Het Dierenmuseum - Het virtuele museum over het dier in de kunst en cultuur

Dieren in de verschillende kunststromingen

De schilder- en beeldhouwkunst hebben zich in de loop der jaren langs diverse kunststromingen ontwikkeld. Deze stromingen hangen nauw samen met maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Op de website De Kunstkijker is dit via een tijdbalk in beeld gebracht. De  kunststromingen hebben geen precieze tijdsafbakening, maar lopen geleidelijk in elkaar over. De jaartallen hieronder zijn dan ook indicatief.

Dieren zijn in al deze kunststromingen zichtbaar. Hieronder wordt in vogelvlucht een overzicht gegeven van de kunststromingen in de Westerse cultuur en wordt uitgelegd hoe dieren hierin zichtbaar zijn. De volgende kunststromingen worden besproken.

1. Prehistorie
2. G
riekse en Romeinse oudheid
3. Middeleeuwen
4. Renaissance
5. Barok en Rococo

6. Classicisme en Neoclassicisme
7. Romantiek
8. Realisme
9. Impressionisme
10. Expressionisme

1. Dieren in prehistorische kunst (2,5 miljoen v. Christus - 800 v. Christus)

De prehistorie, ook wel oertijd genoemd, is de benaming voor het vroegste tijdperk in de menselijke geschiedenis. Het gaat om de periode waarin het schrift nog niet bestond. Het is de tijd waarin de Homo Erectus of Neanderthalers en later de Homo Sapiens op aarde waren. De prehistorie is opgedeeld in de volgende periodes: de steentijd (2,5 miljoen - 3200 voor Christus), de bronstijd (3200 - 800 voor Christus) en de ijzertijd (800 tot 12 voor Christus).

Schilderkunst
In Europa zijn een aantal grotten, met name in Frankrijk en Spanje, waar prehistorische afbeeldingen van dieren zijn te zien: de grotten van Lascaux, Chauvet Pont d'Arc en Pech Merle in Frankrijk en de grotten van Altamira en Nerja in Spanje. De grotschilderingen dateren uit de laatste ijstijd die tot 10 duizend jaar geleden duurde. De precieze betekenis van de afbeeldingen van dieren valt niet te achterhalen maar het lijken de dieren te zijn waar de mens destijds op jaagde. Afbeeldingen werden waarschijnlijk gemaakt naar aanleiding van gebeurtenissen die te maken hadden met dood, jacht, vruchtbaarheid en het afweren van het kwade.




Stier in Lascaux

Paarden in Chauvet Pont d'Arc

Hertzwijn in Indonesië

Grotten In Frankrijk

  • Lascaux: In de grotten van Lascaux  zijn in 1940 een groot aantal rotswandschilderingen van dieren ontdekt. Er zijn afbeeldingen te zien van bizons, herten, neushoorns, runderen, paarden, rendieren en stieren. De oudste rotsschilderingen worden geschat op 15.000 v. Chr. en de jongste op 10.000 v.Chr. Het is de rijkst beschilderde prehistorische grot die tot nu toe is ontdekt. Klik hier voor een fotoserie van Lascaux.
  • Chauvet Pont d'Arc: In de grotten van Chauvet zijn tot nog toe ongeveer driehonderd met rood of zwart geschilderde dierafbeeldingen gevonden en nog eens zoveel gravures. De afbeeldingen zijn negen- tot tweeëndertigduizend jaar oud. Sommige afgebeelde dieren (een panter, een uil) waren nog nooit eerder in grotten uit de oudere steentijd gevonden. Andere, zoals de neushoorn, waren tot nog toe zeldzaam. In de grot zijn ook veel afbeeldingen gevonden van beren.
  • Pech Merle: In de twee kilometer lange grot van Pech Merle zijn prehistorische rotstekeningen te vinden van bizons, paarden, mammoeten, oerossen en herten.

In Spanje

  • Altamira: In de grot Altamira in Spanje zijn 150 tekeningen te vinden van bizons, herten, paarden en everzwijnen die worden geschat op 15.000 jaar oud.
  • Nerja: In de grot Nerja in Spanje zijn in februari 2012 een aantal rotstekeningen gedateerd op minstens 42.000 jaar oud.

Ook in Afrika zijn diverse rotstekeningen van dieren ontdekt, die worden ook wel 'bushmenpaintings' genoemd. In het Waterberg gebied van Zuid-Afrika zijn o.a. rotstekeningen gevonden die dateren van rond 8000 vóór Christus. De oudste tot nog toe gevonden afbeelding van een dier is dat van een hertzwijn in een grot bij Maros op het Indonesische eiland Sulawesi. Deze schildering is zo'n 40.000 jaar oud.

In 2011 verscheen de film 'Cave of forgotten dreams' over de grot van Cauvet door filmmaker Werner Herzog. In deze grot zijn diverse tekeningen van dieren gevonden. De film kun je hieronder zien.

Beeldhouwkunst
Naast grottekeningen zijn er ook beeldjes uit de prehistorie gevonden en kunstuitingen op dierenbotten. De precieze datum en functie hiervan is niet bekend, maar men vermoedt dat ze een nuttig doel hadden en te maken hadden met (religieuze) riten. In de Vogelherd grot in Ulm (Duitsland) zijn veel beeldjes gevonden. De grot is uitgeroepen tot een Unesco werelderfgoed.

Eén van de oudste en grootste beelden is de Leeuwmens, half mens, half leeuw. Het is een beeld van 29,6 cm en het werd in 1939 ontdekt in de Stadelgrotten van de Schwäbische Alb in Duitsland. Het beeld is te zien in het Ulmer Museum in Ulm. 




Stier
Musée National de Préhistoire

Paard
Musée d'Archéologie Nationale

Mammoet
Archäopark Vogelherd

In 1963 werd in Turkije Göbleki Tepe ontdekt, een tempelcomplex uit de prehistorie van 12.000 jaar geleden. Op de T-vormige pilaren zijn diverse versieringen gevonden, waaronder die van dieren: gazellen, leeuwen, reptielen, stieren, vogels, vossen en zwijnen. Göbleki Tepe is het oudst bekende tempelcomplex ter wereld.

2. Dieren in de Griekse en Romeinse Oudheid (600 v. Christus - 400 jaar na Christus)

In de Griekse oudheid stond de Griekse mythologie centraal. Er werden kunst gemaakt over Griekse mythen en sagen; verhalen over goden, halfgoden en het contact tussen goden en mensen. Met deze mythen en sagen werd het ontstaan van de wereld verklaard, de hemellichamen, de mensen, de goden, het kwaad, ziekten, natuurverschijnselen en de oerelementen aarde, water, vuur en lucht. Ze vormden de basis van de religie van de oude Grieken.

In de Griekse oudheid stond de Griekse mythologie centraal: verhalen over goden, halfgoden en het contact tussen goden en mensen. Met deze mythen en sagen werd het ontstaan van de wereld, de hemellichamen, de mensen, de goden, het kwaad, ziekten, natuurverschijnselen en de oerelementen aarde, water, vuur en lucht verklaard. Ze vormden de basis van de religie van de oude Grieken.

Schilderkunst
De Griekse schilders werkten op houten panelen, op marmer en op wanden. Er zijn slechts enkele Griekse monumentale schilderingen bewaard gebleven, zoals in het Vergina graf van koning Philippos II van Macedonië. Hier zijn ook dieren op te zien. De Griekse kunst uitte zich ook in beeldhouwwerken, architectuur en mozaïeken en in kunstnijverheid zoals muntslag, aardewerk en metaalwerk. Van deze vormen is beschilderd aardewerk het beste bewaard gebleven. Op dit aardewerk zijn ook vaak dieren te zien. Het gaat vaak om dieren die als attribuut een Griekse god vergezellen en de god daarmee herkenbaar maken voor de kijker of om dieren als onderdeel van een Griekse mythe of sage. Zo wordt de oppergod Zeus vaak vergezeld van een arend en de god Poseidon door zeepaarden. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden kun je diverse Griekse vazen bewonderen. In Knossos zijn resten van een Minoïsche paleis bewaard gebleven waar op muren ook een aantal dieren op  te zien zijn, zoals dolfijnen.
Van de Griekse kunst is niet veel meer overgebleven, maar de romeinen lieten zich bij het maken van Romeinse kunst sterk inspireren door de Griekse cultuur. Bovendien hadden ze Griekenland opgenomen in het romeinse rijk. Voor de romeinen diende de kunst vooral ter decoratie van hun huis of in hun tuin. Hun kunst liet ook meer de dagelijkse wereld zien, terwijl de Griekse kunst vooral een ideaalbeeld toonde. De kunst van de romeinen was meer natuurgetrouw. Van de Romeinse kunst is in de loop der jaren meer bewaard gebleven en daardoor weten we ook meer van de Griekse kunst.




Minoïsche fresco van een stierspringer

Fresco van dolfijnen in Minoïsch paleis in Knossos, Kreta

Griekse vaas met de driekoppige hond Kerberos


Beeldhouwkunst
In de Griekse oudheid lag de nadruk op het maken van grote beelden van goden in menselijke vorm, meestal naakt. Er werden ook dierenbeelden gemaakt, maar veel minder. Van deze beeldhouwkunst zijn enkele bronzen beelden bewaard gebleven en marmeren beelden afkomstig uit tempels en graven. De talrijke Romeinse kopieën van verloren gegane Griekse originelen geven een beeld van de oude Griekse beeldhouwkunst.Van de Romeinse kunst is meer bewaard gebleven en deze is te zien in diverse musea in de hele wereld.
Het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius (Romeinse keizer van 161 tot 180) is het beste bewaard gebleven voorbeeld van een bronzen ruiterstandbeeld uit de oudheid.
Het beeld van Laocoön, zijn zonen en zeeslangen is een van de bekendste beeldengroep uit de oudheid.




Marcus Aurelius
Museum Capitolini Rome

Lupa Capitolina (Capitolijnse Wolvin) met Romus en Remulus (zij dateren uit de Renaissance)

Laocoön en zijn zonen
Capitolini Museum Rome

Mozaïeken
In de Griekse en Romeinse tijd werden in luxe villa's en gebouwen ook mozaïeken gemaakt. In de middeleeuwen werden ze veel gemaakt in kerken.


3. Dieren in de Middeleeuwen (500 - 1500)

De middeleeuwse maatschappij en beschaving is gevormd door de Grieks-Romeinse beschaving, de groei van het christendom en Germaanse tradities. De politiek is gefragmenteerd, de economie draait vooral op landbouw en de samenleving is verdeeld tussen de adel en de tot horige gemaakte boerenklasse. Het denken wordt bepaald door de kerk en het christelijk geloof is overal aanwezig. Er heerst een antropocentrische houding ten opzichte van dieren (de mens is superieur aan het dier) en de kerk bevestigt dit met verhalen uit de Bijbel.
In de middeleeuwen was de kerk de enige opdrachtgever van kunst. Hierdoor richtte kunstenaars zich vooral op religieuze thema's en het hiernamaals. Pas veel later volgden opdrachtgevers als het Hof en de rijke burgerij. Middeleeuwse kunstenaars lieten zich inspireren door het artistieke erfgoed van het Romeinse Rijk en de teksten en iconografie van de vroege katholieke kerk en vermengden die met elkaar. Dit had als gevolg dat aan kunstwerken veelal een betekenis werd verbonden waarmee mensen konden worden gevormd en beïnvloed. Het ging vaak om goddelijke boodschappen met een moralistische boodschap die in door voor mensen herkenbare beeldtaal, o.a. in de vorm van dieren, werd vormgegeven. Het christelijk geloof werd beeldend verkondigd als een soort 'stripverhaal'. Kunst werd daarmee een allegorie, een symbolische voorstelling van een begrip, waar mensen van moesten leren en stond in dienst van het geloof. Vaak ging het om een verbeelding van de strijd tussen goed en kwaad, waarbij het goede overwint door het geloof en vertrouwen in God of Christus. De meeste kunstenaars signeerden hun werk niet, want het was immers Gods hand die hen had geleid. De Gotiek die aan het eind van de Middeleeuwen ontstond toonde langzaamaan meer schilderkunst met andere thema's dan religieuze thema’s.
In Nederland zijn nog diverse kerken uit de middeleeuwen te bewonderen met vaak ook schilderkunst uit die tijd. De oudste kerk van Nederland is de Sint-Servaas Basiliek in Maastricht, zie de top 100 van oudste kerken in Nederland.

Schilderkunst in de middeleeuwen
De dieren in de schilder- en tekenkunst zien er vaak niet natuurgetrouw uit, maar zelfs een beetje raar en soms zelfs karikaturaal. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat middeleeuwse schilders vaak oudere afbeeldingen van dieren imiteerden. Veel dieren hadden ze immers zelf nog nooit gezien. De schilderkunst in de middeleeuwen uitte zich op verschillende manieren.

Fresco's
een muur- of plafondtekening waarbij de verf direct op de natte kalk wordt aangebracht, zodat zij na te zijn gedroogd daarmee één geheel vormt.

Sint Franciscus van Assisi preekt voor de dieren,
Basiliek van Franciscus van Assisi

Gebrandschilderde kerkramen
brandschilderen is een techniek om op glas te tekenen, daarbij wordt met behulp van een borstel een mengsel van azijn, gom en pigmenten op het glas aangebracht. Dit wordt vervolgens in een oven op hoge temperatuur in het glas gebrand. Het fresco is één van de oudste techniek

Hond op Goudse glazen in Sint Jan, Gouda (16e eeuw)

Iconen
religieuze afbeeldingen die op een houten paneel zijn geschilderd, het betreft vaak een afbeelding van Christus, Maria, heiligen of belangrijke kerkelijke dagen in de katholieke kerk. Bij het schilderen dient rekening gehouden te worden met bepaalde regels. Deze regels zijn vervat in de schildersboeken (de zg. canon) en hebben de bedoeling voor zuiverheid en uniformiteit te zorgen en niet af te wijken van de leerstellingen van de Kerk. Dieren zijn er vrijwel niet op te zien.

Sint Joris en de draak

Mozaïeken
een kunstvorm waarbij een grote afbeelding wordt vervaardigd uit een groot aantal kleine gekleurde steentjes (tesserae), die in een vloer of wand worden gemetseld

Jezus met schapen,
Basiliek van Sant Apollinare in Classe (Italië)

Verluchtingen van handschriften
dit zijn versieringen van handschriften; een handschrift is een verzamelnaam voor documenten die met de hand zijn geschreven, dus vóór de boekdrukkunst. Ze kunnen zijn gemaakt van papyrus, dierenhuiden (perkament) of papier.
Veel dieren die zijn afgebeeld lijken niet op de echte dieren .

Dieren zijn op verschillende manieren zichtbaar in de middeleeuwse schilderkunst en beeldhouwkunst:
1. als onderdeel van een Bijbels verhaal
2. als attribuut van heiligen
3. als symbool voor de evangelisten Marcus, Johannes en Lucas
4. als symbool voor een deugd of ondeugd of verwijzend naar een persoon of object
5. als waterspuwer (beeldhouwkunst)
De beeldhouwkunst in de middeleeuwen is nauw verweven met de architectuur en was vooral te zien op of in kerken. 

1. Dieren als onderdeel van een Bijbels verhaal
In de kerk zijn vaak voorstellingen van Bijbelse verhalen te zien waarvan dieren onderdeel uitmaken. Vaak hebben de dieren ook een symbolische betekenis. Het gaat echter niet alleen om schilderijen, maar ook om tekenkunst, beelden en versieringen van hekwerk, altaren, kansel en glas-in-lood ramen. Bijbelse verhalen met dieren zijn o.a.:

De schepping van de dieren

  • Adam en Eva in het paradijs met dieren
  • De Ark van Noach
  • De ezel en os bij de geboorte van Jezus
  • Jona en de walvis
  • De profeet Bileam en de ezelin
  • Jezus die rijdend op een ezel Jeruzalem binnenrijdt (intocht): (ezel symbool van nederigheid)
  • De vlucht van Maria en Jozef met Christus naar Egypte
  • Tobias en de hond
  • Samson en de leeuw
  • Madonna (Maria) staande op een slang
  • Jezus de goed herder met een schaap op zijn nek
  • De verloren zoon als zwijnenhoeder
  • Elia en de raven
  • Lazarus en de honden

2. Dieren als attribuut van heiligen

Heiligen zijn vaak herkenbaar aan een attribuut dat meestal is afgeleid uit het leven van de heilige of van een legende. Vaak is het attribuut een dier, omdat het dier in het, al dan niet legendarische, leven van de heilige een bijzondere rol heeft gespeeld. Denk aan de heilige Antonius met het varken, de heilige Petrus met een haan en de heilige Hieronymus met een leeuw. Klik hier voor een opsomming van heiligen met een dier en voor meer informatie over de relatie tussen heiligen en 'hun' dier. 
Opvallend is dat de kat als attribuut ontbreekt. Dat heeft te maken met het feit dat de kat werd geassocieerd met het kwaad. De kat is een nachtdier en de nacht is het terrein van het kwade. Vooral de zwarte kat werd gezien als symbool van de duivel. Er is echter één uitzondering. Er is één beeld van een heilige met kat en muizen aan zijn voeten, van de Braziliaanse heilige Sint Martinus de Porres. Dit beeld dateert van circa 1890. Toen was werd de kat niet meer geassocieerd met het kwaad.
De beelden van Bijbelse figuren en heiligen zagen er vaak niet realistisch uit, maar alsof ze niet van deze wereld waren. Ze waren nogal stijfjes en emoties ontbraken. Daarmee ontstond een afstand tussen het volk en de heiligen. Tijdens de Gotiek (1140 - 1500) werden de beelden realistischer, dat resulteerde uit een waardering voor de werkelijkheid en de Romeinse kunst.
Mooie kerken om een aantal heiligen met hun dier te zien zijn de Sint-Servaas Basiliek in Maastricht en de Sint Jan kathedraal in Den Bosch (gotische kerk).

 

Sint Rochus met hond linksonder

3. Dieren als symbool van de evangelisten Marcus, Johannes en Lucas

Deze drie evangelisten zijn ook vaak in de kerk te zien met een dier. In de derde eeuw na Christus werden de evangelisten vereenzelvigd met deze symbolen. Bij Marcus werd de link gelegd met de leeuw (een woestijndier), omdat zijn evangelie begint met Johannes de Doper in de woestijn, en omdat er van Jezus gezegd wordt dat hij in de woestijn verbleef te midden van de wilde dieren. Lucas begint zijn evangelie met de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper op het moment dat zijn vader Zakarias priesterdienst heeft in de tempel. Destijds werden runderen in tempels als offerdier gebruikt, vandaar de link met een rund. Het evangelie van Johannes begint met een filosofische/theologische uiteenzetting over tijd en eeuwigheid. Voor Johannes werd het symbool van de arend bedacht, omdat dit dier hoog kan vliegen en van bovenaf een goede kijk op de aarde heeft. De vierde evangelist Matteüs heeft geen dier als symbool, maar een engel.

