"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Oorzaken van het verdwijnen van diersoorten en beleid ter bescherming

De invloed van de mens op de natuur is de afgelopen vijftig jaar steeds groter geworden door onder andere de steeds grotere vraag naar voedsel, water, hout en brandstoffen. De leefgebieden van veel planten en diersoorten zijn daardoor verdwenen.

Hiervoor zijn de volgende oorzaken:

Ontbossing

Bossen worden gekapt en o.a. geschikt gemaakt voor bebouwing, landbouwgrond en plantages. Bossen zijn niet alleen het leefgebied van diersoorten, ze helpen om water, koolstof en de bodem vast te houden en zorgen zo voor bescherming tegen erosie en overstromingen. Door ontbossing gaat dit vermogen verloren.

Onduurzame landbouw

In de landbouw worden kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen gebruikt om zoveel mogelijk te produceren. Deze middelen komen ook in de bodem en het water terecht en verstoren het ecosysteem, hetgeen leidt tot een afname van het aantal wilde planten- en diersoorten.

Milieuvervuiling

Door vervuiling van de lucht, de bodem en het water kunnen sommige soorten niet overleven.

Versnippering/vernietiging
van de leefomgeving

Woningen, kantoren en industrie nemen de plaats in van leefgebieden van planten en dieren. Wegen doorkruisen natuurgebieden. Diersoorten kunnen daardoor moeilijk van de ene plek naar de andere trekken om daar bijvoorbeeld met soortgenoten te paren. Hierdoor blijft de genetische variatie binnen de soort beperkt en dat verkleint de overlevingskans.

Klimaatverandering

De aarde warmt steeds meer op. Dit heeft gevolgen voor dieren. Zo trekken diersoorten die van kou houden verder naar het noorden en migreren dieren ook eerder (Scientias). Verder verandert de voedselketen, omdat de lente vroeger begint.

Overbevissing

Er wordt zo veel en in een zo'n hoog tempo vis gevangen dat er soorten verdwijnen, omdat ze geen tijd hebben om zich voort te planten.

Overbejaging

Sommige diersoorten dreigen te verdwijnen, omdat er nog steeds op ze gejaagd wordt (bijvoorbeeld de neushoorn en tijger).

Verdringing door een exotische soort

Sommige zoogdieren, insecten, vissen en micro-organismen reizen met mensen mee naar andere delen van de wereld, bijvoorbeeld in vrachtschepen. In hun nieuwe omgeving hebben ze vaak geen natuurlijke vijanden. Ze kunnen zich onbeperkt voortplanten en brengen zo de plaatselijke soorten in gevaar. Zo is de Amerikaanse ribkwal via vrachtschepen in Europese wateren terecht gekomen en verstoort deze soort hier de visstand.

Genetisch gemodificeerde organismen

Diersoorten kunnen verdwijnen, doordat de nieuwe genetisch gemodificeerde diersoorten overheersend zijn.

  

De meest kwetsbare gebieden lijken de kust- en binnenwateren en de tropische regenwouden.

Kust- en binnenwateren
In ongeveer 60% van alle grote riviersystemen kan het waterleven zich niet vrij verplaatsen door dammen en andere infrastructuren. Daarnaast zijn veel binnenwateren vervuild. Het gaat daardoor niet goed met de planten en dieren die hier leven. Ook bij kustwateren is vervuiling een probleem. Andere problemen bij kustwateren zijn overbevissing, het opkomen van exotische plant- en diersoorten en het veranderen en verdwijnen van de leefomgeving van veel planten en dieren.
Zo is tot nu toe ongeveer 20% van alle koraalriffen verloren gegaan en is nog eens 20% beschadigd. In de toekomst wordt op wereldniveau bijna 60% van alle koraalriffen bedreigd door menselijke activiteiten.

Regenwouden
Het tropisch regenwoud staat vooral onder druk door de toenemende houtkap en overexploitatie, mede door de vraag naar hout en soja (voor veevoer) in het Westen. Tussen 1990 en 2000 is 12,5 miljoen hectare bos verdwenen door kap en het omzetten van bos naar plantages. De verwachting is dat de huidige tropische en subtropische regenwouden in 2050 bijna gehalveerd zullen zijn. Het kappen van het regenwoud kan zorgen voor minder regen in de kaal gekapte gebieden. Hierdoor kan woestijnvorming optreden.
Ook draagt ontbossing bij aan het versterken van het broeikaseffect en zullen veel dier- en plantensoorten uitsterven.
Bron: MilieuCentraal en World Resources Institute (WRI)

Nederland

In Nederland neemt met uitzondering van de bossen, de oppervlakte van alle natuurtypen af. Met name duin- en heidegebieden staan onder druk. Ook de kwaliteit van de natuur wordt minder in deze gebieden. Problemen zijn:

  • verzuring en vermesting: dit zorgt voor vergrassing en struikvorming op de heide en in de duinen
  • verdroging
  • de waterkwaliteit

Sommige diersoorten, zoals vleermuizen, doen het goed in Nederland. Andere diersoorten, zoals de dagvlinder, hebben het moeilijk. Dit geldt ook voor enkele diersoorten die afhankelijk zijn van schrale, niet-vermeste natuur, zoals de duinpieper. In agrarische gebieden gaat het niet goed met verschillende boerenlandvogels (weide- en akkervogels). (Bron: MilieuCentraal, SOVON)

Beleid ter bescherming van diersoorten

In het Biodiversiteitsverdrag uit 1992 hebben landen met elkaar afspraken gemaakt om:

  1. biodiversiteit te behouden
  2. duurzaam gebruik te maken van biodiversiteit, en
  3. de voordelen die het gebruik van genetische bronnen opleveren eerlijk te verdelen

Naast het Biodiversiteitsverdrag zijn er nog diverse andere internationale afspraken en richtlijnen die op onderdelen ook op biodiversiteit betrekking hebben: