"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Indeling van het dierenrijk

Biodiversiteit

Dieren maken naast planten onderdeel uit van de biodiversiteit. Biodiversiteit is de verscheidenheid van levensvormen op aarde. Het omvat alle dier- en plantensoorten die er op aarde zijn. Op dit moment zijn bijna 2 miljoen soorten bekend. Waarschijnlijk zijn er in werkelijkheid vele miljoenen soorten op aarde. Een groot deel van de biodiversiteit is nog onbekend, maar ieder jaar worden er weer nieuwe soorten ontdekt. Ook in Nederland worden nog vaak nieuwe soorten ontdekt.
Het Internationale centrum voor soortenonderzoek van de Universiteit van Arizona maakt ieder jaar  op 23 mei (de geboortedag van Carolus Linnaeus) een top 10 van nieuw beschreven planten- en diersoorten bekend. Ze zijn gerangschikt op merkwaardige, prachtige of opvallende kenmerken. Het doel van de top-10-lijst is om de biodiversiteit en de werkzaamheden van taxonomen onder de aandacht te brengen.
In de top-10 van 2015 staan 8 nieuwe dieren.

Nederland kent zo'n 40.000 planten- en diersoorten. Circa 26.000 zijn diersoorten, circa 3.500 plantensoorten en circa 10.000 zijn schimmelsoorten.
Insecten vormen de grootste groep diersoorten, met vooral veel soorten kevers, vliegen, muggen, bijen, wespen en mieren. Andere soortenrijke diergroepen zijn aaltjes, spinachtigen, kreeftachtige en weekdieren. In Nederland wordt het voorkomen van de soorten bijgehouden in het Nederlands soortenregister. Dit geeft een actueel overzicht van de Nederlandse soorten. In Nederland komen ruim 50 soorten zoogdieren voor, zo'n 600 soorten broed- en trekvogels, tientallen vissoorten en duizenden ongewervelden.

Het Centrum voor Genetische Bronnen (CGB) heeft in Nederland onder andere als taak om plantaardige en dierlijke genetische bronnen te beheren die van belang zijn voor de landbouw en bosbouw. Het CGB beheert de genetische bronnen van zes landbouwhuisdiersoorten (rund, varken, schaap, geit, pluimvee en paard) waarin meer dan 100.000 doses van 40 rassen en lijnen van Nederlandse oorsprong zijn opgenomen. Dit gebeurt vanuit de wens om de diversiteit tussen en binnen rassen landbouwhuisdieren te behouden.


Ordening van het leven

Biologen hebben het leven op aarde proberen te ordenen en organismen ingedeeld in groepen met overeenkomstige kenmerken.

Hier is Carolus Linnaeus (1707-1778), een Zweedse arts, plantenkundige en zoöloog, in 1735 mee begonnen. Hij onderscheidde het plantenrijk van het dierenrijk. De 10e editie van zijn boek Systema naturae deel 1, de dierkunde, gepubliceerd in 1758, geldt als het beginpunt van de zoölogische nomenclatuur.

In het moderne classificatiesysteem zijn er vijf groepen die 'Rijken' worden genoemd. Dit zijn:

* het Dierenrijk (Animalia)
* het Plantenrijk (Plantae)
* het Eencelligenrijk (Protista)
* het Schimmelrijk (Fungi)
* het Bacteriënrijk (Prokaryota)

Klik hier voor een filmpje over Carolus Linnaeus.

Indeling van het dierenrijk

In hoofdlijnen wordt het dierenrijk als volgt ingedeeld:

In hoofdlijnen wordt het dierenrijk als volgt ingedeeld:

 

Eencellige dieren

Dit zijn organismen die uit één cel bestaan.Ze zijn niet symmetrisch, hebben geen skelet, leven in het water leven en ze zijn microscopisch klein.

Voorbeelden: pantoffeldiertje, oogdiertje

 

Sponsen

Dit zijn de eenvoudigste meercellige organismen. Ze komen voor in de meest uiteenlopende vormen en afmetingen, maar in wezen is hun lichaam zakvormig met slechts één opening en met kleine openingetjes in de wanden.
Ze hebben geen afzonderlijk zenuwstelsel en spierstelsel. Ze leven, vastzittend op de bodem, in grote aantallen in zee en enkele soorten sponsen leven ook in zoet water. Er zijn wereldwijd zo'n 9000 soorten. (Foto: Peng)

 

Holte/Neteldieren

Het lichaam van deze organismen bestaat uit één holte die dient als darm. De wanden van het lichaam bestaan uit echte weefsels of uit een aantal op een bepaalde manier samengevoegde cellen. Ze hebben zenuwcellen en spieren en speciale stekelige celletjes die dienen als aanvals- en verdedigingswapen. Ze leven in water.

Voorbeelden: koralen, zee-anemonen en kwallen

 

Wormen

Er zijn verschillende wormenstammen zoals platwormen, draadwormen, snoerwormen, koordwormen, buiswormen, ringwormen. Kenmerkend is dat ze geen skelet hebben en veel soorten leven als parasiet. (Foto: David Perez)

Voorbeelden: ringworm, rondworm, lintworm, bloedzuiger, regenworm, zeepier

 

Weekdieren

De vorm van het lichaam van weekdieren is verschillend, maar kop, rompgedeelte, poot en omhulsel zijn duidelijk te onderscheiden. Het omhulsel bestaat uit een vleesachtige substantie en bedekt min of meer de zijkanten en het achterste gedeelte van het lichaam. De klieren van het omhulsel scheiden de stof af waaruit de schelp wordt opgebouwd. Er zijn wereldwijd zo'n 110.000 soorten.

