"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Dieren die we houden voor onderzoek

Geschiedenis gebruik van proefdieren

Al in de 5e eeuw voor Christus werden er experimenten met dieren verricht. De onderzoeken hadden toen voornamelijk tot doel biologische systemen te beschrijven. In de 2e eeuw na Christus werden dierexperimenten gedaan die nog voor honderden jaren de basis voor de geneeskunde zouden vormen. Daarna staakte de groei van de proefondervindelijke wetenschap door het opkomende Christendom tot in de 15e eeuw. Toen raakten wetenschappers er opnieuw van overtuigd dat proefondervindelijk onderzoek belangrijker is dan een theoretische beschouwing.

Emile Edouard Mouchy - Dog vivisection, 1852

De eerste dierproef die op papier is beschreven werd rond 1628 gedaan. De Engelsman William Harvey (1578-1657) ontdekte toen hoe de bloedsomloop werkt en welke rol het hart daarbij speelt. Hij schreef hierover het boek 'Exercitatio Anatomica de Motu Cordis et Sanguinis in Animalibus' (Over de beweging van het hart en het bloed in dieren). In die tijd gingen mensen anders kijken naar de natuur en werden planten en dieren van binnen en van buiten bestudeerd. Hierbij ontdekte men dat (zoog)dieren sterk op mensen lijken. Het idee ontstond dat je door dierproeven te doen misschien meer te weten zou kunnen komen over de werking van het menselijk lichaam en daarmee zou vooruitgang in de medische wetenschap kunnen worden geboekt. De dierproeven gebeurden niet zachtzinnig, omdat men niet over verdoving beschikte en bovendien waren veel mensen er van overtuigd dat dieren geen pijn konden voelen.

In de 19e en 20e eeuw nam het aantal dierproeven flink toe, mede door de komst van verdovingsmiddelen, het verschijnen van het boek van Charles Darwin 'On the origin of species', het ontstaan van de microbiologie en de ontwikkeling van de farmacologie. Tegelijkertijd kwam er ook een beweging op die zich verzette tegen dierproeven. Vanaf 1970 trad een kentering op. Er kwam meer kritiek uit de samenleving op het gebruik van proefdieren, maar ook zorgde een rapport van de Britse organisatie UFAW (Universities Federation for Animal Welfare) uit 1959 voor een beleid gericht op Vervanging, Vermindering en Verfijning van het gebruik van proefdieren. Dat leidde in Nederland in 1977 tot de totstandkoming van de Wet op de dierproeven (WOD).
Meer informatie is te vinden in het artikel '25 Eeuwen vivisectie, De geschiedenis van dierproeven' van Rik Smits in de publicatie 'Dieren in dienst' (2006) van de Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij.

Meer dan 1 miljoen proefdieren in Nederland

 

Jaarlijks wordt het gebruik van proefdieren gemonitord door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit in het rapport Zo doende (jaaroverzicht over dierproeven en proefdieren). Het aantal dierproeven in Nederland in 2013 bedroeg 526.593. Dit zijn 62.463 dierproeven (10,61%) minder dan er in 2012 werden geregistreerd.
De proefdieren zijn gebruikt voor de volgende doelen:

  • wetenschappelijk onderzoek: 53,1%
  • proeven voor de ontwikkeling, productie, controle of ijking van sera, vaccins, geneesmiddelen en medische of veterinaire producten: 33,6%
  • onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen: 7,3%.
  • proeven in het kader van onderwijs en training: 4,2%
  • proeven voor diagnostiek: 1,8%

Daarnaast zijn er 574.511 dieren gedood die niet zijn gebruikt in een proef (een stijging van 9,51% t.o.v. 2012). Het betreft met name dieren die voor de fok van proefdieren zijn gebruikt. In totaal brengt dit het aantal dieren tot 1.110.104. In 2013 waren er in Nederland 80 instellingen die dierproeven mochten doen. Het gaat hierbij vooral om universiteiten en onderzoekscentra van bedrijven.
De opsomming hieronder bevat informatie over het gebruik van gewervelde dieren, maar er worden ook ongewervelde dieren voor onderzoek gebruikt zoals insecten (o.a. fruitvliegjes en sprinkhanen), mosselen en inktvissen. Deze ongewervelde dieren zijn niet door de Wet op de proefdieren beschermd en het gebruik hiervan wordt niet geregistreerd.

