"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Andere problemen als gevolg van de veehouderij

Er zijn niet alleen zorgen over de omgang met dieren in de veehouderij. De veehouderij heeft ook gevolgen voor het milieu, ecosystemen, de biodiversiteit, de volksgezondheid en watervoorraden. Deze problemen spelen niet alleen in Nederland, maar wereldwijd.

Impact op de natuur: ontbossing, groot landgebruik, landdegradatie

  • Voor de productie van vlees moeten de dieren eerst gevoerd worden. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt in:
  • direct landgebruik: herkauwers (runderen, schapen, geiten) die grazen op het land
  • indirect landgebruik: dieren die worden gevoerd met voedsel dat eerst moet worden verbouwd
  • Geschat wordt dat het directe en indirecte landgebruik als gevolg van de veeteelt 70% van het mondiale landbouwareaal beslaat. Het directe landgebruik omvat zo'n 25% van de mondiale landoppervlakte, het indirecte landgebruik wordt geschat op 34% van het mondiale akkerland.
  • Het indirecte landgebruik hangt samen met de voedselconversie, de hoeveelheid voedsel die nodig is om 1 kg vlees te produceren. Voor de productie van 1 kg vlees is nodig:
  • 9 kg voer voor 1 kg rundvlees
  • 3,5 kg voer voor 1 kg varkensvlees
  • 3 kg voer voor 1 kg kippenvlees
  • Veel veevoer bestaat uit soja dat wordt geproduceerd in Zuid-Amerika. Hier zijn tussen 1970 en nu grote oppervlakten bos/ tropisch regenwoud gekapt of verbrand voor weidegrond en akkers voor veevoer. Daarbij wordt het land van de lokale bevolking vaak onteigend, al dan niet gedwongen. In Brazilië is het aantal akkers voor de verbouw van soja tussen 1970 en 2005 vertienvoudigd.
  • Door het verdwijnen van de bossen kan er minder CO2 worden vastgehouden, waardoor er meer CO2 in de atmosfeer blijft. Ook komen er bij ontbossing en bij de omzetting van grasland in bouwland aanzienlijke hoeveelheden CO2, methaan en lachgas vrij uit de bodem. Dit draagt bij aan de klimaatverandering.
  • In Zuid-Amerika raakt de grond ook uitgeput door de intensieve verbouw van soja en het gebruik van bestrijdingsmiddelen.
  • Klik hier voor een filmpje van Milieudefensie.

Groot waterverbruik

  • De Universiteit van Twente heeft berekend dat voor de productie van vlees en andere dierlijke producten, zoals eieren en zuivel, vele malen meer water nodig is dan voor de productie van plantaardige producten. Ze hebben berekend wat de watervoetafdruk is van zowel dierlijke als plantaardige producten, per kilo, per calorie en per eiwit. Uit de berekeningen blijkt dat voor een kilo rundvlees 15.000 liter water nodig is, voor varkensvlees 6000 liter per kilo en voor kip 4300 liter. Voor een kilo peulvruchten is 4000 liter water nodig en voor een kilo sojabonen 2100 liter. Voor rundvlees is per calorie 20 keer meer water nodig dan voor graan of aardappelen. Het waterverbruik hangt met name samen met de verbouw van veevoer. In grote delen van de wereld is daarvoor irrigatie nodig, omdat er te weinig regen valt of in verkeerde periodes.

Milieuverontreiniging en klimaatverandering

  • De veehouderij draagt bij aan klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen. De bijdrage wordt door de Wereldvoedselorganisatie (FAO) geschat op 18%. De belangrijkste bronnen hierbij zijn uitstoot van methaan (CH4) door runderen, lachgas (N2O) uit mest en kunstmest en koolstofdioxide (CO2) door landgebruiksverandering en energieverbruik in de veeteelt. De veehouderij stoot meer broeikasgassen uit dan alle auto´s, vrachtwagens, treinen, boten en vliegtuigen samen.
  • Ook vindt er uitstoot plaats van verschillende stoffen die de bodem, het water en de lucht vervuilen (o.a. emissies van ammoniak, stikstof, fosfaat, nitraat en fijn stof).
  • De veehouderij produceert meer mest dan we kunnen gebruiken voor bemesting van gras- en akkerlanden. Bepaalde stoffen uit mest, zoals fosfaat, nitraat en ammoniak, kunnen door regen of wind in het grond- en oppervlaktewater terecht komen. Dat zorgt voor verzuring en vermesting van de natuur.

Verdwijnen van biodiversiteit

  • De ontbossing, milieuverontreiniging, klimaatverandering en het grote waterverbruik dragen bij aan het verlies van planten- en diersoorten wereldwijd. Leefgebieden van dieren en planten worden aangetast en dreigen zelfs uit te sterven.
  • Volgens de Wereldvoedselorganisatie (FAO) zou meer dan 70% van de bedreigde vogels in de wereld de gevolgen ondervinden van agrarische activiteiten.

