"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Beleid en regelgeving voor dieren die we gebruiken voor sport

Voor het houden van duiven, honden en paarden voor de sport gelden geen specifieke regels, maar zijn de algemene bepalingen in de Wet dieren van toepassing. Hierin staat dat mensen verplicht zijn om goed voor hun dier te zorgen en dat mishandeling en verwaarlozing van dieren verboden is. Zo staat in artikel 2.1 dat het verboden is om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.

Duivensport

In 2010 heeft de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie afstand genomen van de eenhoksraces. Bij de eenhoksraces werden jonge duiven met honderden tegelijk in een hok gestopt. Van daaruit werden ze getraind om lange afstanden te vliegen. Bij deze races overleden veel jonge duiven. In 2009 overleden bij de training van de nationale eenhoksrace Dutch Open 60% van de 1850 duiven. De eenhoksraces vinden nog wel in het buitenland plaats.

Hondensport

Het is op basis van artikel 2.1 van de Wet dieren verboden om honden als trekkracht in te zetten met uitzondering van de sledehondensport, voor zover toegelaten. De oorsprong van deze bepaling ligt in de Trekhondenwet uit 1911 die regels stelde ten aanzien van het gebruik van honden die aangewend werden om een melkkar, trekschuit of ploeg te trekken als alternatief voor het paard. In 1962 werd met het in werking treden van de Wet op de dierenbescherming de trekhond volledig verboden. Het gebruik van honden als trekkracht in de zin van de Trekhondenwet vindt tegenwoordig niet meer plaats. Wel wordt trekkracht door honden in andere vormen toegepast, bijvoorbeeld in de sledehondensport. Voor vijf hondenrassen is een vrijstelling van toepassing. Die rassen zijn: Alaskan Malamute, Eskimohond, Groenlandse hond, Samojeed en Siberian husky.

Paardensport

Sinds 2001 is het in Nederland verboden om paardenstaarten te couperen. Voorheen werden staarten voornamelijk om cosmetische redenen gecoupeerd. In de Oudheid werd dit al gedaan en vanaf de 16e en 17e eeuw kwam het couperen van de staart veelvuldig voor. Met een hakmes werd de staart afgehakt, waarna de wond met een brandend ijzer werd dichtgebrand. In het midden van de 18e eeuw waren gecoupeerde staarten bij paarden in de mode. Toen werden ook de eerste coupeerscharen ontwikkeld.



Op grond van de Europese verordening 504/2008 moeten alle paarden zijn voorzien van een chip c.q. transponder en een paspoort waarbij het chipnummer in het paspoort is opgenomen. Dit maakt een snelle tracering van dieren mogelijk in het kader van gezondheidsbeleid, (bestrijdingsplichtige) dierziekten, verwaarlozing en mishandeling. In het paardenpaspoort moet worden aangegeven of het paard wel of niet bestemd is voor humane consumptie. Indien een paard niet bestemd is voor humane consumptie, is een veel breder scala aan diergeneesmiddelen beschikbaar als het ziek is.

Er wordt gewerkt aan een wettelijke verplichting voor registratie van houder en locatie in een centrale database in beheer bij het Productschap Vee & Vlees (PVV). Hiermee zal in de toekomst op ieder moment van alle paarden bekend zijn wie de houder is en waar het paard zijn locatie heeft.

Paarden die worden geslacht voor humane consumptie worden eerst verdoofd met een schietmasker. Hierbij wordt een stalen pen door de hersenen van het paard geschoten. De grote hersenen worden hiermee beschadigd en het zenuwstelsel. Het deel van de hersenen dat de hartslag regelt wordt niet geraakt. De hartslag zorgt ervoor dat het bloed rondgepompt wordt en het dier na te zijn gestoken kan leegbloeden.

Sinds eind 2014 is de website www.paardenwelzijnscheck.nl online. De website is ontwikkeld om de kennis over paardenwelzijn bij alle paardenhouders in Nederland verder te vergroten