Diersoort

Aantal
dierproeven

Diersoort

Aantal
dierproeven

Diersoort

Aantal
dierproeven

Muizen

256.870

Promimians

0

Kippen

66.998

Ratten

116.043

Nieuwe wereldapen

36

Kwartels

141

Hamsters

2.794

Oude wereldapen

226

Andere vogels

1.9854

Cavia's

4.523

Mensapen

0

Reptielen

544

Andere knaagdieren

702

Paarden

2.303

Amfibieën

412

Konijen

5.829

Varkens

11.408

Vissen

27.514

Honden

1.612

Geiten

226

Cyclostomata

0

Katten

509

Schapen

2.867



Fretten

405

Runderen

4.455



Andere vleeseters

252

Andere zoogdieren

70

Totaal

526.593


Hoe vindt dierproefonderzoek plaats?

Er is weinig  foto- en filmmateriaal te vinden van proefdiercentra over hoe het er precies aan toe gaat in laboratoria waar proefdieren worden gebruikt. Het Biomedical Primate Research Centre liet VICE in 2015 een documentaire voor op internet maken 'Experimenting on Animals: Inside the Monkey Lab'. De NCRV maakte in 2011 in het kader van haar programma 'Altijd Wat' onderstaande animatie over dierproeven.
In België heeft de Vlaamse televisieomroep VRT in het kader van het programma 'Koppen' in 2008 een reportage gemaakt over dierproeven in België.




Dierproeven

Wat is een dierproef?

 

Een dierproef is een experiment waarbij dieren worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.
Deze proeven worden uitgevoerd wanneer de risico's van experimenten op de mens te groot zijn.
In de Wet op de dierproeven staat het als volgt: 'het geheel van handelingen, dat ten aanzien van een levend gewerveld dier, dan wel een levend ongewerveld dier van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soort, wordt uitgevoerd met het doel:
a. sera, vaccins, diagnostica of andere medische, veterinaire of biologische zelfstandigheden te produceren of te controleren, of biologische ijkingen uit te voeren,
b. toxicologisch of farmacologisch onderzoek te verrichten,
c. zwangerschap, ziekelijke of andere lichamelijke toestanden of lichamelijke kenmerken van mensen of dieren of overeenkomstige toestanden of kenmerken van planten te herkennen of op te sporen, anders dan in de uitoefening van de diergeneeskunde op het betrokken dier,
d. kennis van het menselijke of dierlijke lichaam, of handvaardigheid in het verrichten van ingrepen daarop, te verschaffen of te ontwikkelen, of
e. een antwoord te verkrijgen op een wetenschappelijke vraag, voor zover redelijkerwijs moet worden aangenomen dat daardoor het dier ongerief kan worden berokkend, of waarvan het beoogde of mogelijke gevolg de geboorte is van een dier dat ongerief ondergaat.'

Soorten dierproeven
De meest voorkomende doelen waarvoor dierproeven in Nederland worden uitgevoerd zijn:

  • Wetenschappelijk onderzoek (55%): Gericht op het verwerven van kennis over hoe mens en dier in elkaar zitten, gedrag en het ontstaan van ziekten. Dit onderzoek vindt veelal plaats op universiteiten.
  • Medisch onderzoek (36%): Gericht op het herkennen van ziektes, het maken en ontwikkelen van geneesmiddelen en vaccins voor mensen of dieren. Het ontwikkelen van een nieuw medicijn duurt gemiddeld zo'n 10 jaar. 
  • Giftigheidsonderzoek (6%): Gericht op het testen van de veiligheid van producten zoals medicijnen, voedingsmiddelen en schoonmaakmiddelen. Hierbij wordt onderzoek gedaan naar de schadelijke effecten van stoffen.
  • Onderwijs (3%): Gericht op het opdoen van praktijkervaring met het behandelen van mens en dier door studenten die worden opgeleid tot dokter of dierenarts.

