"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Literatuur en taal

Er is heel veel geschreven over dieren zowel op het gebied van fictie als non-fictie. Schrijvers schrijven daarbij vaak over hun eigen (huis)dieren of ervaringen met dieren, zoals Jan Wolkers, Jos Brink en Francien Westering. In veel boeken spelen dieren een hoofdrol, maar ze staan ook symbool voor de mens (bijvoorbeeld in Animal farm door George Orwell). Er is zoveel geschreven dat het onmogelijk is om een compleet overzicht te maken.

Fabels

 

Een fabel is een kort verzonnen verhaal, meestal berijmd, waarin dieren de hoofdrol spelen. Het verhaal bevat een levensles/moraal. Door de combinatie van dierlijk handelen met menselijk denken wordt het in een fabel mogelijk menselijke zwakheden en wantoestanden op de korrel te nemen, zonder persoonlijk te hoeven worden. De mens wordt een spiegel voorgehouden. Om deze reden rekent men de fabelliteratuur ook tot de didactische of wijsheidsliteratuur. Al sinds de Griekse Oudheid gebruikt men fabels om het doen en laten van bepaalde personen aan de kaak te stellen. Het is een veilige manier om kritiek te uiten, want niemand kan bewijzen dat je hem of haar bedoelt. Zo schreef de Griekse dichter Aesopus ca. 600 v. Chr. al fabels. De Fabels van Aesopus vind je hier.
De bekendste schrijver van Fabels is ongetwijfeld de Franse schrijver en dichter Jean de La Fontaine (1621-1695). Hij schreef Les Fables, een werk van 243 fabels in dichtvorm, waarin in de meeste gevallen dieren met menselijke eigenschappen centraal staan en waar een moraal wordt verteld. Hij publiceerde het eerste deel in 1668 en het tweede deel in 1679. In Chateau-Tierry kun je het Museum van Jean de La Fontaine bezoeken en op de website van het museum kun je in het Engels een aantal van zijn fabels lezen. Op de website Volksverhalen Almanak zijn dierenfabels en volksverhalen uit de hele wereld verzameld en na te lezen.

In 1993 verscheen het boek 'Het rijk te kijk - Fabels en feiten over het dierenrijk' van bioloog Frits Vaandrager waarin hij eens kritisch keek naar ons volksgeloof en het werkelijke gedrag van dieren.

Sprookjes

 

Het verschil tussen sprookjes en fabels is soms lastig, omdat ook in sprookjes dieren menselijke trekjes hebben. De fabel wil mensen een spiegel voorhouden, iets aan de kaak stellen. In een sprookje worden goed en kwaad scherp tegenover elkaar gezet en overwint altijd het goede. In veel sprookjes komen sprekende dieren voor zoals de wolf uit Roodkapje, de gelaarsde kat, de wolf en de zeven geitjes, het lelijke jonge eendje en de kikkerkoning.
Bekende sprookjes schrijvers zijn Hans Christian Andersen (1808-1875) (o.a. Het lelijke jonge eendje, De Chinese nachtegaal), de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm (o.a. De wolf en de zeven geitjes, Tafeltje dekje, ezeltje strek je en knuppel uit de zak) en Charles Perrault (1628-1703) (o.a. De gelaarsde kat en Roodkapje). Deze sprookjes zijn ook te zien in het sprookjesbos van de Efteling. Verder zijn er heel veel boeken met sprookjes, ook uit de niet Westerse cultuur.

Aanplakbiljet van De Gelaarsde Kat in het Crystal Palace in 1874 in Londen

Fantasy & Science fiction

 

Dieren komen ook veelvuldig voor in het genre van science fiction & fantasy, vaak gaat het hier om verzonnen dieren of buitenaardse wezens met dierlijke trekjes. Een bekende schrijver in dit genre is Wayne Douglas Barlowe, maar ook Frank Herbert (Duin) en J.R.R. Tolkien (In de ban van de ring). Ook in films is dit genre populair, denk aan films als E.T. en Aliens.

Dierenverhalen

 

Veel schrijvers hebben dierenverhalen geschreven. Anton Koolhaas (1912-1992), Toon Tellegen en Midas Dekkers zijn drie bekende Nederlandse schrijvers die veel dierenverhalen hebben geschreven.

