"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Werkdieren vroeger

Het inzetten van dieren om werk te verrichten ontstond, omdat dieren over andere nuttige capaciteiten beschikken dan de mens. De inzet van dieren voor de volgende werkzaamheden is verdwenen. Meestal omdat een nieuwe technologie de plek van het dier innam.


Gashond
Het Utrechts Gasbedrijf en het Nederlands Gasinstituut hebben in het verleden speurhonden ingezet voor het opsporen van gaslekken, omdat het opsporen van gaslekken met behulp van een lekzoekapparaat en zelfs met een gaslekploeg met moderne apparatuur een tijdrovend karwei was. Daarbij moesten namelijk systematisch tegels uit de straat worden gelicht en leidingen op gaslekken worden gecontroleerd.
Het Gasinstituut heeft destijds een voorlichtingsfilm gemaakt die laat zien hoe speurhond Kees werkte. Zie hieronder



Kanaries in de mijnen
Mijnwerkers namen vroeger vaak een kanarie in een kooi mee onder de grond om zichzelf te beschermen tegen het gevaarlijke explosieve en brandbare mijngas. Dit gas is lichter dan lucht, reukloos, smaakloos en kleurloos en was daarom moeilijk te detecteren. Kanaries roken het gas veel eerder dan mensen. Als de kanarie van zijn stokje viel, wisten de mijnwerkers dat ze zo snel mogelijk weg moesten komen. Hier is waarschijnlijk ook de uitdrukking ‘van je stokje gaan’ vanaf geleid.
In de ondergrondse mijnen waren ook altijd veel muizen die net zoals kanaries het mijngas kunnen ruiken. Ook deze dieren hielden de mijnwerkers in de gaten. Met de komst van elektrische apparaten die de hoeveelheid mijngas kunnen meten, is het gebruik van kanaries gestopt.
Paarden werden vroeger ook in de mijnen gebruikt om de kolen door de mijngangen naar een centraal punt te brengen.

Paarden als rijdier, trekdier en lastdier

Rijdier
De oudste aanwijzingen dat paarden als rijdieren zijn gebruikt komen uit Rusland en Centraal-Europa. Hier zijn ze circa 4.000 v. Christus gedomesticeerd. Nadat het paard eeuwenlang was bejaagd voor zijn vlees, ontdekte de mens dat het dier meer nut had dan alleen consumptie. In West-Europa werd het rijdier waarschijnlijk in de bronstijd geïntroduceerd. Het was toen betrekkelijk zeldzaam. Pas in de ijzertijd zijn er ruime aanwijzingen voor het paard als rijdier. In veel 'rijke' graven zijn bitten en ruiterbeslag aangetroffen. De associatie met de rijkdom van de begraven personen suggereert dat het met name de elite was die zich een paard kon veroorloven. Met een paard was je niet alleen zelf sneller op een bestemming, maar konden ook berichten sneller worden bezorgd door koeriers. Paarden waren ook nuttig om het vee op te drijven. In Amerika kun je het Pony Express National Museum bezoeken dat is gewijd aan de eerste ponyexpress die goederen en post via paarden over het Noord-Amerikaanse continent vervoerde van 1860-1861.

Trekdier
Vanwege hun kracht werden paarden vroeger ook ingezet als trekdier. Dit gebeurt overigens nog steeds in verschillende landen en in Nederland nog recreatief.


Paarden werden ingezet om (post)koetsen, karren en wagens te trekken.


Paarden in de landbouw werden ingezet om te ploegen, zaaien, oogsten en maaien. Paarden zijn ook ingezet in tredmolens die werden gebruikt voor het oppompen van water of het malen van graan. Toen er nieuwe werktuigen en machines kwamen verdween het werk voor het paard en verloor het zijn praktische functie in de landbouw.


Paarden in de mijnbouw: In de Limburgse mijnen trokken paarden de ondergrondse kolenwagens voort. De eerste mijnpaarden kwamen in oktober 1866 in het ondergronds bedrijf. Bovengronds vervoerden paarden kolen naar de woningen van de mijnwerkers of haalden ze vuilnis op.


Paardenreddingsboot: In 1824 werd op Ameland de Noord Zuid Hollandse Reddingsmaatschappij opgericht (nu KNRM) en werd de reddingsboot door paarden naar de zee gebracht. Toen op 14 augustus 1979 de paarden in een diepe geul terecht kwamen en er acht verdronken werd hier mee gestopt. Er werden weer nieuwe paarden opgeleid, maar die werden doordat er modernere reddingsboten kwamen nog maar weinig gebruikt. Nu wordt de paardenreddingsboot alleen nog gebruikt voor demonstraties voor toeristen in vakantieperiodes.


Paardentram: De eerste paardentramlijn in Nederland werd in 1864 geopend en liep van Den Haag naar Scheveningen, langs de Oude Scheveningseweg. In 1875 werd in Amsterdam de eerste paardentramlijn geopend en in 1879 begon de paardentram in Rotterdam. Niet alleen in de steden, maar ook in kleinere plaatsen verschenen paardentrams, veelal als alternatief voor de duurdere stoomtram. Ook werden paardentrams toegepast waar de rookoverlast van de stoomtram dit nodig maakte. De meeste paardentrams in de grotere steden werden tussen 1900 en 1914 vervangen door elektrische trams. De laatste paardentram in Nederland reed in 1930 tussen Makkum en Harkezijl in Friesland. In Rotterdam heeft de paardentram zo’n 50 jaar gereden, van 1879 tot 25 oktober 1928. Hier zie je beelden van de paardentram in Rotterdam en hier beelden van de laatste paardentram in Amsterdam.


Trekschuit: Paarden (of mensen) werden ingezet om een trekschuit, een historisch schip, vanaf de wal voort te trekken. De trekschuit werd vooral gebruikt voor vervoer van passagiers. Het ontstaan van de trekschuit wordt in verband gebracht met de opening van het kanaal Willebroek - Brussel in 1561. Ook is bekend dat in 1582 bij Leiden reizigersvervoer per trekschuit plaats vond. In het gewest Holland, Friesland en in Stad en Lande werden na 1632 veel trekvaarten gegraven. In de 17e en 18e eeuw waren er in deze gewesten veel verbindingen die met trekschuiten werden onderhouden. Tot de komst van de spoorwegen in de 19e eeuw was de trekschuit de meest comfortabele en regelmatige wijze van transport tussen de steden en dorpen die met trekvaarten waren verbonden. Klik hier voor een filmpje.

Postduiven


In het verleden werden postduiven gebruikt voor het versturen van berichten en van post. Dit gebeurde al vanuit belegerde steden tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Nadien ook in de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) en in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Ze kregen de naam oorlogsduiven. Klik hier voor een filmpje uit 1930 over de Rijkspostduiven.

Klik hier voor meer informatie over duiven in de Eerste Wereldoorlog.

Trekdieren in de landbouw
Voordat landbouwmachines als de tractor hun intrede deden, werden zowel paarden als ossen veel gebruikt in de landbouw. Paarden werden ook ingezet voor het verslepen van stammen in de bosbouw, omdat ze de bodem minder beschadigen dan zware machines. In Nederland gebeurt dat nog nauwelijks, maar in het buitenland wel. Klik hier voor een filmpje.

Trekhonden


Van schilderijen en uit allerlei andere bronnen is bekend dat al rond 1675 hondenkarren in Nederland voorkwamen. Rond 1800 was de trekhond en de hondenkar 'ingeburgerd' in Nederland. De mens liet de hond voor hem werken door hem voor, onder of achter de kar te spannen. De hond was een goedkopere werkkracht dan het paard. Een hond was meestal goedkoop in de aanschaf en stelde geen hoge eisen aan voeding, onderkomen en verzorging. Honden aten wat de pot schaftte. Honden trokken niet alleen karren, maar ook ploegen en zelfs trekschuiten. Het waren voornamelijk de voorouders van de huidige bekende hondenrassen die als trekhond werden gebruikt: bouviers, Duitse doggen, Duitse herders, groenendaelers, Hollandse herders, Pyrenese berghonden, sennenhonden en Siberische husky’s. Rond 1900 waren er in Nederland zo’n 80.000 honden actief als trekhond. Bakkers, slagers, groenteboeren, melk- of petroleumverkopers, maar ook boeren zetten trekhonden in om hun handelswaar te vervoeren. Ook het ministerie van Defensie had honden in dienst. Deze trokken in tweespan mitrailleurwagens van zo'n 150 kilo vooruit. In totaal zijn er 1200 honden in dienst geweest. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog werden de meeste honden door Defensie verkocht. 

