"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Dieren voor vermaak vroeger

Vroeger vonden er in Nederland en in andere landen nog andere vormen van vermaak plaats.
Inmiddels zijn deze niet meer toegestaan of verdwenen.


Dansende beren
Dansende beren waarmee de eigenaren geld probeerden te verdienen, kwamen in het verleden voor in Bulgarije, Turkije, Rusland, India en Nepal. Deze landen hebben het inmiddels verboden om beren te trainen als dansberen. Illegaal komt het nog wel voor. Het Wildlife Trust of India en de World Animal Protection vonden in 2010 nog tussen de 10-15 beren.
In Pakistan zijn er nog steeds dansberen. Klik hier voor een filmpje.

 


 

Dierengevechten
Het Colosseum was geheel bedoeld voor de spelen die werden georganiseerd en gefinancierd door de heersende keizer. Bij de opening organiseerde Titus spelen die 100 dagen duurden. Volgens de overlevering waren er naast vele gladiatorengevechten de meest verbazingwekkende schouwspelen te zien. Zo was er een gevecht tussen kraanvogels en een gevecht tussen vier olifanten. Negenduizend tamme en wilde dieren werden afgeslacht. Ook vrouwen traden op als wilde-dierenvechters. Bij normale spelen in het Colosseum werden ’s morgens wilde-dierengevechten gehouden waarbij bestiarii (wilde-dierenvechters) vochten met allerlei wilde dieren in venationes (jachtpartijen). De arena werd op passende wijze ingericht met rotspartijen, struiken, e.d. Tussen de middag was er voor geïnteresseerden een pauzeprogramma waarin veroordeelde gevangenen voor de wilde dieren werden gegooid. In de latere Oudheid werden vooral veel christenen tot de wilde dieren veroordeeld (damnatio ad bestias). Het middagprogramma met de gladiatorenshows (munera) vormde het hoogtepunt. (bron: F. Meijer)

 



Ganstrekken
Bij het ganstrekken (ook wel gansslaan of gansrijden genoemd) en aanverwante volkstradities met dieren ging het er meestal om een dier te onthoofden. Slachtoffers waren levende ganzen, eenden, pauwen, hanen, katten, konijnen en geiten. Deelnemers trokken met blote handen of sloegen en gooiden met knuppels, messen of zwaarden. Men bewoog zich voort te paard, per boot, op schaatsen, met een kar, zittend op een rad of gewoon te voet, al dan niet geblinddoekt. In Nederland vindt met carnaval het ganstrekken nog steeds plaats in het Zuid-Limburgse Grevenbicht door de folkloristische vereniging van ganstrekkers uit Grevenbicht. Ook in België, Duitsland, Peru en Spanje zijn nog enkele dorpen die deze activiteit bezigen.

 

 


Hanen bekogelen of hanen gooien
Het bekogelen van hanen was voornamelijk populair in Engeland rond 1750. Een haan werd vastgebonden op een hoge paal en de mensen bekogelden hem met stokken tot hij dood was. Volgens overlevering stond de haan symbool voor Frankrijk dat de Engelsen haatten.

Klik hier voor meer info.




Katknuppelen
Bij het katknuppelen wordt een kat in een houten ton opgesloten en aan een touw tussen twee bomen opgehangen. De deelnemers gooien vervolgens met houten knuppels tegen de ton. De bedoeling is dat de ton in duigen wordt geslagen, waarna de kat onder luid gekrijs kan ontsnappen. In tegenstelling tot veel andere kwelspelen bracht het dier het er hier levend van af. In een aantal dorpen in Nederland (o.a. Noordwijkerhout, Callantsoog, Lisse, Wijk aan Zee) wordt er op volksfeesten/kermissen nog aan katknuppelen gedaan maar dan zonder kat. Het wordt dan ook wel tonknuppelen genoemd.

 



Katbranden
Katbranden was een variant op het katknuppelen waarbij één of meerdere katten (in sommige gevallen een vos) in een ton of zak werden opgesloten waarna deze werd opgehesen en neergelaten boven een vuur. De mensen keken lachend toe, terwijl de katten in uiterste doodsnood worstelden en krijsten terwijl ze levend verbrandden. Wanneer de katten uiteindelijk waren verkoold namen de mensen sintels mee naar huis, omdat men dacht dat dat geluk bracht. De best gedocumenteerde gevallen stammen uit Frankrijk (met name Parijs maar ook daarbuiten) en het Portugese Campia. Er zijn gevallen in Parijs bekend waarbij koningen persoonlijk het vuur aanstaken.

 



Octopusworstelen
In de jaren 60 was octopusworstelen populair in het westen van de Verenigde Staten. Er was zelfs een jaarlijks wereldkampioenschap. Bij het spel moesten één of meerdere duikers onderwater een octopus vangen en naar de kant brengen. Prijzen gingen naar de individuen of teams die de grootste exemplaren het vaste land op trokken. Foto:Wikipedia

 



Palingtrekken
Een vergelijkbaar spel als het gansttrekken was het palingtrekken, een oud Amsterdams spel. Bedoeling van het spel is dat deelnemers vanuit een bootje een levende paling proberen te pakken. Deze paling hangt aan een touw dat over een gracht is gespannen.  De spelers moesten daar in bootjes onderdoor varen en de glibberige paling proberen te pakken, met het risico in het water te belanden. In de 19e eeuw verbood de overheid deze vorm van vermaak.

 



Voswerpen
Voswerpen was een populair volksvermaak in de Duitse landen in de 17e en 18e eeuw. Binnen een afgesloten gebied namen teams van twee personen ieder een uiteinde van een groot stuk stof vast en gingen met een tussenruimte van enkele meters tegenover elkaar staan. Vervolgens werd een vos of een ander dier van soortgelijke grootte losgelaten en tussen de personen door gejaagd. Op het moment dat het dier over de lap rende, werd deze lap door de twee teamleden opgepakt en werd het dier de lucht ingeslingerd. Het team dat het dier het hoogst de lucht in kon werpen won. De dieren zelf liepen dikwijls zwaar of dodelijk letsel op. Ze werden soms namelijk wel tot 7.5 meter de lucht in geworpen. Wanneer het dier dit overleefde werd het meestal doodgeknuppeld. De beroemdste wedstrijd werd in Dresden gehouden door Augustus II van Polen. Bij dit grootse evenement werden 647 vossen, 533 hazen, 34 dassen en 21 wilde katten geworpen.

 

 


Vlooiencircus
Het vlooiencircus of vlooientheater is een oude kermisattractie. Er zijn 2500 soorten vlooien, maar vooral de mensenvlooi werd gebruikt in het vlooiencircus vanwege zijn grootte. Daarbij zijn het alleen de vrouwtjes die worden gebruikt, omdat die groter en sterker zijn. In een klein (mobiel) theater trekken de vlooien kleine koetsen of karretjes, zetten ze een draaimolen in beweging of schieten met ballen op een doel. De vlooien zitten met een fijne draadje aan de objecten bevestigd. Op de website www.flea-circus.com vind je meer informatie over hoe het vlooiencircus werkte.