Anton Koolhaas publiceerde in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw acht verhalenbundels. De hoofdpersonen in deze verhalen zijn dieren. Anton Koolhaas bestudeerde het gedrag van dieren grondig en legde dit vast in zijn verhalen. Daarbij probeerde hij zich ook in te leven in wat dieren denken en voelen.

De dieren in de verhalen van Toon Tellegen hebben vaak menselijke eigenschappen. De dieren denken veel na, vieren feest, zijn depressief of streven idealen na die niet haalbaar zijn. De boeken krijgen hierdoor vaak een boodschap van meer filosofisch aard.

Bioloog en schrijver Midas Dekkers schreef ook veel boeken met dierenverhalen. In 2009 zijn al zijn dierenverhalen gebundeld in het boek 'Alle beesten'.

 In 2009 was het thema van de Boekenweek 'Het dier in de letteren' .

Meer dierenverhalen:

  • Idema, W.L., M. Schipper en P.H. Schrijvers, Mijn naam is haas, Dierenverhalen in verschillende culturen, 1993
  • Zwan, W. van der, Hoe de apen Boeddha vereerden, 2002

Poëzie/Dichtkunst

Dieren komen ook veelvuldig voor in de poëzie. Enkele gedichtenbundels:

 

  • Dwinger, S., Oi, Die Poes, 2004
  • Dwinger, S. e.a., Een bejaarde bok en 36 andere limericks, 2004
  • GedichtenStad
  • Klawer, M., Poezen in poëzie, 1990
  • Luijters, G., Het Grote Dieren Gedichtenboek, 2007
  • Saris, L., Op fluwelen voetjes, 1997
  • Scholten, P., Het dagjesdier (1995), Ongekuste kikkers (1997), Traliedieren (1999), Noem mij dier (2009)
  • Stip, K., Het Grote Beestenfeest, 2009
  • Vasalis, M., De muze en de dieren: een bloemlezing van verzen, 1954
  • Verhelst, P., Zoo van het denken, 2011
  • Wilmink, W.,  Dieren, 1996
  • Zaal, W., Een leeuw is eigenlijk iemand, Nederlandse dierenpoëzie, 2006
  • Zijlstra, J. en L. Botman, Boven de wind uit, 2012
  • Zuiden, H. van, Woef Tjielp Knor, De mooiste gedichten over dieren, 2009

Kinderboeken

Er zijn ontzettend veel boeken over dieren voor kinderen geschreven. Variërend van plaatjesboeken tot leesboeken.


In 2006 stonden boeken over dieren centraal tijdens de Kinderboekenweek onder het thema 'De leeuw is los'. Het kinderboekenweekgeschenk was toen het boek 'Laika tussen de sterren' van Bibi Dumon Tak en Philip Hopman (illustraties), gebaseerd op de hond Laika die op 3 november 1957 door de Russen in de Spoetnik 2 in een baan om de aarde werd gebracht.
Het kinderboekenweek voor peuters was 'Waar ben je, Kleine Beer?' van Martin Waddell en Barbare Firth (illustraties).

In 1995 was het thema van de Kinderboekenweek 'Beestenbende' en stonden de hond en kat als huisdieren centraal. Het kinderboekenweekgeschenk was het prentenboekje 'De kat van Jan' van Harrie Geelen voor kleuters en het boek 'Bombaaj!' van Els Pelgrom en The Tjong Khing (illustraties) voor kinderen.

Gezegden en spreekwoorden

De Nederlandse taal kent diverse spreekwoorden waar dieren in voorkomen. In het schilderij van Pieter Bruegel de Oude 'Nederlandse spreekwoorden' uit 1559 zijn zo'n 80 spreekwoorden te vinden die destijds gangbaar waren. In een aantal spreekwoorden komen dieren voor. Een aantal daarvan wordt ook nu nog gebruikt. 

In het schilderij zijn de volgende 'dierenspreekwoorden' te zien.