Timpaan van de Kathedraal Saint Trophime in Arles, Frankrijk

4. Dieren als symbool voor een deugd of ondeugd of verwijzend naar een persoon of object
Dieren worden in de christelijke (schilder)kunst ook symbolisch gebruikt. De als positief of negatief beschouwde eigenschappen van het dier vormen vaak de basis voor de symbolische betekenis. Afbeeldingen van dieren werden gebruikt om mensen deugden bij te brengen en te behoeden voor ondeugden. De christelijke kunst gebruikte niet alleen dierensymboliek uit de Bijbel, maar ook uit andere geschriften zoals de Physiologus, een van oorsprong Griekse populair-theologische verhandeling uit de 2e, 3e of 4e eeuw waarin de belangrijkste waarheden van de christelijke waarden en leer in verband worden gebracht met voorbeelden in de natuur waarbij eigenschappen van dieren en planten een theologische of morele betekenis krijgen. Enkele dieren die vaak voorkomen zijn: 


Symbool voor

Arend

Gezichtsvermogen

Distelvink (zie het schilderij 'Madonna met distelvink' van Rafaël))

De doornenkrans bij de kruisiging van Jezus

Draak

Het kwaad

Duif

De heilige geest

Haan (vaak te zien op de kerktoren)

Waakzaamheid, aankondiger nieuwe dag

Hond (ook vaak te zien op het voeteinde van een graf)

Trouw

Lam (lam Gods)

Christus

Leeuw

Kracht, moed

Pelikaan

Opoffering



5. Waterspuwers (gargoyles in het frans)

Dieren waren ook vaak op kerken te zien, natuurgetrouwe dieren, fantasiedieren zoals draken, feniksen en eenhoorns en een combinatie van mens en dier zoals centauren. Ze hadden vaak een symbolische betekenis, maar niet altijd. Ze werden ook gewoon decoratief aangebracht. Ook hadden veel kerken waterspuwers (gargoyles). Ze komen voor in diverse vormen: dieren, fabeldieren, monsters en mensen. Waterspuwers zorgen ervoor dat het hemelwater goed wegloopt en niet in de muren van de kerk trekt. Naast de praktische functie van waterafvoer en versiering van het gebouw, kunnen waterspuwers ook een religieuze of een kwaadwerende functie hebben. Door hun lelijke en enge uiterlijk zouden ze kwaadwillende geesten en demonen buiten de kerk houden. Een andere theorie is dat de afschrikwekkende waterspuwers het leven brengende water door hun keel moesten laten gaan en zo werden  gedwongen iets goeds te doen, namelijk het bevloeien van de aarde.

Waterspuwer, Martinitoren Groningen


4. Dieren in de Renaissance (1400 - 1600)

In Italië ontstond begin 15e eeuw een hernieuwde belangstelling voor de kunst en cultuur van de klassieke oudheid. Daarom kreeg deze periode de naam 'Renaissance' dat wedergeboorte betekent. Schilders van de Renaissance maakten niet alleen maar schilderijen met religieuze thema's, maar ook gewone dagelijkse taferelen. Schilderijen werden meer levensecht en schilders verwerkten in religieuze schilderijen meer elementen uit het dagelijks leven. Gelovigen konden zich hierdoor makkelijker met de taferelen identificeren.
Mensen, dieren, planten en landschappen werden fijner en preciezer afgebeeld. Ook werd er gebruik gemaakt van perspectief. De olieverftechniek die begin 15e eeuw werd uitgevonden hielp daarbij. Schilders observeerden zelf meer en maakten studie van de natuur.  Daardoor kon een gelovige die er naar keek zich er ook meer mee identificeren. De kunst van de Renaissance verspreidde zich vanuit Italië over een groot deel van Europa.

Schilderkunst
De beroemdste schilder uit de vroege renaissance was de Florentijn Sandro Botticelli. Zijn bekendste werken zijn De Geboorte van Venus en La Primavera (beiden zonder dieren). De belangrijkste schilders uit de late renaissance zijn Leonardo da Vinci (1452 - 1519, tevens wetenschapper en uitvinder) bekend van de Mona Lisa, Michelangelo Buonarroti (1475 - 1564, tevens beeldhouwer) bekend van de fresco's op het plafond van de Sixtijnse kapel in het woon- en werkpaleis van de paus in Vaticaanstad) en Rafaël (Raffaello Sanzio, 1483 - 1520) (schilderingen in hetzelfde paleis).
In de Renaissance worden steeds meer nieuwe dieren afgebeeld in de schilderkunst. Dit komt o.a. door Albert Dürer (1471 - 1528) die als de grootste kunstenaar van de noordelijke renaissance (Noord-Europa) wordt beschouwd. Hij bestudeert, net als Leonardo Da Vinci, dieren nauwkeurig. De symboliek van dieren verdwijnt echter niet. Ze blijven ook dragers van symbolische betekenissen. Ze beelden in de Renaissance vooral deugden en ondeugden uit.




Leonardo Da Vinci - Dame met hermelijn (1489-1490)

Rafaël - De schepping van de dieren (1518-1590)

Albert Dürer - Haas (1502)

Dierenportretten
Dieren verschijnen ook op portretten. Ze zijn daar, net als bij de heiligen, een attribuut die iets zeggen over de geportretteerde persoon. Ze kunnen iets zeggen over de status van de persoon, het karakter of ze symboliseren een eigenschap.

Beeldhouwkunst
De beeldhouwkunst in de Renaissance begon met de Italiaanse beeldhouwer Donatello (1368 - 1466). Hij maakte in 1453 het ruiterstandbeeld 'Gattamelata', dat het eerste belangrijke bronzen ruiterstandbeeld sinds de Oudheid is. Het is gebaseerd op het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius uit 176 na Christus. In de Renaissance nam de invloed van de kerk af en ontdekte men opnieuw de schoonheid van de wereld en van het menselijk lichaam. Dat blijkt o.a. uit het beeld 'David' van Michelangelo Buonarroti (1475 - 1564). Giambologna (1529 - 1608) , ook wel Jean Boulogne, Giovanni Bologna of Giovanni da Bologna genoemd, was een Vlaams beeldhouwer beeldhouwer en één van de belangrijkste en meest invloedrijke beeldhouwers van de maniëristische stijl (na de hoogrenaissance, de tijd dat de renaissance zijn hoogtepunt bereikte.




