"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Dieren die we houden voor vermaak

In Nederland worden diverse dieren gehouden voor vermaak. Dit omvat vele vormen, zie de opsomming hieronder. Een aantal vormen van vermaak zou je ook arbeid, hobby, recreatie, sport of traditie met dieren kunnen noemen.

Dieren om naar te kijken: educatie

Dierentuinen, dolfinarium, kinderboerderijen, dierenweides, roofvogelshows

Dieren om naar te kijken: shows, dieren die optreden

Circussen, dierententoonstellingen, catwalks, 'verkleedpartijen’, films/tv-series (dieren als acteur, zie ook pagina Films & TV) ganzenhoed(st)ers, kerststallen, mascottes/clubsymbool, reclames (zie ook de pagina Marketing en reclame), reddingsbootpaarden (op Ameland), vertonen van dieren op feesten en evenementen

Dieren om naar te kijken: decoratie

Aquarium

Dieren om naar te kijken: symboliek

Ceremoniële taken, bijv. paarden op Prinsjesdag
Symboliek: trouw- en rouwduiven

Dieren voor vervoer

Arrenslee met paarden, huifkarrentochten, paardenkoetsen (trekpaarden), ponyrijden op de kermis, paard/ponyrijden op de manege, sledehonden in Nederland, wandelen met ezels

Dieren voor recreatieve wedstrijden

Hanenkraaiwedstrijden, ringsteken met Zeeuwse koudbloeden, spelletjes (voelen aan kuikentjes, slangen, insecten, happen uit waterkom met vissen), volkspelen (ganstrekken, zwientje tikken), zangvogelwedstrijden (bijvoorbeeld vinkenzetting)

Kunst

Kunst met dode dieren (taxidermie)
Kunst met levende dieren (zie ook pagina Kunst met dieren)

Workshops

Koeknuffelen, paardencoaching/paardenfluisteraars, zwemmen met dolfijnen

Met dieren op de foto

Met je huisdier op de foto (bijv. in winkels)

Circussen, dierentuinen en kinderboerderijen

CIRCUSSEN


De geschiedenis van het circus zoals we dat nu kennen, begint in 1770. Een Engelse sergeant, Philip Astley, vertoonde toen zijn kunsten op paarden in een piste met een tribune eromheen. Later deed hij dat in de New British Riding School in Londen. Hij nodigde zangers, dansers, clowns, acrobaten en jongleurs uit om tussen de paardennummers op te treden. In 1774 ging hij met zijn circus naar Parijs.
In Nederland werd de eerste circusvoorstelling gegeven in 1796 door Pieter Magito in Delft. Hij gaf voorstellingen met koorddansers, paardenacrobaten, jongleurs en clowns. De eerste circussen gaven hun voorstellingen op de kermis. Naast paarden werden er ook honden, katten, duiven, ezels, koeien, geiten en varkens gedresseerd. In de negentiende eeuw groeide het aantal circussen. Vaak waren het families die een eigen circus oprichtten.

De circustraditie waaide ook over naar Amerika. Rond 1830 ontstond daar het eerste rondreizende tentcircus. Hier werden wilde dieren, zoals leeuwen en tijgers, in het circusprogramma geïntroduceerd. In Europa speelden de circussen tot 1850 in vaste gebouwen. De circusshows waren uitgaansvermaak voor de elite. In het begin van de twintigste eeuw ontstonden de grote circussen in Europa, zoals Circus Knie (1803) en Circus Krone (1905). In de Sovjet-Unie ontstond het Staatscircus. In Nederland waren Circus Carré (1887) en Circus Van Bever de grote namen. Na de Tweede Wereldoorlog werd Boltini het bekendste circus (Bron:1). Meer weten? Zie ook het Circusmuseum op internet.

Volgens onderzoek van de Wageningen Universiteit 'Welzijn van dieren in reizende circussen - Circuspraktijk in 2008' waren er in 2008 in Nederland 29 circussen, waarvan 11 met één of meer acts met niet-gedomesticeerde dieren. De Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) is de organisatie die de belangen van Nederlandse circussen behartigt. Daarnaast is er de Commissie Klassiek Circus die zich namens de bezoekers inzet voor het behoud van circussen met dieren. Het aantal bezoekers van circussen ligt volgens hen rond de 1,5 miljoen. Het aantal gemeenten dat de circussen aandoen verschilt per circus (23-58 gemeenten per jaar). De circussen hebben tussen de 8 en 80 mensen in dienst en het aantal zitplaatsen in het circus varieert van 400-1200 zitplaatsen. Het aantal voorstellingen per week verschilt per week van 4 tot 11.