 

 

 

In de Trekhondenwet van 1910 werd een vergunning voor het gebruik van de hond als trekhond verplicht gesteld. De vergunning werd pas verstrekt wanneer aan de voorschriften wat betreft de begeleider, hond en kar werd voldaan. In 1912 werd de Anti Trekhonden Bond opgericht, die nu door het leven gaat als de Hondenbescherming. Zij veroordeelden het gebruik van honden als trekdier. Ze achtte dit in strijd met de lichaamsbouw van honden. De kritiek op de hondenkar leidde tot een hevige maatschappelijke discussie. Aan de ene kant stond de ‘Bond tot Bescherming van den Trekhond’ die van mening was dat elke hond geschikt was voor het zware werk. Wel moesten de honden beschermd worden tegen verkeerde, ruwe en soms wrede behandeling. Daar tegenover stonden de voorstanders van een verbod op het gebruik van trekhonden: de ‘Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren’, de ‘Federatie van Vereenigingen inzake het gebruik van den hond als trekdier in Nederland’, de ‘Vereeniging tegen Trekhondenmisbruik’ en de Anti Trekhonden Bond. Er waren veel problemen met het welzijn en de gezondheid van de trekhonden: schaafplekken die niet goed verzorgd werden en gingen ontsteken, inzet van kreupele of te jonge honden, doorzakte ruggen, ondervoede honden en honden die werden verwaarloosd. Tegenstanders van de hond als trekdier wonnen in de loop der jaren langzaam terrein.

De Wet op de Dierenbescherming, die met ingang van 1962 in werking trad, verbood uiteindelijk het beroepsmatig werken met honden. Toen stonden er nog maar 23 trekhonden geregistreerd. Veel waren er al vervangen door de komst van de elektriciteit. Nederland kwam pas laat met een verbod. Engeland had al een verbod in 1855 en België had een verbod in 1951. In Denemarken was het werken met de hond met de hondenkar niet toegestaan. Meer informatie over het gebruik van de hondenkar is te vinden op www.hondmethondenkar.nl

Honden en katten voor ongediertebestrijding
Zowel honden als katten werden ingezet voor het bestrijden van ongedierte zoals muizen en ratten. Honden werden ook ingezet voor de jacht op mollen. Op schepen waren vaak scheepskatten aanwezig die de schepen vrijhielden van ongedierte.

Dieren in de oorlog


Diverse dieren zijn gebruikt in oorlogstijd, en worden daar nog steeds voor gebruikt. De bekendste zijn paarden, postduiven en honden (zie hierboven), maar ook olifanten. Olifanten werden in het verleden ingezet voor militaire doeleinden en o.a. getraind om te dienen als vervoermiddel. Hymnes in het Sanskriet bevestigen het gebruik van olifanten voor militaire doeleinden 1100 v. Christus. Een bekende groep olifanten werd gebruikt door Hannibal tijdens de Tweede Punische Oorlog. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden olifanten gebruikt door Japan en de geallieerden. Olifanten konden namelijk dingen verplaatsen op plekken waar voertuigen niet konden komen.


Peter Vandermeersch gaf in 2014 bij het tv-programma 'De Wereld draait door' een kort college over dieren in de Eerste Wereldoorlog en de vele dierenslachtoffer die daarbij zijn gevallen, o.a. naar schatting 8 miljoen paarden. Die werden getroffen door machinegeweren en granaten, leden aan schurft of koliek, stierven van de kou, honger, uitputting of door het eten van door mosterdgas vergiftigd gras.
Klik hier voor het college.

Voor alle dieren die in de oorlog zijn omgekomen, is in Londen een monument opgericht het The Animals In War Memorial.