Donatello (1368 - 1466),
Ruiterbeeld van Gattamelata in Padua, Italië

Leeuw van Venetië op het Dogepaleis

Bartolomeo Ammananti (1511 - 1592) Neptunusfontein in Florence


5. Barok (1600 - 1775) en Rococo (1730 - 1760)

De Barok ontstond in Rome en bouwt voort op de Renaissance waar het ging het weergeven van een ideaalbeeld. De Barok kenmerkt zich echter door een meer dynamische stijl met veel expressie, pracht en praal. Het gaat er niet alleen om schoonheid te scheppen, maar ook om gevoelens te tonen. Gevoelsuitdrukkingen van kracht, smachtende liefde tot God, onverzettelijkheid, smart, woede. Hierdoor is de stijl van de Barok realistischer en dramatischer. De kerk en het hof blijven de belangrijkste opdrachtgevers voor het maken van kunst.

Schilderkunst
De schilderkunst tijdens de barok kenmerkt zich door het gebruik van extreem realisme, dramatische effecten, sterke licht/donker contrasten (clair-obscur), veel emotie op gezichten en in de handgebaren van personen, veel beweging en druk/krinkelende figuren, berekende dieptebewerking en het gebruik van diagonalen in de compositie.
Peter Paul Rubens (1577 - 1640) is de beroemdste schilder van de Antwerpse School tijdens de Vlaamse barok en Rembrandt van Rijn (1606 - 1669) is de beroemdste schilder van de Hollandse School tijdens de barok. Johannes Vermeer (1632 - 1675) dateert ook uit de tijd van de barok. Hij is bekend van de schilderijen Het Melkmeisje en het Meisje met de parel.
Rubens schildert ook jachttaferelen, die voor de opdrachtgever ook een statussymbool zijn, omdat alleen de adel en het hof jaagde. Hij schildert dynamische en dramatische jachttaferelen waarin dieren met veel machtsvertoon worden bejaagd. Het gaat vaak om steigerende paarden en uitheems dieren zoals leeuwen, nijlpaarden en krokodillen. De schilders Frans Snijders (1579-1657) en Paul de Vos (1595 - 1678), assisteren Rubens vaak bij het maken van zijn schilderijen en drukken ook hun stempel op het genre van het jachttafereel. Snijders maakt van het dramatische jachttafereel een zelfstandige dierschilderij waarin de dieren de hoofdrolspelers zijn, de mens is afwezig. Een voorbeeld hiervan is het schilderij de Jacht op een everzwijn.

De Franse schilders Alexandre-Francois Desportes (1661 - 1743) en Jean-Baptiste Oudry (1686 - 1755) zijn de bekendste kunstenaars die van de dierenschilderkunst hun specialisatie maakten. Bij beiden lag de nadruk op het maken van jachttaferelen.Odry had ook veel invloed op de ontwikkeling van wandtapijten.

Uit de tijd van de Barok is ook de Nederlandse schilder Paulus Potter (1625 - 1654) en Melchior d'Hondecoeter (1636 - 1695). Potter schilderde vooral vee in het Nederlands landschap. Hij is o.a. bekend van De Stier (1647). Hondecoeter specialiseerde zich in het maken van stillevens met vogels, vooral pluimvee en exotische vogels uit Azië, Afrika en Australië. Zijn schilderijen zijn bedoeld als decoratieve voorstelling en hebben geen politieke of morele betekenis. Uit deze tijd dateert ook Het Puttertje van Carel Fabritius (1622 - 1654), maar hij schilderde niet vaak dieren.

Uit de tijd van de Barok dateren ook de werken van de schilder Jan Steen (1626-1679). Hij specialiseert zich in genrestukken met het dagelijks leven als hoofdonderwerp. Hierop zijn soms ook dieren te zien met veelal een symbolische betekenis.




Peter Paul Rubens, Nijlpaard en krokodiljacht, 1615-1616

Paulus Potter, De Stier,1647

Melchior d'Hondecoeter, Vogelconcert ca.1682


Beeldhouwkunst
Gian Lorenzo Bernini (1598 - 1680) is de belangrijkste vernieuwer in de beeldhouwkunst. Hij is o.a. de ontwerper van de bekendste fontein in Rome, de Trevifontein (met gevleugelde paarden), maar zijn grootste werken maakte hij voor de Sint Pietersbasiliek in Rome. Kerken proberen met de barokkunst ook het volk te imponeren om ze zo terug te krijgen naar de kerk. In Frankrijk wordt de barok door het Frans hof gebruikt en Lodewijk XIV (1638 - 1715) maakt deze kunststijl zeer populair. Hij liet o.a. het paleis van Versailles bouwen, waarvan de tuin vol is met beeldhouwkunst o.a. in de vorm van fonteinen. Velen daarvan bevatten ook dierenfiguren zoals de fontein van Latona met kikkers, de fontein van Apollo met paarden en dolfijnen en de drakenfontein met dolfijnen en zwanen.




Bernini, Trevifontein Rome, 1762


Étienne Maurice Faconet,
Leda en de zwaan, 1764-1766

Étienne Maurice Falconet, De bronzen ruiter (Peter de Grote) in St. Petersburg, 1782


Rococo
De stijl van de Rococo (late barok) is wat eleganter, lieflijker en luchtiger van karakter dan de Barok. De thema's worden minder ernstig, vrolijker en frivoler. Dit heeft te maken met het minder streng worden van de sociale en morele codes in de samenleving. De beeldhouwer Étienne-Maurice Falcone (1716 - 1791) wordt gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van het Franse rococo. Hij maakte o.a. het beeld De Bronzen Ruiter in St. Petersburg en het beeld Leda en de zwaan.

6. Classicisme (1640 - 1720) en Neoclassicisme (1775 - 1840)

Het Classicisme streefde de vermeende puurheid van de Griekse en Romeinse oudheid na met zijn zuiverheid van vorm en harmonie. Klassieke Griekse en Romeinse beeldhouwkunst dienden als voorbeeld, maar ook de grote meesters van de renaissance. De stijl is ook een reactie op de overvloedige vormentaal van de Barok en Rococo. Het uitbeelden van de realiteit werd belangrijk gevonden. De thema's in de classicistische schilder- en beeldhouwkunst zijn vaak ontleend aan de antieke geschiedenis en de mythologie en zijn soms moralistisch of heroïsch van aard.
In Nederland ontstond als regionale variant van het classicisme het Hollands classicisme. Het was de belangrijkste bouwstijl in de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de 17e eeuw. Gebouwen met beeldhouwkunst uit die tijd zijn het Paleis op de Dam (het voormalige stadhuis van Amsterdam) van Jacob van Kampen (1596 - 1657) dat is gebouwd van 1648 - 1655 en het door hem gebouwde Mauritshuis en Paleis Noordeinde in Den Haag. Ook het stadhuis in Maastricht en Paleis Het Loo in Apeldoorn zijn gebouwen uit deze tijd.