  • Een aal bij de staart hebben (Een lastige taak ondernemen)
  • De beren zien dansen (Honger hebben)
  • Wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten (Soort zoekt soort)
  • Een ei in het nest laten (Iets op voorraad hebben)
  • Wie weet waarom de ganzen blootvoets gaan? (Alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  • De haan en de vos hebben elkaar te gast (Twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit)
  • De haring braad hier niet (Men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
  • De hennentaster (Iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren)
  • De hond in de pot vinden (Te laat zijn voor het eten)
  • Twee honden aen eene beene si draghen selden wel overheene (Verbitterd om iets vechten)
  • Zorg dat daar geen zwarte hond tussenkomt (Pas op dat het niet misgaat)
  • Als het kalf verdronken is, dempt men de put (Pas na een ramp wordt er actie ondernomen)
  • De kat de bel aanbinden (Iets al te publiekelijk ondernemen)
  • Naast het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (Een verkeerde keuze maken)
  • Zo mak als een lammetje (Heel gedwee zijn)
  • De ooievaar nakijken (Zijn tijd verdoen)
  • Van de os op de ezel springen (Slechte zaken doen/tegenspoed kennen)
  • Paardenkeutels zijn geen vijgen (Uiterlijk kan bedriegen/Laat je niets wijs maken)
  • Daar steekt meer in dan een enkele panharing (Daar zit meer achter)
  • De een scheert schapen, de ander varkens (Het is ongelijk verdeeld in de wereld)
  • Men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben (Niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven)
  • Het varken is door de buik gestoken (Alles was afgesproken werk)
  • Zodra het hek van de dam is, lopen de varkens in het koren (Een ramp komt voort uit roekeloosheid/ Als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
  • De grote vissen eten de kleine (De machtigen verrijken zich ten koste van de armen)
  • Hij vangt vissen met zijn eigen handen (Profiteren van andermans werk)
  • Twee vliegen in één klap slaan (Efficiënt bezig zijn)
  • Aan de veren kent men de vogel (Kinderen lijken vaak op hun ouders)
  • De zeug loopt met de tap weg (Nalatigheid is hier troef)

Enkele Afrikaanse spreekwoorden

  • Wanneer twee olifanten vechten, heeft het gras daar het meest onder te lijden (De waarheid ligt in het midden, vertrapt door de strijdende partijen)
  • Omdat het regende op de dag dat het uit zijn ei kwam, dacht het kuiken dat het een vis was (Vole Soyinka) bron: Afrikamuseum

Meer gezegden en spreekwoorden over dieren vind je hier.

Benamingen van mensen

Dierennamen worden ook gebruikt om mensen te typeren of te beledigen (scheldwoorden), soms lopen de twee door elkaar. Er wordt verwezen naar positieve of negatieve eigenschappen die het dier volgens een bepaalde groep mensen of cultuur heeft.

Typeringen

Scheldwoorden

  • hij is zo glad als een aal
  • hij is een adder
  • hij is een ongelikte beer
  • zo sterk als een beer
  • grijze dakduif
  • een duizendpoot
  • dom gansje
  • zij is een haaibaai
  • haantje de voorste
  • mijn naam is haas
  • het haasje zijn
  • zij is een kattenkop
  • koele kikker
  • een kwal van een vent
  • luis in de pels
  • blind als een mol
  • hij is een mierenneuker/muggenzifter        
  • dicht/gesloten als een oester
  • beste paard van stal
  • trots als een pauw
  • poeslief
  • arm als een kerkrat
  • stom als een rund
  • hij is een rat
  • schaap met de 5 poten
  • slak
  • nijdig als een spin
  • een vis op het droge
  • hij doet geen vlieg kwaad
  • vroege vogel
  • vos (sluw iemand)
  • bang als een wezel
  • een wolf in schaapskleren
  • neusje van de zalm

  • je bent een aap
  • aangeklede aap (lelijk of opzichtig gekleed iemand)
  • behaarde aap (man met veel borsthaar)
  • ezel (dom persoon)
  • stoned als een garnaal (iemand die geen hersenen heeft)
  • hond (onderdanig of een vies persoon)
  • vette koe
  • kijk niet zo schaapachtig (dommig)
  • uilskuiken (dom iemand)
  • varken (ongemanierd persoon)