"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Veehouderij: Dieren die we houden voor voedsel

Dieren die voor de productie van voedsel worden gehouden, worden in Nederland landbouwhuisdieren of productiedieren genoemd. We houden deze dieren, omdat we dierlijke producten (vlees, zuivel, eieren) lekker vinden om te eten of drinken en omdat dierlijke producten als gezond worden gezien.

Geschiedenis van de veehouderij

Mensen consumeren al heel lang dierlijke producten, ook in Nederland. Het houden van landbouwhuisdieren werd echter pas in de late middeleeuwen in Nederland de hoofdbron van inkomsten voor huishoudens op het platteland, al dan niet in combinatie met andere activiteiten. Dit had te maken met de graanteelt die praktisch in de hele kuststreek en een deel van het binnenland als belangrijk middel van bestaan wegviel. Sinds die tijd is het aantal landbouwhuisdieren in Nederland alleen maar toegenomen. Na de Tweede Wereldoorlog vond er een verdere schaalvergroting in de veehouderij plaats. Het programma Andere Tijden (het geschiedenisprogramma van de NTR en de VPRO) heeft een programma gemaakt over de opkomst van de veehouderij sinds de jaren 50. Klik hier voor de uitzending.
Nog meer filmpjes over hoe het vroeger aan toe ging:

Het Dierenwelzijnsweb, van het lectoraat Dierenwelzijn van Hogeschool Van Hall Larenstein, heeft onderstaande filmpjes gemaakt over de geschiedenis van de varkenshouderij en pluimveehouderij.



Meer dan 400 miljoen productiedieren in Nederland

In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel landbouwhuisdieren in Nederland worden gehouden en op hoeveel bedrijven in het jaar 2014 (Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek).  Meer informatie vind je op Agrimatie, Landbouw-Economisch Bericht, Land- en tuinbouwcijfers.

 

Aantal bedrijven

Aantal dieren

Gemiddeld aantal dieren
per bedrijf

Varkens

TOTAAL: 5110

- Biggen: 2130
- Fokvarkens: 2170
- Vleesvarkens: 4190

TOTAAL: 12.238.120*

- Biggen: 5.381.850
- Fokvarkens: 1.199.080
- Vleesvarkens: 5.657.190

*Op jaarbasis zijn er in Nederland zo'n 24 miljoen
varkens
in Nederland, omdat varkens na 6 maanden worden geslacht.

2392

Vleeskuikens

Vleekskuikens: 580
Ouderdieren van vleeskuikens: 270

Vleeskuikens: 47.019.800*
Ouderdieren van vleeskuikens: 7.894.800

*Op jaarbasis zijn er in Nederland zo'n 350 MILJOEN
vleeskuikens in Nederland, omdat
vleeskuikens na
6-7 weken worden geslacht.

81.632

Leghennen

Leghennen: 1170

Ouderdieren van leghennen: 90

Leghennen: 46.570100

Ouderdieren van leghennen: 1.553.800

33.734

Rundvee

Melkkoeien

TOTAAL: 29.670

- Jongvee voor de melkveehouderij
- Vleeskalveren: 1710
- Jongvee voor de vleesproductie: 7230
- Melk- en kalfkoeien > 2 jaar: 18.580
- Overige koeien: 8260
- Stieren: 6380

TOTAAL: 4.068.330

- Jongvee voor de melkveehouderij 1.305.710
- Vleeskalveren: 921.280
- Jongvee voor de vleesproductie: 171.120
- Melk- en kalfkoeien: 1.572.290
- Overige koeien: 82.220
- Stieren: 15.720

83

Vleeskalveren

1665

920.130

553

Schapen

11.862

536.819

45

Melkgeiten

495

293.418

594

Konijnen

70

320.700

7600

Kalkoenen

40

794.000

 

Overig pluimvee
(legeenden, ganzen, parelhoenders)

20

  52.500

 

 

 

 

 

Totaal op enig moment in NL


ca. 114 MILJOEN


Totaal op jaarbasis in NL


ca. 425 MILJOEN



De landbouwsector

De productiewaarde van de veehouderij lag in 2014 rond de 11 miljard euro. De veehouderij in Nederland is divers en bestaat uit verschillende soorten bedrijven. Grofweg kan de volgende driedeling worden gemaakt:

Intensieve veehouderij
Het grootste deel van de bedrijven betreft intensieve veehouderij. Het betreft bedrijfslocaties met grote aantallen dieren die op een 'intensieve' manier worden gehouden. De dieren worden in de regel binnen gehouden en niet of nauwelijks gevoederd met producten die op hetzelfde bedrijf zijn geteeld.

Biologische veehouderij
Het kleinste deel van de bedrijven bestaat uit biologische veehouderij (zo'n 600 bedrijven) waar de dieren op een zo natuurlijke mogelijke manier gehouden worden. De dieren hebben meer ruimte, de beschikking over buitenruimte, een langer leven, vertonen meer natuurlijk gedrag (varkens wroeten, kippen nemen stofbaden) en behouden hun snavel, krulstraat, etc. Verder wordt er geen preventief gebruik gemaakt van antibiotica. Bionext is de ketenorganisatie voor duurzame, biologische landbouw en voeding. Skal is een onafhankelijke organisatie voor het toezicht op de biologische productie in Nederland en zorgt voor certificatie van bedrijven die overeenkomstig de gestelde eisen produceren. Die bedrijven krijgen het EU-logo voor biologische productie.
Dierlijke producten afkomstig van de biologische veehouderij krijgen van de Dierenbescherming 3 sterren in het kader van het Beter Leven Keurmerk.

Tussencategorieën
Er is ook een groep bedrijven die te bestempelen is als tussencategorie en die in de omgang met dieren meer rekening houdt met het welzijn van de dieren dan in de intensieve veehouderij, maar minder dan in de biologische veehouderij. De producten van deze bedrijven zijn o.a. herkenbaar aan 1 of 2 sterren van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming.

Van fokkerij naar supermarkt

Op afzonderlijke pagina's wordt beschreven hoe bij verschillende diersoorten het proces van fokkerij tot supermarkt gaat

Plaatje varkenshouderij

Plaatje pluimveehouderij

Plaatje koeien

Dierenwelzijn van landbouwhuisdieren

Klik hier.

Diergezondheid

Ook dieren kunnen ziek worden of gewond raken. De diergeneeskundige zorg wordt verleend door de dierhouder, al dan niet met behulp van de dierenarts. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) is de beroepsorganisatie voor dierenartsen in Nederland. Er is een groot aantal diergeneesmiddelen beschikbaar. FIDIN is de branchevereniging van veterinaire farmacie in Nederland. Veel dieren in de veehouderij worden preventief gevaccineerd tegen dierziekten. Daarnaast wordt er ook veel antibiotica gebruikt. Het beleid is er op gericht om dit te verminderen. Sinds 2011 brengt de Autoriteit Diergeneesmiddelen jaarlijks in beeld hoeveel antibiotica er wordt gebruikt bij landbouwhuisdieren. OOk de Gezondheidsraad heeft in beeld gebracht hoeveel antibiotica er wordt gebruikt in de veehouderij. In 2011 verscheen hierover het rapport 'Antibiotica in de veeteelt en resistente bacterieën bij mensen'. In 2015 verscheen hiervan een update. Het advies van de Gezondheidsraad luidt dat het gebruik van antibiotica nog verder omlaag moet.
In principe is de dierhouder verantwoordelijk voor de gezondheid van zijn dieren, maar de overheid heeft ook een aantal regels gesteld om de gezondheid van de gehouden dieren te bewaken. Reden hiervoor is dat dierziekten grote sociale en economische gevolgen kunnen hebben en omdat ze een risico kunnen vormen voor de volksgezondheid. De regels richten zich vooral op preventie, bewaking en bestrijding van dierziekten. Nederland heeft al diverse keren te maken gehad met uitbraken van dierziekten waarbij grote aantallen dieren zijn gedood, al dan niet preventief:
- Vogelgriep (1993)
- Varkenspest (1997)
- Mond- en klauwzeer (2001)
- Vogelgriep (2003-2006)
- Blauwtong (2007)
- Q-koorts (2008-2010)
- Schmallenbergvirus (2011)
De Gezondheidsdienst voor dieren en het Centraal Veterinair Instituut leveren kennis aan de diverse partijen die betrokken zijn bij diergezondheid door o.a. onderzoek en monitoring van dierziekten.
Sommige dierziekten kunnen van dieren op mensen overgaan. Deze worden zoönosen genoemd. Enkele voorbeelden zijn vogelgriep en Q-koorts.

Handel en transport


De dieren die van diverse varkens-, pluimvee- en runderbedrijven afkomen worden verzameld in zogenaamde verzamelplaatsen en gaan vanaf daar weer door naar een volgende bestemming: de slachterij of het buitenland (export). Vee & Logistiek Nederland is de brancheorganisatie voor handelaren, commissionairs en bemiddelaren in levend vee. Vee & Logistiek Nederland behartigt de belangen van de bedrijven die verzamelplaatsen voor vee beheren.
In de Transportverordening heeft de EU regels vastgesteld om het welzijn van dieren tijdens transport te garanderen. De regels hebben betrekking op beladingsgraad, afstand en rijtijden. De chauffeurs moeten verder vakbekwaam zijn en dat met een getuigschrift van het examen ‘Omgang met dieren tijdens transport’ aantonen.