Het Neoclassicisme verwijst specifiek naar het classicisme in de periode 1775 - 1840. De belangstelling van de klassieke oudheid kwam mede voort uit de ontdekking van Pompeï (1748) waar kunst uit de oudheid werd opgegraven en de steen van Rosetta (1799). Het stadhuis van Groningen en het gebouw van Felix Meritis in Amsterdam beide van Jacob Otten Husly (1738 - 1796) zijn voorbeelden van het neoclassicisme in Nederland, maar ook het Paviljoen Welgelegen in Haarlem. De Verlichting, waarin het gebruik van de rede en gezond verstand werd bevorderd, heeft eveneens bijgedragen tot het ontstaan van een neoclassicistische stijl. Deze denkstroming beredeneerde dat de klassieke oudheid de 'juiste kunst' was vanwege zijn harmonie en schoonheid.

Veestuk
In de 17e eeuw komt het veestuk op. Een specialisme in de schilderkunst dat tot in de 20e eeuw populair blijft. Het gaat hierbij om schilderijen waarin vee, vooral runderen, schapen, geiten en varkens, centraal staan. Vaak zijn de dieren in een landschap afgebeeld, maar ook in stallen of op veemarkten.




Gerard van Honthorst, Granida en Daifilo, 1625

Angelica Kauffmann, Ferdinand IV Koning van Napels met zijn familie, 1782-1783

John Singleton Copley,
The western brothers, 1783





Artus Quellinus, Arion op Dolfijn,
Paleis op de Dam, 1655

Guillaume Coustou,
Paardentemmer - Chevaux de Marly,
Museum Louvre Parijs,1743-174
5

Bertel Thorvaldsen,
Ganimede met Jupiters Eagle,
Thorvaldsen Museum
Kopenhagen, 1817


7. Dieren in de Romantiek (1780 - 1850)

De Romantiek was een tegenreactie op de Verlichting. Romantici zetten zich af tegen de overwaardering van de ratio. De romantiek stelde het gevoel, de fantasie, de verbeelding, de intuïtie, de emotie, het onderbewuste, de spontaniteit het onverklaarbare en het raadselachtige voorop. De subjectieve ervaring werd door de kunstenaar als uitgangspunt genomen in plaats van het direct zintuiglijk waarneembare. Het gevoel werd boven de ratio gesteld. Het gevoelsleven, de verbeelding en de natuur worden vorm gegeven. Er ontstond een nieuwe blik op het leven, een nieuwe manier van leven. De kunstenaar verandert van een al dan niet gerespecteerd ambachtsman in een persoon met een bijzondere status die waardering krijgt voor zijn verbeeldingskracht.

Schilderkunst
In de schilderkunst werd de werkelijkheid enigszins geïdealiseerd weergegeven. De natuur werd ervaren als 'bezield'. Men verwonderde zich over de grootsheid van de natuur en beleefde de natuur intenser. Landschappen en historische gebeurtenissen (betovering van het verre) waren veelvoorkomende onderwerpen, maar er was ook aandacht voor de donkere kanten van het menselijke bestaan, dromen, nachtmerries en extreme ervaringen. De 'romantische kijk' keerde eigenlijk terug in alle andere thema's in de schilderkunst, van genrewerken tot zeestukken en van portretten tot stillevens. Alle schilderkunst kreeg een 'romantische ziel'. Dit zie je bijvoorbeeld terug in de schilderijen van Sir Edwin Landseer (1802 - 1873).
Het dierengevecht is een favoriet thema in de schilderkunst. De schilder Eugène Delacroix (1798-1863) legt zich met name toe op dit genre en verbeeld daarbij vaak exotische dieren. Hij speelt daarmee in op de fascinatie van mensen voor de wildheid en het instinct van dieren. Ook de schilder Théodore Géricault (1791-1824) doet dit.





George Stubbs, Cheetah en hert, 1765

Edwin Landseer,
Rouwende herdershond, 1837

Eugene Delacroix,
Leeuw en leeuwin in de bergen, 1847


Beeldhouwkunst

De Romantiek kwam ook tot uiting in de beeldende kunst. Hier lag het hoogtepunt van de Romantiek tussen 1820 en 1850. Beeldhouwers  vonden hun inspiratie vooral in sculpturen uit de Oudheid. Vaak werden historische thema's die nationalistische gevoelens weergaven met veel emotie dynamisch en heftig uitgebeeld. De beeldhouwkunst was vooral dienend aan de architectuur. Een voorbeeld hiervan is de Arc de Triomphe (1836) in Parijs met reliëfs van François Rude (1784-1855) waarop mensen en paarden strijdvaardig en theatraal zijn afgebeeld.

François Rude, Arc de Triomphe, Parijs (1836)


8. Dieren in het Realisme (1840 - 1880)

Het realisme streefde naar het weergeven van de (maatschappelijke) werkelijkheid. De werkelijkheid van het leven, politieke, maatschappelijke en sociale omstandigheden werden in de kunst verbeeld. De kunst keek naar de dagelijkse werkelijkheid waardoor ook de gewone burgers/het volk een plek in de kunst kregen in plaats van mythologische en historische figuren. In de beeldhouwkunst zien we er vooral veel historische monumenten van terug, bijv. de Arc de Triomphe in Parijs.
De kunstenaars zetten zich af tegen de rijke bourgeoisie die de kunst had vastgelegd in regels, conventies en wetmatigheden. Deze strom
ing was vooral sterk in Frankrijk rond het midden van de 19e eeuw.
Het naturalisme kan worden gezien als een onderdeel van het realisme. Deze kunststroming focust op het weergeven van de zintuiglijke waarneming.

Schilderkunst
Het realisme beeldde alledaagse gebeurtenissen af. De manier van schilderen was vergelijkbaar met die van de romantiek: veel aardetinten en realistische verhoudingen en kleuren. De niet geïdealiseerde werkelijkheid werd weergegeven. Het plattelandsleven en de vaak miserabele omstandigheden waaronder de lage sociale klasse leefde vormden vaak inspiratie voor de schilders. Schilders uit deze tijd zijn o.a. Otto Eerelman (1839 - 1926), Briton Rivière (1840 -1920), Henriëtte Ronner-Knip (1821 - 1909) en Rosa Bonheur (1822 - 1899).