Proefdieren worden gehouden in vaak sobere kooien of aquaria. De dieren worden vaak niet bij elkaar in een kooi geplaatst, omdat dit mogelijk sociale stress geeft bij dieren die lager in de hiërarchie staan en dit de onderzoeksresultaten kan beïnvloeden. De meeste proefdieren worden aan het einde van een dierproef gedood. Niet per se omdat ze door de proef zelf dood gaan, maar omdat de onderzoeker wil zien welk effect de proef op de organen heeft gehad. Dat kan alleen als ze worden doodgemaakt. Soms kan een proefdier na een dierproef nog in een andere proef gebruikt worden. Meestal is dit niet het geval, omdat bij de tweede proef nooit zeker is of het resultaat door de eerste proef is beïnvloed.

 


Voor het doden van proefdieren na een experiment worden verschillende methoden toegepast. Muizen en ratten worden vaak eerst verdoofd en daarna in een bak met kooldioxide geplaatst. Dit gas verdringt zuurstof en de dieren gaan dood door verstikking. Soms worden de dieren verdoofd en via de halsslagader verbloed of onthoofd. Grotere dieren worden vaak met een overdosis narcosemiddel gedood. Nadat de dieren gedood en onderzocht zijn, worden ze gecremeerd of naar een destructor of afvalverbrandingsbedrijf afgevoerd.

Dieren in de ruimte

Dieren worden ook ingezet voor de ruimtevaart. Voordat de eerste mens een ruimtevlucht maakte, waren er al vele dieren de ruimte in gebracht.

 

  • Op 20 februari 1947 maakten fruitvliegjes als eerste dieren een reis in de ruimte aan boord van een Amerikaanse raket. Onderzocht werd wat het effect van blootstelling aan straling in de ruimte was. De fruitvliegjes overleefden de suborbitale vlucht.
  • Op 14 juni 1949 ging de eerste aap, Albert II, de ruimte in.
  • In de jaren '50 werden er door Amerika en de Sovjet-Unie verschillende muizen en honden in de ruimte gebracht.
  • Op 3 november 1957 werd in de Sovjet-Unie de hond Laika, als eerste dier, in een baan rond de aarde gebracht. Laika overleefde de vlucht niet. Hier vind je een kort filmpje.
  • Op 28 mei 1959 gingen Abel, een resusaap, en Baker, een doodshoofdaapje de ruimte in en keerden veilig terug. Hier vind je een kort filmpje.
  • Op 19 augustus 1960 waren de honden Bjelka en Strelka de eerste dieren die rond de aarde vlogen en levend in de Sovjet-Unie terugkeerden.
  • Op 31 januari 1961 was Chimpansee Ham (Amerika, zie foto links) het eerste dier dat tijdens de vlucht opdrachten uitvoerde. Ook hij keerde veilig terug. Klik hier voor een korte documentaire over Ham.
  • Op 18 oktober 1963 stuurde Frankrijk de eerste kat Felicette de ruimte in. Hier vind je een kort filmpje.
  • In september 1968 werden in de Sovjet-Unie schildpadden gelanceerd die als eerste dieren rond de maan vlogen.

    Meer informatie over dieren in de ruimte vind je op Wikipedia en YouTube.

Filmbeelden van dieren in de ruimte: Animals in rocketflight (1953) van de United States Airforce


In 2008 verscheen de documentaire 'One small step: The Story of the Space Chimps'.


Dierdonorcodicil
In Nederland is het inmiddels mogelijk om je overleden huisdier te doneren voor gebruik in het onderwijs. Dankzij het dierdonorcodicil zijn hiervoor minder proefdieren nodig. Het dierdonorcodicil is een initatief van de Stichting Proefdiervrij en de Universiteit Utrecht. Een overleden huisdier zal een veterinaire student over anatomie leren, maar ook over een respectvolle omgang tussen mens en dier. Op de universiteit ziet een docent erop toe dat er op een waardige manier met het dier wordt omgegaan.

Dierenwelzijn proefdieren

Klik hier.


Bronnen/Meer weten?

Boeken

  • Kluveld, A., Reis door de hel der onschuldigen, 2000
  • Lansbury, C., The old brown dog: women, workers, and vivisection in Edwardian England, 1985
  • Meershoek, P., De slag om de chimpansees, 2005
  • Smit, C., Dierproeven. Honderd jaar discussie, 1989
  • Tak, B.D., Laika tussen de sterren, 2006

Films

Websites