De 29 circussen hielden in 2008 in totaal iets meer dan 100 dieren. De dieren die werden gehouden zijn: Afrikaanse olifanten, Aziatische olifanten, Patagonische zeeleeuwen, Californische zeeleeuwen, Tijgers (voornamelijk Bengaalse), Leeuwen, Zebra’s, 1 Giraf, Berberapen, Pinguins, Krokodillen, Lama’s, 1 Kakatoe, 1 Elandantilope, Kamelen, Paarden, Ezels, Honden, Duiven, Ganzen, Koeien/runderen, Varkens, Haan, Poezen, Geiten, Konijnen.
Er komen in Nederland globaal drie typen circussen voor:

  1. Rondreizende circussen met voornamelijk eigen dieren
  2. Rondreizende circussen met voornamelijk ingehuurde acts
  3. Kerst-wintercircussen op een vaste locatie

In het rapport 'Welzijn van dieren in reizende circussen - Circuspraktijk in 2008' is voor 5 niet-gedomesticeerde diersoorten (olifanten, leeuwen, tijgers, kamelen en paarden) beschreven hoe de dieren in 6 reizende circussen leven (o.a. huisvesting, verzorging, transport), werken, gezondheid en gedrag. Gekeken is bij Circus Benelux, Circus Belly Wien, Circus Renz Berlin, Circus Althoff, Circus Herman Renz en Circus Moscow. Hoe de training van de dieren plaatsvindt is niet bekend. De onderzoekers hebben buiten de voorstellingen nauwelijks trainingen waargenomen. De dieren treden tussen de 5 en 10 minuten per voorstelling op en voeren de volgende acts uit tijdens (en na) de voorstellingen.

Dier

Act

Giraf

Vrij rondlopen in piste, aannemen van fruit en groenten dat aan het publiek is uitgedeeld

Honden

Springen door hoepels, over hekjes en over elkaar, blaffen op commando, gebruiken van een schommel of glijbaan, springen op de rug van een pony om mee te rijden

Kameel

Vrijheidsdressuur (vergelijkbaar zoals bij paarden), telgangen door de piste, ook tegen elkaar in, pirouettes draaien, liggen, met de voorpoten op een kruk staan

Konijnen

Worden gebruikt voor tovertruc

Leeuwen

Over elkaar heen springen en over de dompteur, tussen brandende fakkels doorlopen, hoog zitten, op achterpoten staan

Afrikaanse of Aziatische olifanten

Pirouettes draaien op een kruk en op de kruk hoogzitten, 'dansen', steigeren, kort op de voorpoten staan, ze worden bereden, de piste verlaten in polonaisehouding

Paarden

Op verhoging staan, over een balkje springen, knielen/buigen, steigeren, soms oefeningen onder het zadel, honden op de rug

Tijgers

Springen van plateau naar plateau, over een balk lopen, door een hoepel springen, over een hekje springen, rechtop staan tegen de pistekooi

Hieronder vind je enkele filmpjes van dieren in circussen:

In Rusland bestaat een (rondreizend) theater dat uitsluitend optreedt met katten, het Yuri Kuklachev's Cat Theatre.