Twee grote organisaties in de veetransport zijn Saveetra en Veetrans.

Slachterij

De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) is de organisatie die de collectieve belangen behartigt van werkgevers in de Nederlandse vleessector waaronder ook Nederlandse slachterijen. De vleessector kent een omzet van jaarlijks ruim 4 miljard Euro. Dagelijks worden er in Nederland meer dan 1,5 miljoen dieren geslacht. Een overzicht van Nederlandse slachterijen vind je hier.

Dodingsmethoden
Bij aankomst in het slachthuis worden de slachtdieren eerst levend gekeurd. Zo wordt er gekeken hoe gezond ze zijn. Alleen gezonde dieren mogen worden geslacht. Het slachtproces gebeurt in prinicpe in 2 stappen; eerst worden de dieren bedwelmd, daarna worden ze gedood. Dit is verplicht gesteld in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Varkens
In Nederland zijn 18 slachthuizen voor varkens. VION is de grootste varkensslachterij van Nederland. Per jaar worden hier 2,75 miljoen varkens gedood (omgerekend is dit 55.000 varkens per week en 1.300 varkens per uur). De Nederlandse slachthuizen gebruiken twee methodes om de varkens voor het slachten buiten bewustzijn te brengen:

  1. Elektrische verdoving (een sterke stroomstoot). Dit is een proces dat individueel bij elk varken gebeurt. Via een smalle gang komen de varkens achter elkaar bij het verdovingsapparaat. Het varken wordt dan min of meer van de groep gescheiden. Elektrodes worden met klemmen aangebracht aan beide zijden van het zenuwstelsel. Elk varken krijgt afzonderlijk een stroomstoot waarna het dier direct het bewustzijn verliest.
  2. Verdoving met het CO2 gasverdovingsmiddel (anesthesie). Deze methode gaat met een gasmengsel met CO2. De varkens blijven in deze situatie bij elkaar in de groep. De groep gaat met een lift naar een ruimte met het CO2-mengsel. Na zo'n 10 tot 20 seconden zijn de varkens buiten bewustzijn.

Direct na de verdoving vindt het slachtproces plaats. Bij varkens wordt een snee aangebracht in de halsslagader en in de hartslagader. Het duurt ongeveer 5 minuten voordat een varken is doodgebloed. Nadat de varkens zijn doodgebloed, worden eerst de haren weggehaald met branders en borstels. Dit gebeurt in bijna alle slachthuizen automatisch. De varkens worden als ze dood zijn aan een haak gehangen en gaan via een vaste route door het slachthuis. Langs de route staan mensen die de varkens van binnen controleren of er stukjes vlees af snijden. Het vlees wordt in het slachthuis of op een ander bedrijf verwerkt in kleine stukjes. Die worden dan verpakt en naar de groothandel en/of supermarkten gebracht.
De boer kan op internet kijken wat het slachthuis van de varkens vond. Hij krijgt betaald voor elke kilogram vlees van de varkens. Eén varken levert ongeveer 70 kilo vlees op. De rest bestaat uit organen, bloed, haren en botten. Alles wordt gecontroleerd en zoveel mogelijk gebruikt. De haren van een varken worden bijvoorbeeld gebruikt voor verfkwasten en de botten worden vermalen tot gelatine dat o.a. in diverse voedingsmiddelen wordt gebruikt. In het boek PIG 05049 van Christien Meindertsma kun je zien in welke producten een varken is verwerkt. Ook zijn er varkens die niet goed genoeg zijn. Als hun vlees niet te slecht is, wordt het o.a. gebruikt in honden- of kattenvoer. Veel organen gaan ook in honden- en kattenvoer. 

Runderen
In Nederland zijn er 9 grotere runderslachterijen en 8 kalverslachterijen. Runderen worden bewusteloos gemaakt met een zogeheten schietmasker. Een slachter zet dat masker op de kop van het dier en schiet dan met een luchtdruk-pistool een pin in de schedel. Het rund verliest binnen enkele seconden het bewustzijn en valt dan neer. Dan wordt de koe opgetakeld en de halsslagader wordt doorgesneden. Het dier bloedt dan leeg. Dan wordt de kop van de romp gescheiden. Deze wordt later onderzocht op de ziekte BSE. De poten worden van het dier verwijderd en daarna wordt de huid eraf gehaald voor de leerindustrie. Dan gaan ze via een vaste route door het slachthuis. Langs de route staan mensen die de koeien van binnen controleren, organen verwijderen en er vlees afsnijden. Een melkkoe levert ongeveer 300 kilo vlees, een kalf ongeveer 150 kilo. Het overgrote deel daarvan wordt gebruikt om gehakt, rundervinken, verse worst en hamburgers te maken.
Het Deense bedrijf Danish Crown toont met onderstaande video hoe het er in hun grote runderenslachterij aan toe gaat. Een fotopresentatie van een koeslachting in een kleine slachterij vind je hier.


