"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Zoölogie en ethologie

Zoölogie

De zoölogie of dierkunde is de tak van de biologie die dieren bestudeert. Conrad Gesner (Zürich, 26 maart 1516 – Zürich, 13 december 1565) was een Zwitsers natuuronderzoeker, filoloog en arts. Vanwege zijn werk Historiae animalium wordt hij gezien als grondlegger van de zoölogie.

Onderzoek wordt verricht om de dierenwereld beter te leren kennen en om daarmee dieren te behouden en/of om te kijken of dieren een zeker nut voor de mens kunnen hebben. In Nederland wordt door biologen onder andere onderzoek gedaan op de universiteiten van Amsterdam, Groningen, Leiden, Nijmegen, Utrecht, Maastricht en Wageningen. Aan deze universiteiten kun je ook biologie studeren.
Binnen de zoölogie wordt onderscheid gemaakt in de volgende onderzoeksdisciplines:

Anatomie

onderzoekt de structuur en de organisatie van organismen, er wordt onderscheidt gemaakt in:
zoötomie (dierlijke anatomie), plantenanatomie, morfologie en macroscopische structuur

Ecologie

onderzoekt de wisselwerking tussen organismen, populaties en levensgemeenschappen (de biotische milieufactoren) en de niet-biologische omgeving (de abiotische milieufactoren)

Embryologie

onderzoekt de ontwikkeling van een embryo vanaf de bevruchting van de eicel naar het stadium van foetus

Ethologie

onderzoekt het gedrag van dieren; dit wordt ook wel gedragsbiologie genoemd

Fysiologie

onderzoekt de levensverrichtingen zoals de werking van de stofwisseling van organismen

Histologie

onderzoekt de structuur van cellen, weefsels en organen

Microbiologie

onderzoekt de micro-organismen, vooral de bacteriën, eencellige schimmels en virussen

Morfologie

onderzoekt de uitwendige bouw en vorm van levende wezens (vormleer) en hun organen (orgaanleer)

Neurobiologie

onderzoekt de werking van het zenuwstelsel

Populatiebiologie

onderzoekt de factoren die het aantal en de dichtheid van populaties in ruimte en tijd beïnvloeden

Sociobiologie

onderzoekt de evolutionaire oorsprong van sociaal gedrag bij dieren (inclusief de mens)

Binnen de zoölogie wordt ook nog onderscheid gemaakt in de studie van verschillende diergroepen:

Arachnologie

Spinachtigen

Entomologie

Insecten

Herpetologie

Reptielen en amfibieën

Ichtyologie

Vissen

Malacologie

Weekdieren

Mammalogie

Zoogdieren

Ornithologie

Vogels

Ethologie

Het gedrag van dieren wordt bestudeerd door ethologen. Dierengedrag is alles wat een dier doet of juist niet doet. Het gedrag van dieren is erop gericht om de overlevingskans van het dier zelf en die van zijn soort te vergroten. Iedere gedraging is het directe gevolg van inwendige en uitwendige prikkels die het dier motiveren om iets wel of juist niet te gaan doen. Een inwendige prikkel kan een hormoon zijn, een pijngevoel of een hongergevoel. Uitwendige prikkels komen uit hun omgeving en neemt een dier waar met zijn zintuigen. Het ethologisch onderzoek komt goed op gang rond 1950 met het onderzoek van de volgende biologen.    


Karl von Frisch
Oostenrijk
(1886-1982)    

Onderzoek met bijen   


Konrad Lorenz
Oostenrijk
(1903-1989)

Onderzoek met ganzen

Foto: Max Planck Gesellschaft


Niko Tinbergen
Nederland
(1907-1988)

Onderzoek met stekelbaarzen

In 1973 kregen deze drie biologen gezamenlijk de Nobelprijs voor hun werk. Jaarlijks organiseert de Universiteit Leiden in samenwerking met het NRC Handelsblad, NWO, Naturalis, Museum Boerhaave en uitgeverij Brill de Niko Tinbergenlezing die in het teken staat van de evolutie.