Voorbeelden: slakken, tweekleppigen (oesters, mossel), inktvissen

 

Geleedpotigen

Deze dieren vormen de ingewikkeldste en de omvangrijkste groep uit de dierenwereld. Er zijn wereldwijd minstens 1 miljoen soorten. De kop verschilt van de volgende segmenten van het lichaam, de romp en het achterlijf. Hun lichaam is omgeven door een soms zeer hard skelet. Van tijd tot tijd wordt dit omhulsel afgeworpen (periodieke vervelling) en vervangen door een nieuw pantser, zodat het dier niet belemmerd wordt in zijn groei.
De geleedpotigen hebben altijd gelede aanhangsels (antennen, monddelen en poten) of ze zijn gevormd uit gedeelten die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Naast meer primitieve vormen komen er ook sterk ontwikkelde vormen voor. Geleedpotigen beschikken over een uitgebreid zenuwstelsel, ingewikkelde zintuigen en spieren die de snelste bewegingen mogelijk maken.

Voorbeelden: insecten, duizendpoten, spinachtigen en schaaldieren (o.a. kreeftachtigen)


Stekelhuidigen

Het inwendige skelet van deze organismen bestaat uit gelede of tot een pantser samengevoegde planten, soms voorzien van stekels. Veel stekelhuidigen hebben de vorm van een ster met vijf punten en leven op de bodem van de zee. Er zijn wereldwijd zo'n 6000 soorten. (Foto: Thomasz Sienicki)

Voorbeelden: Zeesterren en zeeëgels

 

Gewervelden

Dit zijn organismen die een zogenaamde chorda of ruggenmergstreng hebben.
De gewervelden worden veelal weer onderverdeeld in zoogdieren, reptielen, vissen, vogels en amfibieën.
Er zijn wereldwijd zo'n 45.000 soorten en in Nederland 475 soorten.

Op de website Nature Wildlife van de BBC zijn veel afbeeldingen en filmpjes van honderden diersoorten te vinden.

Is de mens een dier?

Ja. Volgens bovenstaande indeling behoort de mens tot de zoogdieren.
De mens deelt allerlei lichamelijke kenmerken met andere diersoorten. Ons lichaam is ook opgebouwd uit cellen die zijn 'geprogrammeerd' door erfelijk materiaal. We hebben net als dieren voedsel, water, zonlicht en zuurstof nodig om te overleven, we planten ons ook voort door geslachtsgemeenschap, we zogen onze jongen en we hebben zintuigen, een zenuwstelsel en een motorisch apparaat.


Mensen staan het dichtst bij de mensapen: chimpansees, gorilla's, bonobo's en orang oetans. Ons DNA verschilt minder dan 2% van dat van hen. Het DNA van de mens verschilt 1,3 procent van dat van de bonobo en chimpansee, 1,75 procent van dat van de gorilla en 3,4 procent van dat van de orang oetan. 

National Geographic heeft in 2008 de documentaire 'Human Ape' gemaakt waarin gezocht wordt naar de verschillen tussen mensen en mensapen. Op YouTube is de documentaire in delen te vinden.

In 2005 werd in Engeland de documentaire 'Animals like us' uitgezonden. Deze documentaire onderzoekt hoe sterk de gelijkenis is tussen dieren en mensen op het gebied van emoties, taal, geneeskunde, homoseksualiteit, adoptie, werktuigen, handel, speelwijze, cultuur en politiek. Zie de trailer van de documentaire hieronder.


Taxonomie

De taxonomie is de wetenschap die zich bezighoudt met het ordenen (de classificatie), de naamgeving (nomenclatuur) en beschrijving (identificatie) van levende organismen. Het dierenrijk is verdeeld in stammen, stammen zijn onderverdeeld in klassen, klassen in orden, orden in families, families in geslachten en ten slotte geslachten in soorten. Al die groepen worden in het algemeen 'taxa' (enkelvoud: taxon) genoemd. Bij elk taxon zijn de organismen meer met elkaar verwant dan bij de eerdere taxa en hebben (bijna) dezelfde kenmerken.
Tot de jaren '90 van de twintigste eeuw letten biologen bij het ordenen van soorten alleen op uiterlijke kenmerken. Ze telden poten, namen maten, vergeleken kleuren enzovoort. Tegenwoordig maken onderzoekers steeds meer gebruik van DNA (desoxyribo-nucleïnezuur), de code waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd.

 

Leeuw

Merel

Zwarte wegmier

Regenworm

Rijk

 Animalia

 Animalia

 Animalia

Animalia

Stam

 Chordata

 Chordata

 Arthropoda (geleedpotigen)

Annelida (ringwormen)

Klasse

 Mammalia (zoogdieren)

 Aves (vogels)

 Insecta

Clitellata

Orde

 Carnivora (roofdieren)

 Passeriformes (zangvogels)

 Hymenoptera

Haplotaxida

Familie

 Felidae (katachtigen)

 Turdidae (lijsters)

 Formicidae (mieren)

Lumbricidae

Geslacht

 Panthera

 Turdus

 Lasius

 

Soort

 Leo

 Merula

 Lasius niger

Lumbricus terrestris

Klik hier voor een filmpje over Carolus Linnaeus en taxonomie.


Meer weten?

Nature - International weekly journal of science

Films/documentaires

  • Animals like us (2005)
  • The Human Ape (2008)