Pluimvee
In Nederland zijn 16 kuikenslachterijen. Zij slachtten in 2012 meer dan 520 miljoen vleeskuikens. Het elektrisch waterbad is de meest toegepaste verdovingsmethode voor pluimvee. Bij binnenkomst in de slachterij worden de dieren uit de transportkratten gehaald en met de poten in de slachthaak aan de slachtlijn gehangen. De dieren worden vervolgens door een waterbad gevoerd. Op het waterbad staat een constante spanning (Volt) waarbij het water de positieve elektrode is en de slachthaak de negatieve elektrode. Door contact te maken met het water gaat er een elektrische stroom door de dieren lopen. De stroomsterkte (ampère) die hierdoor door de dieren loopt moet voldoende zijn om de hersenactiviteit zodanig te verstoren dat het dier onmiddellijk het bewustzijn verliest. De minimum stroomsterkte die een individueel dier in een waterbad moet krijgen is wettelijk vastgesteld op 100 mA. Jaarlijks worden in Nederland bijna 500 miljoen stuks pluimvee geslacht (zo'n 1,3 miljoen per dag) door verschillende pluimveeslachterijen. Daarna worden de kippen met een snee in de hals geslacht. Dan gaan de veren eraf en worden de ingewanden verwijderd. In een uitzending van Eenvandaag (4/1/2/2012) zijn beelden te zien van de waterbadmethode.

Onverdoofd ritueel slachten
Ritueel slachten is het doden van dieren volgens overgeleverde (religieuze) gebruiken, plechtigheden en ceremoniën. Ritueel slachten heeft in Nederland alleen betrekking op het Jodendom en de Islam. Voorschriften of spijswetten die hun basis vinden in respectievelijk de Torah en de Koran, beschrijven het voedsel dat genuttigd mag worden en de wijze waarop dieren geslacht en verbloed dienen te worden om vlees geschikt te maken voor consumptie. In de Nederlandse regelgeving is in het 'Besluit doden van dieren' een uitzondering op het verdoofd slachten gemaakt voor dieren die worden geslacht overeenkomstig de Israëlitische of islamtische ritus, zodat het vlees koosjer of halal is. Diverse slachterijen in Nederland hebben hier toestemming voor. Naar schatting worden ruim 2 miljoen dieren per jaar onverdoofd ritueel geslacht. Een groot deel hiervan wordt geëxporteerd.
Bij het ritueel slachten worden runderen, maar ook schapen en geiten, -al dan niet met behulp van een kantelapparaat- op hun zij of rug gekeerd en vastgezet om de halssnede toe te kunnen brengen. Na het aanbrengen van de halssnede treedt niet onmiddellijk bewustzijnsverlies op. Het is afhankelijk van de diersoort, de wijze van het aanbrengen van de halssnede en de manier van verbloeden hoe lang de periode duurt dat bewustzijnsverlies optreedt. Bij runderen en schapen kan deze periode oplopen tot twee minuten.
Vlees dat zonder verdoving is geslacht, kan ook verkocht worden zonder dat dit op het etiket staat. Daarvoor geldt geen etiketteringsverplichting.

Wat gebeurt er met het slachtafval?
Die delen van het dier die niet voor menselijke consumptie zijn (dierlijke bijproducten genoemd), worden ingezameld door gespecialiseerde 'categorie 3' verwerkers. De grootste verwerker van deze categorie producten in Nederland is Sonac. De toepassingen van deze materialen zijn zeer divers, van dier- en mengvoeder tot organische meststoffen en biodiesel. Categorie 3 verwijst naar een categorie uit de indeling die de Europese Commissie maakt met betrekking tot dierlijk restmateriaal. Deze indeling is gebaseerd op het risico voor de volks- en diergezondheid.

