaak ook met een hond en muizen aan zijn voeten (en een bezem); dat is de  Peruaanse heilige Sint Martinus de Porres (1579 - 1639). Hij is de beschermheilige van verpleegkundigen en patroon van de sociale gerechtigheid.


De volgende heiligen zijn vaak herkenbaar aan een dier. Op de website Heiligen.net vindt je het verhaal achter deze heilige.


Sint Gertrudis met muizen


Aldegondis van Meubeuge met duif

Cuthbertus

Gudwalus en de vissen

Prisca

Amelberga met steur

Dominicus Guzmán met hond

Hieronymus met leeuw

Oda met ekster

Ambrosius met bijen

Egidius met hinde

Hubertus met hert

Odrada met paard

Antonius met varken

Egilius met paard

Johannes de Doper met lam

Remaclus met wolf

Bavo met valk

Elvius en de wolfs-moder

Joris en de draak

Rigobertus en de maaltijd

Benedictus met raaf

Franciscus van Assisi

Kenedus en de meeuwen


Benno van Meissen met vis

Fronto en de kamelen

Kentigernus en het roodborstje

Rochus met hond

Berachus

Gertrudis met muis

Launomarus en de koe

Veerle met gans

Blasius en zijn dieren (leeuw en beer)

Gilles en het hert

Maarten op paard

Werburis en haar gans

Brigitta van Kildare en de wolf (of koe?)

Gregorius met duif

Norbertus met spin

Isidorus van Sevills soms met bijenkorf

Colomba van Sens met berin

Guido van Anderlecht met os en paard

Petrus met haan


Mooie kerken waar je beelden van heiligen kunt zien, zijn de Sint-Servaas Basiliek in Maastricht en de Sint Jan kathedraal in Den Bosch (gotische kerk).

5. Dieren als onderdeel van een Bijbels verhaal

In de kerk zijn vaak voorstellingen van Bijbelse verhalen te zien waarvan dieren onderdeel uitmaken. Vaak hebben de dieren ook een symbolische betekenis. Het gaat hier echter niet alleen om beelden, maar ook om schilderijen, tekenkunst, hekwerk, altaren, kansel en glas-in-lood ramen. Bijbelse verhalen met dieren zijn o.a.:

  • Adam en Eva in het paradijs met dieren
  • De Ark van Noach
  • De ezel en os bij de geboorte van Jezus (vaak terug te zien in hedendaagse kerststallen)
  • Jona en de walvis
  • De profeet Bileam en de ezelin
  • Jezus die rijdend op een ezel Jeruzalem binnenrijdt (intocht): (ezel is hier symbool van nederigheid)
  • De vlucht van Maria en Jozef met Christus naar Egypte
  • Elia en de raven

Elia en de raven, Oude Kerk Delft

  • Tobias en de hond
  • Samson en de leeuw
  • Madonna (Maria) op slang
  • Jezus de goed herder met een schaap op zijn nek
  • Lazarus en de honden
  • De wonderbaarlijke visvangst
  • De naamgeving van de dieren door Adam
  • De verloren zoon als zwijnenhoeder

De verloren zoon als zwijnenhoeder, Oude Kerk Delft


Bronnen / Meer weten?

Boeken

  • Anderson, M.D., Animal carvings in British churches, 2011
  • Brown, A. F., Heiligen en hun dier, 1903
  • Claes, J., A. Claes en K. Vincke, Beschermheiligen in de lage landen, 2007
  • Graafland, J., En God schiep. Over dieren en rentmeesterschap, 2015
  • Grant,R.M., Early Christians and animals, 1999
  • Linzey, A., Animal Theology, 1995
  • Pember, G.M., De bijbel over dieren en dierenwelzijn, 2015
  • Petropoulou, M.Z., Animal Sacrifice in Ancient Greek Religion, Judaism, and Christianity, 100 Bc to Ad 200, 2012
  • Ruys, R, Tot heil van mens en dier, 1989
  • Schenderling, J., Mens en dier in theologisch perspectief, 1999
  • Schouten, M., De spiegel van de natuur: het natuurbeeld in cultuurhistorisch perspectief, 2005
  • Waldau, P., The specter of speciesism. Buddhist and Christian Views of Animals, 2001
  •  Waldau, P., A Communion of Subjects: Animals in Religion, Science, and Ethics, 2009

Rapporten

  • Wetenschappelijk Instituut voor de SGP, Houden van dieren. Samen werken aan een verantwoorde veehouderij, 2012

Websites

Lezingen/filmpjes

  • Filmpje 'Kindness to Animals in Religions'