"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Beleid en regelgeving voor dieren die worden gehouden voor vermaak

Voor dieren die voor vermaak worden ingezet is in ieder geval de Wet dieren van toepassing. Hierin is onder andere bepaald dat:

  1. het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen (artikel 2.1)
  2. het verboden is om dierengevechten te organiseren of om dieren aan dierengevechten te doen deelnemen (artikel 2.15)

Circussen
In Nederland is het per 15 september 2015 verboden om wilde dieren in het circussen en bij andere optredens te gebruiken. Het welzijn, de gezondheid en het natuurlijk gedrag van wilde dieren in een circus worden te veel aangetast. De volgende zoogdiersoorten mogen wel optreden in een circus: ezel, paard, hond, kat, rund, schaap, geit, varken, lama, alpaca, kameel, dromedaris, konijn, bruine rat, tamme muis/huismuis, cavia, goudhamster en gerbil. Ook dieren van andere dierklassen zoals vogels, reptielen, amfibieën en insecten mogen wel optreden in een circus.
Voor het gebruik van deze dieren zijn de bepalingen uit de Wet dieren zoals hierboven genoemd zijn van toepassing. Het vervoer van circusdieren moet voldoen aan de bepalingen van de Transportverordening (EG nr. 1/2005). Dit betekent onder meer dat de dieren geschikt moeten zijn om vervoerd te worden, dat de vervoermiddelen geen letsel en lijden opleveren, dat de dieren over voldoende vloeroppervlak en stahoogte beschikken en dat ze op gezette tijden water, voedsel en rust krijgen. Circussen met dieren moeten zich, voorafgaand aan het vertrek vanuit Nederland naar een andere EU-lidstaat, melden bij de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA controleert dan het dierregister, het locatieregister, de paspoorten en de klinische situatie van de dieren.
Op basis van de CITES-regelgeving is het verboden om bepaalde diersoorten, zoals tijgers en olifanten, uit het wild te verwerven. De CITES-regelgeving is geïmplementeerd in de Flora- en faunawet. De Flora- en faunawet bevat voorts een verbod op het handelen in, vervoeren van of onder zich hebben van beschermde inheemse en uitheemse diersoorten. Als beschermde uitheemse diersoorten zijn niet alleen aangewezen de soorten die op de lijst van de CITES-regelgeving staan, maar ook andere soorten die zijn aangewezen krachtens de Habitatrichtlijn (richtlijn 92/43/EG). Van het verbod kan ontheffing worden verleend.
De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het publiek, alsmede de veiligheid van dieren ten opzichte van elkaar, ligt bij de gemeenten. Gemeenten kunnen in hun Algemene Plaatselijke Verordening regels stellen ten aanzien van de veiligheid en openbare orde.
In Europa verbiedt alleen Oostenrijk het gebruik van niet-gedomesticeerde dieren in circussen geheel. In Bulgarije, Denemarken, Hongarije, Finland en Zweden is sprake van een gedeeltelijk verbod. Landen als België en Duitsland leggen geen verbod op, maar stellen minimumeisen. Als reden voor een geheel of gedeeltelijk verbod wordt veelal genoemd dat bepaalde niet-gedomesticeerde diersoorten vanwege hun soortspecifieke behoeften niet geschikt zijn om te worden gehouden in een circus, en omdat er twijfels zijn of het welzijn van de dieren kan worden gewaarborgd.

Dierentuinen
In het Besluit houders van dieren (hoofdstuk 4) staan regels voor dierentuinen. In dit besluit is de Europese richtlijn nr. 1999/22/EG betreffende het houden van wilde dieren in dierentuinen geïmplementeerd. Deze richtlijn verplicht EU-lidstaten onder andere een vergunningstelsel voor dierentuinen in het leven te roepen. Het besluit is aanvullend op de eisen en voorschriften uit de Wet dieren.
Een inichting wordt als dierentuin aangemerkt als:
- de inrichting permanent van aard is;
- er levende dieren van wilde diersoorten worden gehouden;
- de inrichting de dieren zeven dagen of meer per jaar ten toon stelt aan publiek; en
- de inrichting elf of meer wilde diersoorten houdt; dan wel
- de inrichting minder dan elf diersoorten houdt, waarvan een of meerdere worden aangemerkt als beschermde inheemse respectievelijk beschermde uitheemse diersoort (artikel 4 en 5 van de Flora- en faunawet).
Inrichtingen waar minder dan elf niet-beschermde wilde diersoorten worden gehouden, circussen en dierenwinkels zijn geen dierentuin in de zin van het Besluit houders van dieren. Het besluit bevat houderij- en huisvestingsvoorschriften en voorschriften met betrekking tot de verzorging en veiligheid van de dieren. Verder zijn er doelstellingen opgenomen met betrekking tot de rol van dierentuinen op het gebied van educatie en bewustmaking van het publiek, wetenschappelijk onderzoek en de bevordering van de instandhouding van de diersoorten.
Ook de CITES-regelgeving is van toepassing. Dierentuinen hebben een CITES-vergunning nodig om bepaalde, bedreigde diersoorten te houden. De zogenaamde 'Balai-richtlijn' (Europese richtlijn inzake vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer) geeft op veterinair gebied voorschriften voor de import van dieren uit niet EU-landen.

Kinderboerderijen
Voor kinderboerderijen is ook de Wet dieren en het Besluit houders van dieren van toepassing.

Omroepcode
De Dierenbescherming heeft in 2011 een omroepcode ontwikkeld voor het omgaan met dieren in radio- en televisieprogramma’s. Dit gebeurde naar aanleiding van het gebruik van dieren in diverse TV-programma's zoals Mijn vader is de beste (TROS), Total Blackout (Veronica), MaDiWoDoVrijdagshow (VARA-BNN), Secret Story (NET5) en How to stay alive (BNN) en het slachten van een kip in het RTL5-programma Echte meisjes in de jungle.
In de omroepcode staat onder meer dat opnames van dieren in principe alleen in hun natuurlijke omgeving worden gemaakt, dat dieren niet mishandeld of gedood mogen worden, dat ze geen stress mag worden aangedaan en dat ze met respect behandeld moeten worden. De volgende omroepen hebben de omroepcode ondertekend: TROS, IKON, Joodse Omroep, AVRO, Boeddhistische Omroep, KRO, VPRO, NTR, RKK, HUMAN. De meeste commerciële zenders nog niet.