Rosa Bonheur, Ploegen in de Nivernais, 1849

Briton Rivière, The Long Sleep, 1868

Otto Eerelman, De Paardenkeuring op de Grote Markt op de 28ste augustus,1920

Beeldhouwkunst
Tijdens het realisme werden dierensculpturen populairder en meer gewaardeerd. De Franse beeldhouwer Antoine-Louis Barye (1795-1875) was hierin pionier en leidend en wordt gezien als de aartsvader van de westerse dierbeeldhouwkunst. Eigenlijk bevindt de oorsprong van de Animalierkunst zich in de Jardin des Plantes die dateert uit de 17e eeuw. In 1792 kwam de koninklijke menagerie van het kasteel van Versailles hier naar toe. Barye besloot om natuurgetrouwe sculpturen te maken van een aantal wilde dieren, bij voorkeur in actie, waarbij hij zo goed als mogelijk hun anatomie en karakter probeerde weer te geven. Op tentoonstellingen waren dit soort kunstwerken nooit eerder vertoond. Zijn combinatie van romantische dramatiek en realisme sloeg aan en werd gevolgd door andere Franse beeldhouwers zoals Emmanuel Frémiet (1824-1910), Christophe Fratin (1801-1864), Pierre-Jules Mêne (1810-1879), schilderes en beeldhouwster Rosa Bonheur (1822-1899), Isidore Bonheur (1827-1901) en Auguste Cain (1822-1894) en Rembrandt Bugatti (1884 - 1916). Franse musea kochten het werk van deze animaliers aan en in Frankrijk verschenen grote realistische diergroepen om pleinen en parken te verfraaien.




Antoine Louis Barye, Leeuw met slang

Rosa Bonheur, Stier,1860

Rembrandt Bugatti,Olifant,1919


9. Dieren in het Impressionisme (1860 - 1910)

Het Impressionisme ontstond vanuit de schilderkunst en stond aan de wieg van het modernisme uit de 20e eeuw. Het Impressionisme kenmerkt zich door de gerichtheid op de beleving van het moment (de kunstenaar legt een impressie vast van de zichtbare wereld), de subjectieve waarneming van de kunstenaar, de keuze voor thema's uit het dagelijks leven, de bijzondere aandacht voor lichteffecten en kleur, een schetsachtige werkwijze en het werken in de openlucht.
Het impressionisme ontstond mede doordat een aantal kunstschilders zich afzette tegen de regels van de Académie des Beaux-Arts en de Parijse salon binnen de Parijse kunstwereld. Die boden door hun regels weinig ruimte voor vernieuwende ideeën. Het impressionisme stelde alle bestaande opvattingen over kunst ter discussie. In de 19e eeuw ontstond ook het beroep van kunsthandelaar. Deze adviseerde, bemiddelde en bracht het werk van kunstenaar onder de aandacht. Hierdoor werden schilders minder afhankelijk van de jaarlijkse Salon in Parijs.

Schilderkunst
Een dierenschilder van het impressionisme is Willem Maris (1844 - 1910). Hij schilderde vooral landschappen met dieren, zoals 'Koeien aan een plas en eenden aan de slootkant'. Hij zei echter: 'Ik schilder geen koeien, maar licht. In Nederland was Isaac Israëls (1865-1934) één van de bekende schilders van de Amsterdamse Impressionisten. Bekende Franse kunstschilders van het impressionisme zijn Claude Monet, Pierre-Auguste Renoir en Edgar Degas.  1865-1934 - Isaac, de zoon van Jozef, was geïnteresseerd in kleur. Zijn door Franse collega's beïnvloedde werk maakte de Hollandse impressionisten beroemd. Hij werkte in Amsterdam, Parijs, Londen en op Bali, maar betrok later het atelier van zijn vader in Den Haag. Hieronder twee schilderijen en een tekening met het onderwerp 'ezeltjerijden'.

Vincent van Gogh, Paul Gauguin, Georges Seurat en Paul Cézanne worden gerekend tot de post-impressionisten. Zij wilden vooral verder gaan dan alleen weergeven wat kan worden waargenomen. Zij vervormden met hun schilderkunst de werkelijkheid min of meer met als doel om meer gevoel in het schilderij te leggen. Het post-impressionisme heeft veel kunstenaars geïnspireerd tot nieuwe stromingen en bewegingen in de 20e eeuw.




Pierre-Auguste Renoir, Vrouw met kat, 1875

Claude Monet, Kalkoenen op Château de Rottembourg, Montgeron,1876

Edgar Degas, Before the race,1893

Beeldhouwkunst
In het impressionisme stond voor beeldhouwers de ontbinding van het materiaal centraal en zij probeerden om het licht bepalend te laten zijn voor het effect van de sculptuur. De sculpturen ogen vaak onaf, gefragmenteerd, met afgebroken randen, en geven vaak de schijn van een studie. Ze geven echter nog steeds uiting aan de ervaring van de passieve werkelijkheid door de kunstenaar. Dit in tegenstelling tot de traditionele beeldhouwkunst waar volume en gewicht van de sculptuur centraal stonden. O.a. Auguste Rodin (1840 - 1917) werd door het impressionisme beïnvloed. Met zijn werkwijze wilde hij ontstaansproces van een beeld laten zien. Hij liet in de klei of het brons vingerafdrukken en onregelmatigheden zichtbaar.en maakte het materiaal niet glad af. Wanneer het licht over dit onregelmatige oppervlak valt, geeft het zijn beelden beweeglijkheid. In Nederland specialiseerde Joseph Mendes da Costa (1863 - 1939) zich in impressionistische figuren, maar ook zijn neef Henri Teixeira de Mattos (1856 - 1908).