DIERENTUINEN
In dierentuinen worden dieren gehouden om ze aan het publiek te tonen. Het gaat meestal om dieren die je normaal niet van dichtbij of niet in je eigen land kunt zien. In het Oude Egypte, zo’n 4500 jaar geleden, hadden mensen al verzamelingen dieren. Hiervoor zijn bewijzen gevonden in Saqqara waar overblijfselen zijn gevonden van onder andere apen, hyena’s, gazellen en geiten. Deze verzamelingen kunnen worden gezien als de allereerste dierentuinen. Ook heersers in het Nabije en Verre Oosten beschikten zo’n 3000 jaar geleden over uitgebreide dierencollecties (menagerieën genoemd). Deze collecties dienden vooral ter verheerlijking van henzelf en voor de show.
In het Oude Griekenland beschikten 2500 jaar geleden de meeste stadsstaten over een dierentuin. Ook deze dienden om de superioriteit van de mens over de dierenwereld te laten zien. Op feestdagen werden de dieren in grootste triomftochten getoond. In de tijd van de Grieken begon de meer wetenschappelijke bestudering van dieren. Een bekende bioloog uit die tijd is Aristoteles (384-322 v. Chr.). Hij schreef ’s werelds eerste uitgebreide encyclopedie over dierkunde. In Alexandrië in Egypte ontstond de best gesorteerde dierentuin van de Oudheid, behorende bij een wetenschappelijk instituut.
In de tijd van de Romeinen veranderde dit. De Romeinen begonnen dieren namelijk te gebruiken in arena’s van de amfitheathers. Ze werden in de arena opgejaagd en gedood en gedwongen om tegen elkaar of tegen mensen te vechten tot vermaak van het volk van Rome. Olifanten, leeuwen, luipaarden, apen, beren, krokodillen, elanden, struisvogels, stieren, etc. werden overal vandaan gehaald om te worden gedood in de dierenjachten en dierengevechten in de arena’s. In de derde eeuw kwam er een kentering, omdat het slechter ging met de economie en de dieren van steeds verder weg gelegen gebieden aangevoerd moesten worden. Na de val van het Romeinse rijk nam het aantal menagerieën en hun grootte snel af.
In de Middeleeuwen waren er bescheiden menagerieën in eigendom van vorsten, de kerk of stedelijke autoritieten. Zo beschikte Karel de Grote in de 8e eeuw over drie dierentuinen: in Aken, Nijmegen en Ingelheim. De meest prominente menagerie was de Tower Menagerie in Londen die begon in 1204. In de 13e eeuw nam het aantal dierentuinen in Europa toe en groeide de dierentuincultuur vooral in Frankrijk (o.a. in Vincennes waar ook nog dierengevechten werden georganiseerd en in Versailles), Portugal, Italië en Cyprus. Verreweg de grootste dierenverzameling bevond zich toen echter in het Verre Oosten, aan het hof van Kublai Khan.
De grafelijke hoven in Nederland hielden van de valkenjacht en begonnen ook exotische dieren te verzamelen. Het grafelijke hof in ’s Gravenhage kreeg in het midden van de 14e eeuw een collectie papegaaien, valken, beren, leeuwen en dromedarissen. Aan het einde van de 14e eeuw hadden ook de Gelderse hertogen in Nijmegen, Grave en Rozendaal menagerieën. Door de ontdekking van Amerika (1492) leerde men ook weer nieuwe dieren kennen. Ook door de scheepsreizen naar Azië in de 17e en 18e eeuw (VOC-tijd) kwamen er nieuwe dieren in Nederland en vormden zij een bron van studie voor de Nederlandse hogescholen. Nederland werd in de ‘Gouden eeuw’ het centum van studie en ontdekkingen op het gebied van plant- en dierkunde en van natuurkundige activiteiten. Dit had mede te maken met het vrije klimaat in Nederland waar vrijheid van meningsuiting was en vrijheid van drukpers. De aanvoer van vreemde dieren werd op een gegeven moment zo groot dat de Verenigde Oost-Indische Compagnie op haar werf in Amsterdam verschillende stallen liet bouwen die ook bezoekers trokken. Door het grote en gevarieerde aanbod van dieren ontstond in Nederland een grote verzamelwoede en inventarisatiedrang. Het sterftecijfer onder de exotische dieren was echter hoog. De dode dieren werden voor de wetenschap op alcohol gezet of opgezet en kwamen zo in een van de vele naturaliënkabinetten terecht. Door de vrijheid van drukpers en de hoge kwaliteit van de schilder-, teken- en grafeerkunst in Nederland, kwamen er veel boeken over de plant- en dierkunde met veel illustraties.


In Amsterdam kwam in 1675 of 1695 de herberg-menagerie van Jan Westerhof, meestal Blaauw Jan genoemd tot stand. Mensen konden er niet alleen op bezoek, maar konden er ook dieren kopen. Aan het eind van de 18e eeuw raakte de herberg-menagerie in verval en in 1784 werd de herberg gesloten.
Alle prinsen-stadhouders van Oranje waren min of meer in dieren geïnteresseerd en beschikten over dierenverzamelingen. De belangrijkste en beroemdse dierenverzameling werd die van prins Willem V, waarmee in diens geboortejaar 1748 een begin werd gemaakt. Naast de menagerie in Voorburg (vanaf 1784 in Apeldoorn) kwam er een naturaliëncollectie in Den Haag. Beiden werden beheerd door de verzamelaar Aernout Vosmaer. Hij schreef tussen 1766 en 1804 het Regnum Animale, een boekwerk waarin hij de dieren uit de menagerie en het naturaliënkabinet beschreef.

Toen in 1795 de Fransen de republiek der Nederlanden bezetten verdwenen veel dieren en het naturaliënkabinet naar Parijs. Lodewijk Napoleon, koning van Holland, probeerde in 1809 nog een grootste menagerie te maken van de Amsterdamse Hortus Botanicus door hier verschillende dieren naar toe te brengen. In 1810 werd deze echter gesloten toen Napoleon gedwongen afstand moest doen van de troon.
Dieren werden niet alleen tentoongesteld in vaste menagerieën, maar ook in rondreizende menagerieën als onderdeel van een kermis. Hier waren ook dierentemmers met hun gedresseerde dieren en slangenbezweerders te zien. In 1954 werden op de kermis in Londen nog steeds dieren tentoongesteld. De als kinderen verklede apen van Tom Allen waren een van de laatste reizende dierenshows.

