"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Koeien: melkvee en rundvee

Geschiedenis van de melkveehouderij

Eind 15e eeuw was in Nederland het aantal koeien per bedrijf nog klein. Veel boeren hadden niet meer dan een 4 of 5 koeien. Een kudde van meer dan 10 koeien was uitzonderlijk. Een grote bezetting was onmogelijk vanwege de slechte kwaliteit van de grond. Tegen het midden van de 17e eeuw was de positie van de veeboeren beter. In de veefokkerij bezaten de Hollanders zo’n expertise dat ze leermeesters werden voor het buitenland. De veehouderij in Holland en West-Utrecht was voor het grootste deel gericht op de zuivelproductie. Naarmate de veeteelt zich uitbreidde, groeide ook de handel in boter en kaas. De markten in Alkmaar, Hoorn, Gouda, Purmerend en Oudewater floreerden hierdoor. In sommige streken van Holland was echter de vetweiderij de hoofdtak  van het veeteeltbedrijf. Op het Noordhollandse, vooral Westfriese, platteland werden de dieren gefokt en daarna gingen ze naar het westen om te worden geslacht, hierbij ging het vooral om ossen. Kalfvlees werd voor de 16e eeuw nog niet vaak gegeten. Het duurde tot ná 1550 voordat het in betere kringen geregeld op het menu stond. Veluwse boeren waren waarschijnlijk de eersten die van het vetmesten van deze dieren een specialisme maakten.

Omvang sector en omzet

De rundveehouderij is zowel gericht op de productie van melk als op de productie van vlees. De productiewaarde van de sector is € 5,4 miljard. Er wordt onderscheid gemaakt in:

  • de melkveehouderij
  • de vleeskalverhouderij

Organisaties

Organisaties die de belangen van de rundveehouderij in Nederland vertegenwoordigen zijn: LTO-Nederland, Nederlandse Zuivel Organisatie, Nederlandse Melkveehouders Vakbond, Stichting Weidegang en Veepro.

Melkvee

Fokkerij


Melkkoeien zijn en worden gefokt op melkgevende eigenschappen. De huidige fokstrategieën voor koeien zijn vooral gericht op de steeds intensievere melkveehouderij. De Coöperatie Rundveeverbetering (CRV) is een internationale onderneming op het gebied in rundveeverbetering. CRV levert onder andere sperma aan melkveehouderijen. Het koeienras Holstein-Friesian is het meest voorkomende ras dat is gefokt voor de melkproductie. Gemiddeld geeft een koe 21 liter melk per dag. Per jaar produceert een koe zo’n 8.000 liter melk.

Huisvesting en voedsel


Een melkkoe moet jaarlijks een kalf ter wereld brengen voor haar melkproductie. Zonder kalf is er geen melk. Een koe krijgt haar eerste kalf als ze twee jaar oud is. Hier vind je 3 filmpjes van geboorten:

  1. geboorte handmatig in de stal
  2. geboorte met behulp van een krik wanneer het afkalven te lang duurt of er meer kracht nodig is, en
  3. geboorte in de wei.


Een melkkoe wordt ieder jaar kunstmatig bevrucht (filmpje). Wanneer de koe gaat bevallen wordt zij een paar dagen in een afkalfstal apart gezet. Na de bevalling mag de moeder het kalf drooglikken.Daarmee komt de melkproductie van de moeder weer op gang. Daarna wordt het kalf bij de moeder weggehaald. Het kalf wordt alleen in een hok gezet (kalverenbox). Hier krijgen ze de eerste melk van de moeder. Deze melk wordt biest genoemd. Na deze biest gaat het kalf kunstmelk drinken en nog later brokken, stro en hooi. Als ze tien dagen zijn, gaan de kalveren die niet nodig zijn voor vervanging van de oudere melkkoeien, naar de mesterij. Meestal blijft een kwart van de vrouwelijke kalveren op het melkveebedrijf. De rest en de mannelijke kalveren gaan op een leeftijd van tien tot veertien dagen naar een vleeskalverhouder. (zie paragraaf verderop).

