"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Fokkerij

Fokken is het door de mens selecteren en met elkaar paren van dieren met als doel de eigenschappen van de volgende generatie zodanig te veranderen, dat ze meer met het – door de mens – gestelde fokdoel overeenkomen.

Enkele fokdoelen zijn:

  • Het veranderen van uiterlijke kenmerken
    Met name de fokkerij bij gezelschaps- en hobbydieren is gericht op het veranderen van uiterlijke kenmerken, waardoor er nieuwe honden-, katten- en kippenrassen ontstaan die wij mensen mooi vinden. Maar er worden ook hypo-allergene katten gefokt voor mensen die allergisch zijn voor katten. De fokkers zijn veelal individuele dierhouders.
  • Het verhogen van de productie/prestatie
    I
    n de veehouderij gaat het om het verhogen van de productie van melk of vlees. Het zijn veelal grote internationaal opererende bedrijven die bepalen wat voor soort dieren er worden gefokt. Enkele grote fokorganisaties in Nederland zijn: CRV (rundveeverbetering), TOPIGS (varkensfokkerij) en Hendrix Genetics (pluimvee, varkens, vis).  Enkele voorbeelden van de productieverhoging:
  • Koeien geven nu gemiddeld 8000 liter melk per jaar (rond 1950 gemiddeld 4000 liter)
  • Er zijn vleeskoeien, ‘dikbillen’, gefokt die veel vlees geven. Deze dieren kunnen veelal alleen via een keizersnede geboren worden, omdat het bekken van de moederkoe te smal is.
  • Varkens krijgen nu gemiddeld 12 tot 13 nakomelingen per worp (rond 1960 was het aantal gemiddeld 7 tot 8 nakomelingen per worp)
  • Vleeskippen moeten in 42 dagen een gewicht bereiken van 2.2 kg. Dit is twee keer zo snel als 30 jaar geleden gebeurde.

   Bij de fokkerij in de sport gaat het om het verhogen van de prestatie van paarden, honden en duiven.

  • Behoud van diersoorten
    Dierentuinen hebben sinds 1985 fokprogramma's voor bedreigde diersoorten, EEPs genoemd (European Endangered Species Programmes), om dierpopulaties binnen dierentuinen met voldoende genetische variatie in stand te houden. Op die manier zijn deze populaties niet meer afhankelijk van ‘aanvoer’ uit het wild. Daarnaast is één van de uitgangspunten van de EEPs ook het terugplaatsen van bedreigde diersoorten in de natuur.
  • Behoud erfelijke eigenschappen van rassen
    Er wordt ook geprobeerd om oude diersoorten (of rassen) terug te fokken. Zo is er de wens om de oeros weer terug te fokken uit bestaande koeienrassen. Dit heeft vooralsnog geresulteerd in het heckrund dat nu rondloopt in de Oostvaardersplassen.

Er worden verschillende voortplantingstechnieken gebruikt bij het fokken en vermeerderen van dieren. In onderstaand schema staan de voortplantingstechnieken die in Nederland worden gebruikt bij runderen, schapen, geiten, varkens, kippen, kalkoenen, vissen, paarden, honden en katten. Bron: Raad voor Dierenaangelegenheden

Ethiek en fokkerij

Het fokken van dieren of het op andere wijze van dieren veranderen van dieren roept ethische vragen op. We veranderen dieren, omdat wij mensen dat willen. Maar is de verandering ook in het belang van het dier? En wil het dier wel veranderd worden? Dieren hebben daar zelf geen zeggenschap over.
Uit onderzoek blijkt dat er problemen zijn als gevolg van de fokkerij of van andere voortplantingstechnieken, zoals:

  • Sommige dieren (dikbilkoeien, Engelse bulldogs) kunnen niet meer zonder een keizersnede ter wereld komen, hetgeen leidt tot welzijnsproblemen bij het moederdier.
  • Bij sommige dieren is het uiterlijk zodanig veranderd dat ze last krijgen van gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld heupdysplasie bij Duitse herders, ademhalingsproblemen bij Franse Bulldogs.
  • Dieren die niet voldoen aan de gestelde fokdoelen, de zogenaamde surplusdieren, worden gedood. Dit gebeurt o.a. bij leghennen waar de eendagshaantjes worden vergast, maar ook honden die niet voldoen aan het gewenste schoonheidsideaal worden na de geboorte gedood.
  • Daarnaast is de lichamelijke integriteit van het dier in het geding. Bepaalde fokdoelen leiden tot een lichamelijke verandering bij dieren. Zo zijn varkens gefokt op het krijgen van steeds meer nakomelingen en is het uiterlijk van veel huisdieren in der loop der jaar veranderd. Dieren zijn hiermee een deel van hun 'eigenheid' verloren. Ze hoeven daar niet per sé last van te hebben, maar is het respectvol en gerechtvaardigd om dit te doen ten behoeve van een menselijk belang?

De ethische vraag is of we dieren mogen aanpassen aan onze behoeften en belangen. En zo ja, hoe ver we daarin mogen gaan.  En als je vindt dat we dieren mogen aanpassen, welke methoden vind je daarvoor acceptabel. Of zijn we de grens al gepasseerd?
De Raad voor Dierenaangelegenheden heeft in 2010 een rapport uitgebracht 'Fokkerij & Voortplantingstechnieken' waarin uitgebreid op de ethische aspecten van fokkerij en voortplantingstechnieken wordt ingegaan. De Raad heeft een afwegingsmodel ontwikkeld waarmee op een gestructureerde en transparante wijze in de fokkerij en bij het gebruik van voortplantingstechnieken een zorgvuldige belangenafweging kan worden gemaakt tussen de belangen van de mens en van het dier.