In Nederland zijn tegenwoordig zo'n 35 dierentuinen. Klik hier voor de lijst met Nederlandse dierentuinen.
Ze vervullen verschillende functies:

  • vermaak/recreatie
  • natuureducatie
  • onderzoek
  • behoud van diersoorten door fokprogramma's en ondersteuning van natuurbeschermingsprojecten

De Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD), opgericht in 1966, is de overkoepelende organisatie voor Nederlandse dierentuinen. Vijftien dierentuinen zijn lid. Deze dierentuinen werken nauw samen op het gebied van fokprogramma's, educatie, recreatie, natuurbescherming en onderzoek. In 2011 ontvingen deze dierentuinen meer dan 10 miljoen bezoekers. De Vereniging Dier en Park is een vereniging van regionale dierenparken in Nederland en vlak over de grens in Duitsland. De European Association of Zoos and Aquaria (EAZA) is een Europees samenwerkingsverband tussen dierentuinen en aquaria. Er zijn 345 leden in 41 landen. De EAZA is lid van de World Association of Zoos and Aquariums (WAZA).
Wereldwijd zijn er zo'n 3.000 dierentuinen, waarvan ongeveer 250 in Europa. De oudst bekende dierentuin is de Tiergarten Schönbrunn in Oostenrijk. Deze dateert uit 1752. Hierop volgen in anciënniteit Madrid (1774), Parijs (1793) en Londen (1829). Artis is de oudste, nog steeds bestaande dierentuin in Nederland. Deze werd in 1838 opgericht door de Amsterdams boekhandelaar G.F. Westerman, wiens hobby het bestuderen van de dierkunde en het verzamelen en verzorgen van uitheemse vogels was.

Over dierentuinen zijn ook een aantal televisieseries gemaakt:


KINDERBOERDERIJEN


In Nederland zijn naar schatting zo’n 450 tot 500 kinderboerderijen en dierenweides. Op een kinderboerderij kunnen kinderen kennismaken met boerderijdieren. Kinderboerderijen hebben zowel een educatieve als recreatieve functie. De meest gehouden dieren op kinderboerderijen zijn paarden, pony's, ezels, koeien, geiten, varkens, schapen, konijnen en cavia's. Kinderboerderijen zijn doorgaans opgericht als lokaal initiatief vanaf de jaren vijftig toen Nederland steeds verder verstedelijkte. Het doel is veelal om kinderen (en volwassen) in contact te brengen met boerderijdieren. De Vereniging Samenwerkende KinderBoerderijen Nederland (VSKBN) is de branchorganisatie van kinderboerderijen. De vereniging ondersteunt de kinderboerderijen met vragen over de bedrijfsvoering, educatiemogelijkheden, dierenwelzijn, wet- en regelgeving, etc. Bijna 300 kinderboerderijen en dierenweides zijn hierbij aangesloten.

Dierenwelzijn van dieren die worden gehouden voor vermaak

Klik hier.

Bronnen/Meer weten?

  • Allan, M., Zarafa. De geschiedenis van een giraffe, 2000
  • Brunner, B., Bears a brief history, 2009
  • Fisher, J., Zoos of the world: The story of animals in captivity, 1966
  • Gerritsen, A., Iets Grootsch en buitengewoons. 150 jaar Diergaarde Blijdorp, 2007
  • Helfer, R., Modoc, 1998
  • Hiddingh, H., 'n Metamorfose. 60 jaar Noorder Dierenpark Emmen, 1995
  • Jennison, G., Animals for show and pleasure in ancient Rome, 2005
  • Meijer, F., De hond van Odysseus - Over het dier in de oudheid, 2009
  • Pastoureau, M., The bear: history of a fallen king, 2011
  • Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, Lesbrief 'Hooggeërd publiek', 2006
  • Pattist, J.M., Honderd jaar Rotterdamse Diergaarde, 1957
  • Research voor Beleid, Evaluatie van het Dierentuinenbesluit, 2008
  • Rijksoverheid.nl
  • Saller, M., Elephants: A cultural and natural history 1999
  • Scigliano, E., Love, War and Circuses, The age-old relationship  between elephants and humans, 2002
  • Vries, L. de, Het boek van Artis, 1981
  • Walburg Instituut, Een vorstelijke dierentuin. De menagerie van Willem V, 1994
  • Wikipedia: dierentuin/fox tossing/sport met dieren/vlooiencircus
  • WUR, Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland Circuspraktijk in 2008, 2009
  • WUR, Welfare of sea lions in travelling circuses, 2014