Het Dierenmuseum - Het virtuele museum over het dier in de kunst en cultuur

Kritische kunst in relatie tot onze omgang met dieren

Sommige kunstenaars kiezen er voor om hun kunst te gebruiken om bij de kijker kritische vragen op te roepen, vaak gaat dat gepaard met gevoelens van ongemak. Ze dagen mensen uit om over onze omgang met dieren na te denken.

  • Gaan we wel respectvol met dieren om? 
  • Mogen we dieren wel houden voor gezelschap, voedsel en onderzoek? En hebben deze dieren een goed welzijn?
  • En bij wilde dieren: kunnen zij nog voortbestaan en leven ze in welzijn? 

Hiermee bevinden ze zich op het terrein van de dierethiek.In de dierethiek staat de vraag centraal wat een goede omgang met dieren is. Mogen we alles met dieren doen zolang we rekening houden met hun welzijn? Of zijn er grenzen aan wat we met dieren mogen doen, omdat niet al ons handelen getuigt van respect voor dieren: voor hun eigenheid, voor hun welzijn en voor de waarde van hun leven? En moeten we alle dieren gelijkwaardig behandelen? Op de pagina kritische kunstenaars zie je enkele kritische kunstwerken.


Campagneposters zijn eigenlijk ook een vorm van kunst. Ze bevatten vaak een kritische boodschap die de kijker bewust probeert te maken van een bepaalde ongewenste situatie en ze nodigen uit tot nadenken. Veel dieren-, natuur- en milieuorganisaties maken hiervan gebruik en ze tonen de creativiteit van grafische- en reclamebureaus, kunstenaars en andere creatievelingen.

Opgezette dieren worden tegenwoordig ook gebruikt voor kunst en vaak ook voor kritische kunst. Het gebruik van dieren voor kunst roept echter zelf ook discussie en verontwaardiging op. Is het moreel of immoreel om dieren te gebruiken voor kunst? Op de pagina taxidermie en kunst lees je hier meer over.

Films zijn ook een medium van kunst. Er zijn veel films gemaakt over onze omgang met dieren. Ze worden gebruikt om het publiek te informeren, een spiegel voor te houden en roepen vragen op. Het Dierenmuseum heeft een inventarisatie gemaakt van films over dieren en mensen en daar een ONLINE DIERENBIOSCOOP van gemaakt.

Denken over dieren

De dagelijkse praktijk laat zien dat mensen verschillend denken over dieren en mensen denken verschillend over hoe we met dieren behoren om te gaan. De een vindt dieren leuk, lief, gezellig, mooi, de ander vindt dieren eng, lelijk of vies en weer een ander vindt dieren nuttig en lekker. En dan wisselt het vaak ook nog per diersoort.


Vaak wordt gesproken over dieren in de termen DIER of DING. Voor de een is een dier een dier, de ander ziet en behandelt een dier als ding. Hoe je tegen dieren aankijkt is afhankelijk van diverse factoren:

  • je persoonlijke kenmerken: persoonlijke interesses, kennis over dieren, empathisch vermogen, gevoeligheid voor sociale druk
  • je achtergrond: cultuur, opvoeding, religie
  • je fysieke en sociale leefomgeving: stad of dorp, de meningen van vrienden, familie, buren en kennissen 
  • demografische kenmerken: leeftijd, sexe, opleiding, inkomen, beroep

Foto: beeld van Hugo Reinhold (1853-1900), Affe mit Schädel, 1839


Daarnaast spelen er diverse maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op je denken.
Het denken over dieren is niet iets van de laatste jaren. Al in de oudheid werd over de positie van het dier nagedacht.
De discussie blijft vooral actueel, omdat:

  • we inmiddels veel meer over dieren weten: over hun behoeften, gedrag, intelligentie en gevoelsleven
  • de verschillen in omgang met dieren steeds zichtbaarder zijn geworden: in Nederland, maar ook tussen verschillende landen
  • het aantal diersoorten op de wereld afneemt, met name door toedoen van de mens
  • de wereldbevolking stijgt van 7 miljard nu naar 9 miljard in 2050, hetgeen impact zal hebben op onze omgang met gedomesticeerde dieren en op dieren die in het wild leven.

Zorgen over onze omgang met dieren
Er is veel discussie over onze omgang met dieren. Een groeiend deel van de samenleving maakt zich zorgen over hoe we met dieren omgaan.
Discussies over hoe we met dieren behoren om te gaan vinden al lang plaats, zie hiervoor de pagina met visies van diverse filosofen en ethici. Vanaf de jaren 70
neemt de discussie toe en neemt deze toe onder een breder publiek.


In 1964 verscheen het eerste boek waarin kritiek werd geuit op de alsmaar verdergaande intensivering van de veehouderij na de Tweede Wereldoorlog. Dit was het boek 'Animal Machines: The New Factory Farming Industry' van de Britse Ruth Harrison (1920-2000). In 1965 werd het in Nederland uitgebracht onder de titel 'Beestenmachines - Dieren aan de lopende band'.
Met dit boek maakte Ruth Harrison transparant wat er als gevolg van de intensivering van de veehouderij gebeurde met dieren in Engeland en in de rest van de wereld. De productieverhoging leidde tot 'industrialisatie' van het dier, welzijnsaantasting van dieren, gevaar voor de consument (door het toedienen van chemische en organische stoffen in diervoerders) en zij sprak van mensonwaardige praktijken.

Brambell Commissie
Het Britse publiek was geschokt en dit leidde er o.a. toe dat de Britse regering in 1965 de zogenoemde Brambell Commissie in het leven riep die ging onderzoeken hoe dieren in de intensieve veehouderij werden gehouden en die zou nagaan of er eisen zouden moeten worden gesteld aan het welzijn van de dieren. De commissie legde de basis voor het hanteerbaar maken van dierenwelzijn in de vorm van de zogenaamde vijf vrijheden. Deze hadden in eerste instantie betrekking op het kunnen staan, liggen, omdraaien, verzorgen van de huid (likken, krabben) en het strekken van de ledematen (lees hier het rapport). De Britse Raad voor Dierenwelzijn (Farm Animal Welfare Council, FAWC) heeft de vrijheden later uitgewerkt tot de volgende lijst van 'vijf vrijheden voor dieren'.

  1. vrijheid van dorst, honger en ondervoeding
  2. vrijheid van fysiek en thermaal ongerief
  3. vrijheid van pijn, verwondingen en ziekte
  4. vrijheid om natuurlijke gedrag te vertonen
  5. vrijheid van angst en chronische stress

De discussie over de intensieve veehouderij leeft nu nog steeds, maar ook ten aanzien van ander diergebruik zijn veel mensen kritisch: dieren voor bont, onderzoek, sport en vermaak, visserij, werk en jacht.

Het ene dier is het andere niet

De discussie over onze omgang met dieren laat zien dat we ook heel verschillend met verschillende dieren omgaan. Zo is het ene dier een huisdier en eten we het andere dier op. Maar ook met eenzelfde diersoort gaan we verschillend om. Zo is een hond in Nederland een huisdier, een proefdier en een werkdier (blindengeleidehond), maar in China wordt een hond ook gegeten en voor bont gebruikt.
Uit onze omgang met dieren blijkt dat het ene dier het andere niet is.
Dit roept de vraag op of we dat kunnen rechtvaardigen of niet.


Films

Over het thema ' Het ene dier is het andere niet' zijn diverse films gemaakt:


Meer weten?
Klik dan op één van de volgende onderwerpen voor meer informatie.

Dierethiek

Tellen dieren mee?

Visies van filosofen en ethici

Publieksonderzoeken over het denken over dieren