Edgar Degas, Horse clearing an obstacle, 1887-1888

Joseph Mendes da Costa, Uil, 1912

Jaap Kaas, Mantelbaviaan, 1938

Dieren in de Art Nouveau/Jugenstil (1890 - 1914)
In de periode van de Art nouveau of Jugendstil staat vooral de schoonheid van de kunst centraal. De stijl beoogt nieuwe kunst voor een nieuwe en betere samenleving te realiseren. Het ontstond als reactie op de moderniteit en de gecultiveerde efficiency die in de samenleving ontstond. In de maatschappij vonden grote veranderingen op sociaal en economisch gebied plaats zoals nieuwe uitvindingen en technische innovaties (o.a. de telegraaf en telefonie), industrialisering van de productie, de aanleg van nieuwe infrastructuur nationaal en internationaal, een grote groei van de bevolking die ook meer koopkracht kreeg en verstedelijking.
De kunst van de Art Nouveau kenmerkt zich vaak door het ontbreken van symmetrie en inspiratie wordt gehaald uit de sierlijke elementen in de natuur met karakteristieke vormen, vaak uit verre exotische landen. Dit resulteert in de versiering van gebouwen met bloemen- en dierenmotieven. De motieven bestaan vaak uit gracieus gestileerde planten en bloemen met lange stelen (lelies, kelken, irissen, papavers, rozen), vogels (flamingo's, pauwen, eenden met hun decoratieve verenkleed), libellen, de eivorm, wolken- water- en rotspartijen, vaak gecombineerd met slanke vrouwen in lange jurken. De pauw is misschien wel het meest voorkomende dier in de Art Nouveau. Een belangrijke bron van inspiratie voor de Art Nouveau van inspiratie is ook de Oosterse en Aziatische kunst (via het toenmalige Nederlands-Indië). Het modeverschijnsel van het japonisme, de fascinatie voor alles wat Japans, zie je regelmatig terug bijvoorbeeld in de vorm afbeeldingen van exotische vogels, slangen, vissen en draken. Apen zijn ook vaak te zien in de Art Nouveau en komen voort uit de fascinatie van kunstenaars voor deze dieren o.a. omdat ze dicht bij de mens staan (evolutietheorie) en emoties bij deze dieren goed zichtbaar zijn. Apen werden dan ook door kunstenaars veelvuldig bestudeerd in de dierentuin Artis, waar apen behoorden tot een van de eerste diersoorten die er werden gehouden.




Flamingo, Zadelstraat 19, Utrecht

Zwaluwen, Ubbo Emmiussingel 110, Groningen

Aap, Damrak 26, Amsterdam


10. Dieren in het Expressionisme (1905 - 1940)

In het expressionisme dat begon in Duitsland verdwijnt de band met de werkelijkheid vaak waardoor nieuwe vormen een kans krijgen. Het expressionisme kent maar één wet en die luidt dat er geen wetten zijn of mogen worden opgelegd. In het expressionisme staat de gevoelswaarde voorop, net als in de romantiek. De kunstenaar toont zijn persoonlijke visie op de werkelijkheid. Zijn gevoelens en ervaringen staan centraal en hij probeert deze uit te drukken door een zekere vervorming van de werkelijkheid. Dit vormt een tegenstelling met het impressionisme waarin vooral het uiten van de passieve werkelijkheid zoals men die ervaart vooropstaat.
Eigenlijk is de kunststroming ‘expressionisme’ een verzamelbegrip. Verschillende kunstenaars en kunstenaarsgroepen die rond 1905 in diverse Europese landen actief zijn kunnen expressionistisch genoemd worden, bijvoorbeeld Die Brücke en Der Blaue Reiter.

Schilderkunst
In de schilderkunst wordt o.a. afgeweken van de werkelijkheid door andere felle en onnatuurlijke kleuren te gebruiken. Kleur wordt gebruikt om gevoelens te accentueren. Daarnaast worden grillige beelden en vervormingen geschilderd en vaak wordt grof en met dikke verf geschilderd. Er worden platte vlakken en geen perspectief gebruikt . Ook wordt de natuur vervormd om deze meer expressiekracht te geven.
Een voorloper van het Expressionisme is Vincent van Gogh. Hij schilderde echter nog met perspectief en de expressionisten niet.
Paul Gauguin (1848-1903) wordt gezien als de vader van het expressionisme. De Oostenrijkse Oscar Kokoschka (1886 - 1980) was een expressionistische schilder die ook veel dieren heeft geschilderd, maar ook de Duitse schilder Franz Marc (1880- 1916) schilderde veel dierenportretten. Ook de Nederlandse kunstenaar Karel Appel (1921- 2006) kan worden gerekend tot expressionisten. 




Paul Gaugain, The Red Dog, 1892

Franz Marc, Blauw en rood paard, 1912

Oskar Kokoschka, Cat,1910

Beeldhouwkunst
Het expressionisme toont sculpturen waarin de kunstenaar zijn persoonlijke interpretatie van een situatie/onderwerp, zijn gevoelens of zijn ervaringen probeert uit te drukken. Hierdoor laat de kunstenaar het puur realistische in de vormgeving los en kennen de sculpturen een zekere vervorming van de werkelijkheid. Hiermee werd het gevoel sterker tot uitdrukking gebracht.
Niet alle beeldhouwers binnen het expressionisme kiezen voor abstracte vormen, ook realistische beelden die de werkelijkheid weerspiegelden werden gemaakt. Ze tonen dan vaak veel expressie.

11. Kubisme, Dada, Surrealisme etc.

Na het expressionisme volgen in de rest van de 20e eeuw verschillende kunststromingen binnen de moderne kunst elkaar zoals het kubisme (o.a. Picasso, 1881-1973), dada en het surrealisme (o.a. Dali 1904-1989 en Margritte 1898-1967), de abstracte, non-figuratieve kunst (Mondriaan 1872-1944), de kunst met wiskundige principes van Esher (1898-1972) en pop-art (o.a. Andy Warhol 1928-1987). De kunst werd steeds maar vernieuwd en er werd druk geëxperimenteerd met diverse materialen (niet alleen maar brons, marmer en klei). Ook de thema's worden diverser en alles kan. En zo is het nu nog.




Picasso, Cat eating a bird, 1939

Dali, De verzoeking van Sint Antonius, 1946

Renë Margritte,The Companions of fear, 1942


Bronnen

Boeken

  • Borman, Beatrice van, Oscar Kokoschka - Mensen en beesten, 2013
  • Eskens, E., Een beestachtige geschiedenis van de filosofie, 2015
  • Honour, Hugh & John Fleming, Algemene kunstgeschiedenis, 2010
  • Locht, Marthy, Dieren in de kunst. Fauna in de schilderkunst van de late middeleeuwen tot het einde van de negentiende eeuw, 2013
  • Madoc, Dertig dieren in de Middeleeuwen, 2017
  • Rob Mohlmann, Beste Beesten - Het hedendaagse dierstuk, 2006


Websites