Kalveren hebben de eerste acht weken van hun leven nog een sterke zuigdrang. Om te voorkomen dat ze aan elkaar gaan zuigen, worden ze de eerste acht weken alleen gehuisvest in een zogenaamde kalverenbox. Daarna worden ze in groepen van vier tot acht gehouden. Kort na de geboorte krijgt ieder kalf een oormerk met een nummer, zodat het geïdentificeerd kan worden. Bijna alle koeien, met uitzondering van kalveren in de biologische dynamische melkveehouderij, worden binnen 6 weken onthoornd, zodat ze elkaar in de stallen niet kunnen verwonden. Het is in Nederland verplicht deze ingreep met verdoving uit te voeren. Klik hier voor een filmpje. De melkveehouder melkt de koeien tweemaal per dag, 's morgens vroeg en in de namiddag. Dat gebeurt met een melkmachine. Tegenwoordig wordt er ook gemolken met melkrobots. Daarbij bepaalt de koe zelf wanneer ze wordt gemolken. Klik hier voor een korte film.
In Nederland wordt het meeste melkvee in ligboxenstallen gehouden. Een ligboxenstal is een stal waarin koeien vrij kunnen rondlopen en naar behoefte kunnen eten. De koeien lopen op betonnen roosters boven de mestkelder. Iedere koe heeft een eigen ligplaats of ligbox. De ligboxen zijn van elkaar gescheiden door metalen buizen. In de ligbox ligt strooisel (zaagsel, zand of strovezel) of rubberen matten. Klik hier voor een filmpje.
De meeste melkveehouderijen zitten in het noorden en oosten van Nederland. Een melkveehouder heeft gemiddeld 80 koeien. FrieslandCampina is een van de grootste zuivelcoöperaties ter wereld. Een enkele boer houdt nog koeien in een grupstal. In grupstallen staan koeien vastgebonden naast elkaar. Achter hen loopt een zogeheten ‘grup’, waarin de mest en urine van de koeien worden opgevangen en afgevoerd. De mest wordt meestal gebruikt op het eigen grasland.

 

Doorgaans lopen de koeien in de zomermaanden overdag buiten. Zo’n 30% procent van de koeien komt nooit buiten en wordt het hele jaar door op stal gehouden. Koeien krijgen ruwvoer en krachtvoer te eten. Het grootste deel is ruwvoer. Dat is voer van de boerderij zelf: vooral gras, ingekuild gras (gras verzameld onder plastic) en hooi (gedroogd gras), en daarnaast snijmaïs of aardappelen. Gemiddeld eet een koe zestig kilo gras per dag. Ook krijgen koeien afval uit de industrie te eten, zoals bierbostel (een restproduct van granen uit de bierindustrie), biergist en aardappelstoomschillen. Zo’n zes tot tien kilo is zogenaamd krachtvoer uit de mengvoederindustrie, bekend als ‘biks’. Dit bestaat uit brokjes met o.a. granen, zoals sojaschroot, en mineralen.


Op de melkkoeienboerderij zorgen de meeste boeren zelf voor nieuwe koeien. Dit wil zeggen dat er geen nieuwe koeien of kalveren worden gekocht.

Zie hier drie fimpjes van Focus TV Gelderland van een gangbaar melkveebedrijf in Haarlo, Westendorp en Giesbeek.

Wil je meer weten?
Zie www.zuivelonline.nl (website van het Nederlands Zuivelbureau) en www.voedingscentrum.nl

Hieronder zie een filmpje over de productie van melk. Verder kun je via een webcam in de stal kijken van het melkveehouderijbedrijf Van Dorp.


In Nederland zijn er ongeveer 320 veehouders die een biologisch melkveehouderij bedrijf hebben. Belangrijke verschillen met de gangbare melkveehouderij zijn:   

  • De koe krijgt minimaal 60% ruwvoer, voornamelijk gras 
  • Het krachtvoer is biologisch geteeld
  • Er zit geen genetisch gemodificeerde soja in het voer
  • De koe loopt minstens 120 dagen per jaar buiten
  • Er worden alleen diergeneesmiddelen gebruikt om te genezen, niet om ziektes te voorkomen 
  • Op de weilanden worden geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt
  • Koeien op biologische melkveebedrijven leven langer

Hieronder vind je twee filmpjes van biologische melkveebedrijven:

Vleeskalveren


De kalveren die niet nodig zijn voor vervanging van de melkkoeien gaan na 10 dagen naar een vleeskalverenbedrijf. Dit zijn voornamelijk de mannelijke kalveren. Zij kunnen geen melk geven en zijn dus overbodig op een melkveehouderijbedrijf. Op het vleeskalverenbedrijf worden ze vetgemest om er later kalfsvlees van te maken. De Nederlandse VanDrie Groep is met meer dan 20 kalfsvleesbedrijven de grootste kalfsvleesintegratie in de wereld. 
Kalveren hebben de eerste acht weken van hun leven nog een sterke zuigdrang. Om te voorkomen dat ze aan elkaar gaan zuigen, worden ze de eerste acht weken alleen in een box gehouden. Daarna worden ze in groepen van vier tot acht gehouden. Dit is ook verplicht op grond van het Kalverenbesluit. Ieder kalf heeft een oppervlakte van 1,8 vierkante meter tot zijn beschikking. Ze leven op een volledige roostervloer, dus zonder dicht vloerdeel met een zachte ligbedding. Ze krijgen geen uitloop naar buiten.