  1. categorie 1 materiaal: uitsluitend geschikt voor verwijdering: het betreft hier voornamelijk kadavers, slachtafval en overig materiaal van vee waar een kans bestaat voor BSE-besmetting, alsook kadavers van gezelschapsdieren
  2. categorie 2 niet voor dierlijke consumptie: dit gaat onder meer om dierlijk materiaal dat besmet is met mest of residuen van diergeneesmiddelen
  3. categorie 3 niet voor menselijke consumptie: Dit zijn slacht-bijproducten die ontstaan uit dieren die goedgekeurd zijn voor menselijke consumptie. 

Categorie 1 en 2 worden in Nederland ingezameld en verwerkt door Rendac.

Detailhandel

Vlees, eieren en zuivel worden o.a. verkocht in supermarkten en slagerijen. Het meeste vlees wordt zonder merknaam verkocht. Zuivelproducten en eieren kennen over het algemeen wel merken. Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) behartigt de collectieve belangen van de supermarktbranche en food service bedrijven. De Federlandse Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) is de koepelorganisatie van bedrijven en brancheorganisaties in de Nederlandse levensmiddelenindustrie (food en non-food).

Consumptie van vlees en export

Consumptie in Nederland
Nederlandse consumenten consumeren jaarlijks gemiddeld:

  • 43 kg vlees
  • 185 eieren (exclusief de eieren die zijn verwerkt in producten als ijs, gebak en deegwaren)
  • 250 kilo zuivelproducten (melk, kaas, yoghurt)

De Vegetariërsbond heeft berekend dat vleeseters gemiddeld 9 dieren per jaar eten en gemiddeld 727 dieren in hun leven. 94% van deze dieren zijn kippen.

  • 4 tot 6 runderen (melkkoe, vleesstier, kalf)
  • 3 tot 6 geiten/schapen
  • 34 tot 37 varkens
  • 623 tot 741 kippen

Export
Het Nederlandse bedrijfsleven exporteert zowel dierlijke producten (vlees, zuivel en eieren) als levende dieren naar het buitenland:

  • Circa 80% gaat naar landen binnen de Europese Unie
  • Circa 20% gaat naar landen buiten de Europese Unie

De volgende aantallen levende levende dieren werden in 2009 geëxporteerd (Bron: Staat van het dier, 2010):

Biggen

6 miljoen

Vleesvarkens

4,1 miljoen

Kalveren

122.000

Runderen

34.000

Eendagskuikens
(legrassen en vleesrassen)

262.000

Pluimvee

96.000

Dieren voor voedsel in het buitenland

In veel landen buiten Nederland worden ook runderen, varkens en kippen gehouden voor de productie van voedsel. In veel landen worden echter ook dieren gegeten die wij in Nederland niet eten, zoals:

  • Cavia's (Ecuador, Peru)
  • Honden (China, Korea Vietnam)
  • Kangaroes (Australië)
  • Katten (China)
  • Kudu, Struisvogel, Zebra (diverse Zuid-Afrikaanse landen)
  • Marmotten (Mongolië)
  • Slangen (China)
  • Walvissen (Japan)
  • Waterbuffels (Italië)
  • Zeehonden (Groenland)

Bronnen / Meer weten?

Bezoek een stal
Bij een aantal boerenbedrijven in Nederland kun je zelf gaan kijken:

Boeken

  • Bieleman, J., Boeren in Nederland. Geschiedenis van de landbouw 1500-2000, 2008
  • Davids, K., Dieren en Nederlanders, Zeven eeuwen lief en leed, 1989
  • Dijk, A. van, De boer, de koe en onze zuivelindustrie, 1983
  • Fokkinga, A. en M. Felius, Het varken, 2000
  • Fokkinga, A., Het Varkensboek, 2004
  • Fokkinga, A. en M. Felius, Koeien. Een wonderbaarlijke reis door de wereld van het rund, 2010
  • Kroonenberg, Y., Alleen de knor wordt niet gebruikt, 2009 + filmpjes
  • Oudejans, A., Categorie één, Dierlijk afvalverwerking door de eeuwen heen, 2012
  • Slaghuis, H. en R. van der Berg, Van everzwijn tot vleesvarken. De geschiedenis van de varkensfokkerij in Nederland, 2010
  • Verdonk, D-J., Het Dierloze gerecht. Een vegetarische geschiedenis van Nederland, 2009
  • Verduyn, Het dier is ding geworden. Het dier is mens geworden, 2012
  • Vernooij, A. en P. Reinders, Alles van melk. Geschiedenis van de Nederlandse zuivelindustrie, 2013

Musea

Rapporten

  • Wageningen UR, Monitoring Integraal duurzame stallen, 2013
  • Wageningen UR, Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden, 2007
  • Wageningen UR, Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden, eerste herhaling, 2011
  • WUR-LEI en CBS, Land- en tuinbouwcijfers 2014

Websites