Het Dierenmuseum - Het virtuele museum over het dier in de kunst en cultuur

Dieren in het Impressionisme: 1860 - 1910

Het Impressionisme ontstond vanuit de schilderkunst en stond aan de wieg van het modernisme uit de 20e eeuw. Het Impressionisme kenmerkt zich door de gerichtheid op de beleving van het moment (de kunstenaar legt een impressie vast van de zichtbare wereld), de subjectieve waarneming van de kunstenaar, de keuze voor thema's uit het dagelijks leven, de bijzondere aandacht voor lichteffecten en kleur, een schetsachtige werkwijze en het werken in de openlucht. Het impressionisme ontstond mede doordat een aantal kunstschilders zich afzette tegen de regels van de Académie des Beaux-Arts en de Parijse salon binnen de Parijse kunstwereld. Die boden door hun regels weinig ruimte voor vernieuwende ideeën. Het impressionisme stelde alle bestaande opvattingen over kunst ter discussie. In de 19e eeuw ontstond ook het beroep van kunsthandelaar. Deze adviseerde, bemiddelde en bracht het werk van kunstenaar onder de aandacht. Hierdoor werden schilders minder afhankelijk van de jaarlijkse Salon in Parijs.

Schilderkunst

Een dierenschilder van het impressionisme is Willem Maris (1844 - 1910). Hij schilderde vooral landschappen met dieren, zoals 'Koeien aan een plas en eenden aan de slootkant'. Hij zei echter: 'Ik schilder geen koeien, maar licht. In Nederland was Isaac Israëls (1865 - 1934) één van de bekende schilders van de Amsterdamse Impressionisten. Bekende Franse kunstschilders van het impressionisme zijn Edgar Degas (1834 - 1917), Claude Monet (1840- 1926) en Pierre-Auguste Renoir (1841 - 1919).
Paul Cézanne (1839 - 1906), Paul Gauguin (1848 - 1903), Vincent van Gogh (1853 - 1890) en Georges Seurat (1859 - 1891) worden gerekend tot de post-impressionisten. Zij wilden vooral verder gaan dan alleen weergeven wat kan worden waargenomen. Zij vervormden met hun schilderkunst de werkelijkheid min of meer met als doel om meer gevoel in het schilderij te leggen. Het post-impressionisme heeft veel kunstenaars geïnspireerd tot nieuwe stromingen en bewegingen in de 20e eeuw.

Pierre-Auguste Renoir, Vrouw met kat, 1875

Claude Monet, Kalkoenen op Château de Rottembourg, Montgeron,1876

Edgar Degas, Before the race,1893

Beeldhouwkunst

In het impressionisme stond voor beeldhouwers de ontbinding van het materiaal centraal en zij probeerden om het licht bepalend te laten zijn voor het effect van de sculptuur. De sculpturen ogen vaak onaf, gefragmenteerd, met afgebroken randen, en geven vaak de schijn van een studie. Ze geven echter nog steeds uiting aan de ervaring van de passieve werkelijkheid door de kunstenaar. Dit in tegenstelling tot de traditionele beeldhouwkunst waar volume en gewicht van de sculptuur centraal stonden. O.a. Auguste Rodin (1840 - 1917) werd door het impressionisme beïnvloed. Met zijn werkwijze wilde hij ontstaansproces van een beeld laten zien. Hij liet in de klei of het brons vingerafdrukken en onregelmatigheden zichtbaar.en maakte het materiaal niet glad af. Wanneer het licht over dit onregelmatige oppervlak valt, geeft het zijn beelden beweeglijkheid. In Nederland specialiseerde Joseph Mendes da Costa (1863 - 1939) zich in impressionistische figuren, maar ook zijn neef Henri Teixeira de Mattos (1856 - 1908).

Edgar Degas, Horse clearing an obstacle, 1887-1888

Joseph Mendes da Costa, Uil, 1912

Jaap Kaas, Mantelbaviaan, 1938


Musea