Gezondheidseffecten

  • Er is veel discussie over de gezondheidseffecten van de consumptie van dierlijke producten. Zo was er in 2011 nog discussie over een persbericht van de Wageningen Universiteit met de mededeling dat het drinken van melk tot een lagere kans op het optreden van hart- en vaatziekten zou leiden. De universiteit heeft dit moeten rectificeren.
  • Volgens het Wereld Kanker Onderzoek Fonds verhoogt de consumptie van rood vlees (rundvlees, varkensvlees en lamsvlees) en bewerkt vlees het risico op dikke darmkanker.
  • Volgens de Wageningen Universiteit is de eiwitconsumptie van volwassenen in Nederland ongeveer 37% hoger dan de aanbevolen hoeveelheid. Dit komt met name door de consumptie van vlees(waren) en zuivel als eiwitbronnen. Volgens het Voedingscentrum zijn er geen duidelijke aanwijzigingen dat veel eiwit schadelijk is voor gezonde volwassenen.
  • Meer weten over gezondheid en de consumptie van dierlijke producten, zie het Voedingscentrum.

Volksgezondheid

  • De productie van vlees brengt mogelijk ook risico's voor de volksgezondheid met zich mee. Ook hierover verschillen de meningen.
  • In de intensieve veehouderij worden antibiotica gebruikt om infectieziekten bij dieren te voorkomen en te bestrijden. Het grote nadeel hiervan is dat bacteriën ongevoelig kunnen worden (resistent) voor antibiotica, waardoor mensen moeilijker te genezen zijn als ze van die bacterie ziek worden. Het bekendste voorbeeld van een resistente bacterie is de MRSA-bacterie, ook wel ziekenhuisbacterie genoemd. In de biologische veehouderij is het toedienen van antibiotica ter voorkoming van ziektes niet toegestaan, wel - onder strenge voorwaarden - voor de behandeling van ziektes. In vlees, vis of melk zijn er praktisch geen resten antibiotica te vinden. Dit komt door de wachttijd. Dieren of producten van dieren die behandeld zijn met antibiotica mogen in die tijd niet geslacht of gegeten worden.
  • Dierziekten kunnen op de mens overgaan, zoals Vogelgriep en Q-koorts. Deze ziekten worden zoönosen genoemd. Tussen 2008 en 2010 zijn in Nederland veel mensen ziek geworden van de Q-koorts Tienduizenden mensen raakten besmet, zo'n 4000 mensen werden chronisch ziek en ten minste 25 mensen met Q-koorts zijn overleden.
  • Mensen ervaren last als gevolg van stank (geurhinder).
  • In 2011 verscheen het rapport 'Mogelijke effecten van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden' van IRAS, Universiteit Utrecht, NIVEL en RIVM. De onderzoekers kunnen geen precieze uitspraak doen of er een directe relatie is tussen nabijheid van veehouderij en effecten op de gezondheid van omwonenden. Het onderzoek dat is uitgevoerd in het oosten van Noord-Brabant en in Noord-Limburg laat zien, dat:
  • omwonenden potentieel zijn blootgesteld aan verhoogde concentraties fijnstof, bacteriën en endotoxinen. De niveaus zijn in de regel laag, maar er kunnen lokale situaties zijn dat het niveau voldoende hoog is om bij een deel van de omwonenden tot effecten op de luchtwegen te leiden.
  • astma, COPD, hooikoorts en infecties aan de bovenste luchtwegen in de omgeving van intensieve veehouderij juist minder vaak voorkomen. Maar bij mensen die eenmaal astma of COPD hebben, worden meer complicaties of infecties aan de bovenste luchtwegen gezien.
  • rond pluimvee- en geitenbedrijven vaker longontsteking heerst dan elders in het land
  • Naar aanleiding van dit rapport is de Gezondheidsraad gevraagd om met een beoordelingskader te komen voor gezondheidsrisico's uit de veehouderij en te adviseren over eventueel in te stellen normen en te nemen maatregelen. Eind 2012 verscheen het rapport 'Gezondheidsrisico's rond veehouderijen'. De Gezondheidsraad geeft hierin aan dat het niet bekend is tot welke afstand omwonenden van veehouderijen verhoogde gezondheidsrisico’s lopen. Daarom is er niet op wetenschappelijke gronden één landelijke veilige minimumafstand vast te stellen tussen veehouderijen en woningen. Gemeenten zouden samen met de GGD en belanghebbenden lokaal beleid moeten ontwikkelen met minimumafstanden.


In 2007 ging de klimaatfilm 'Meat the Truth' in première waarin bovenstaande problemen worden uitgelegd. Het is de eerste film van de Nicolaas G. Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de dieren.

Hieronder kun je de film zien.