De kalveren worden voornamelijk voor blank kalfsvlees gehouden en een deel (25%) voor rosé vlees. Blanke vleeskalveren krijgen voornamelijk magere kalvermelk en beperkt ruwvoer, om het ijzergehalte te sturen, om te voorkomen dat het vlees rood kleurt. De kalveren gaan als ze zes tot acht maanden zijn, naar de slachterij. Ze zijn dan maximaal 185 kilo. Rosévleeskalveren krijgen de eerste weken nog melk en daarna ruwvoer en krachtvoer. Ze worden acht tot twaalf maanden oud. In Nederland worden jaarlijks circa 1,5 miljoen vleeskalveren geslacht, bijna 30% van de EU-productie. Bovenop de eigen productie, importeert Nederland zo'n 900.000 nuchtere kalveren (jonge kalveren tot 8-10 weken oud) uit Duitsland, Polen, Ierland en Litouwen. Ongeveer 90% van de vleeskalveren gaat naar het buitenland. Italië is de belangrijkste afnemer, gevolgd door Frankrijk en Duitsland.
Hieronder vind je de voorlichtingsfilm van het voormalige Productschap Vee en Vlees over de vleeskalverhouderij in Nederland.  


Op de website van het Beter Leven Keurmerk kun je meer lezen over de verschillende houderijsystemen voor vleeskalveren varkens en de verschillen tussen gangbaar, Eén Ster, Twee Sterren en Drie Sterren.
Voor de precieze verschillen kun je de factsheet over vleeskalveren bekijken.

Vleesrunderen

In Nederland zijn ook runderen die uitsluitend voor vlees worden gehouden. Vleesstieren en dikbillen worden het meest gehouden. De Nederlandse vleesrunderen zijn van verschillende rassen. De rassen zijn geselecteerd op gespierdheid. De moederdieren en hun jonge kalfjes lopen meestal buiten. Zodra de kalveren oud genoeg zijn, gaan ze naar binnen om afgemest te worden. De stieren worden gecastreerd als ze jong zijn. Er zijn drie gangbare methodes, waarvan twee standaard met verdoving worden uitgevoerd. De meeste stieren worden vetgemest in een betonnen hok met roostervloeren zonder stro, waar ze met vijf of zes in gehuisvest worden. Per stier is er zo’n 3 à 4 m2 aan ruimte. De dieren krijgen een rijk dieet van krachtvoer en maïs. Na ongeveer achttien maanden zijn ze zo’n 500-650 kilo zwaar.

Het Voedingscentrum heeft een Boodschappenhulp Dierenwelzijn ontwikkeld die de consument informeert over de verschillende soorten huisvesting voor vleeskoeien en -kalveren en de verschillende keurmerken voor rund- en kalfsvlees. Wanneer je rekening wilt houden met het welzijn van dieren, helpt deze boodschappenhulp je om goed geïnformeerd een keuze te maken.

Op de website van het Beter Leven Keurmerk kun je meer lezen over de verschillende houderijsystemen voor vleeskalveren varkens en de verschillen tussen gangbaar, Eén Ster, Twee Sterren en Drie Sterren.
Voor de precieze verschillen kun je de factsheet over vleesrunderen bekijken.







Dikbillen

 

In Nederland zijn naar schatting 35.000 dikbillen. Dikbillen zijn runderen die zijn doorgefokt op een erfelijke afwijking (dikbil-gen) die tot gevolg heeft dat de spieren van deze dieren snel groeien. Hierdoor krijg je veel vlees. Dikbillen worden bijna altijd (85 tot 90%) geboren met behulp van een keizersnede, omdat het bekken van de moederkoe te smal is en het kalf te groot voor een natuurlijke bevalling. Na ongeveer drie bevallingen zijn de moederdieren aan het einde van hun functionele levensduur en gaan ze naar de slacht.

Dierenwelzijn van koeien

Klik hier.