"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Dierenwelzijn van huisdieren

Maatschappelijke zorg

Bij dieren voor gezelschap is er zorg en discussie over:

  • welzijnsproblemen
  • de vraag welke dieren geschikt zijn om als huisdier te worden gehouden
  • de fokkerij
  • de malafide hondenhandel, en
  • de vraag of we op een respectvolle wijze met gezelschapsdieren omgaan

Filmmaker Manfred van Eyk heeft samen met de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht de film 'Het Misverstand Dier' (2012) gemaakt. De film laat zien hoe verschillend mensen met huisdieren en paarden omgaan. De film zet je aan het nadenken over je eigen houding naar dieren en de potentiële dilemma's die er spelen bij de omgang met dieren. Je kunt de film hieronder bekijken.  

Welzijnsproblemen bij huisdieren

Gezelschapsdieren worden in Nederland op verschillende wijzen gehouden. Ondanks de vaak goede bedoelingen, blijkt er veel mis te zijn. Onderzoekers van de Wageningen Universiteit en de Universiteit van Utrecht hebben onderzoek gedaan naar het welzijn van gezelschapsdieren in Nederland. In hun rapport  'Ongerief bij gezelschapsdieren' (2010) constateren zij dat er bij alle categorieën en diersoorten vormen van (ernstig) ongerief voorkomen. Dit baseren de onderzoekers op schattingen. De hoeveelheid wetenschappelijke literatuur over ongerief bij gezelschapsdieren is namellijk beperkt. Feitelijke meetresultaten over het aandeel in de populatie van een bepaalde diersoort dat ongerief ondervindt, ontbreken. Er is onderzoek gedaan naar de volgende diersoorten en -groepen:

  • Zoogdieren: katten, honden, fretten, cavia’s, kleine knaagdieren als groep, chinchilla’s en konijnen
  • Vogels: papegaaien, kanaries, zebravinken, duiven, kippen, park- en watervogels, roofvogels en uilen
  • Reptielen: moerasschildpadden, kousenbandslangen, groene leguanen, baardagamen
  • Amfibieën: Koreaanse vuurbuikpadden, salamanders
  • Vissen: goudvissen, steuren, tropische zoetwatervissen met als voorbeeld de tetra’s en tropische zoutwatervissen met als voorbeeld anemoonvissen. 

Bij alle beschouwde diersoorten komt ongerief voor. Het gaat dan o.a. om:

  • gedragsproblemen
  • het niet kunnen vertonen van sociaal en soortspecifiek gedrag
  • angst en stress
  • ziekten en verwondingen
  • niet adequate voeding
  • ontoereikende klimaatcondities
  • gebrek aan bewegingsruimte


In veel gevallen, en vooral bij kleinere dieren, leidt dit tot vroegtijdige sterfte. De gemiddelde houder herkent bij veel dieren namelijk niet snel of er ziekte of andere problemen spelen. Diersoorten die van nature prooidier zijn, zijn vaak al ernstig ziek of dood voor de verzorger doorheeft dat er iets mis is. Deze problematiek is prominent bij kleine knaagdieren, cavia’s, konijnen, kanaries, reptielen, amfibieën en vissen, maar komt ook voor bij honden en katten. Bij dieren die buiten komen (katten, honden, duiven, etc.) wordt vroegtijdige sterfte ook door ongelukken veroorzaakt.

Oorzaken van welzijnsproblemen

De oorzaken van ongerief zijn divers en spelen bij veel diersoorten. Voor specifiek ongerief per diersoort wordt verwezen naar het onderzoeksrapport 'Ongerief bij gezelschapsdieren' (2010).

1. Gebrek aan kennis
Veel dierhouders weten onvoldoende over de behoeften en het natuurlijk gedrag van hun dier(en) en daardoor onvoldoende over de vereiste huisvesting, voeding en verzorging van het dier. Dit komt vooral voor bij bijzondere diersoorten. Een beperkt aantal houders beschikt wel over de benodigde specialistische kennis, maar deze kennis is dan veelal onvoldoende toegankelijk voor een breder publiek. Het in de handel beschikbaar zijn van te kleine of ongeschikte kooien, aquaria en terraria is een onderdeel van deze problematiek.

2. Ondoordachte aanschaf
Als een diersoort of ras mode wordt (bijvoorbeeld door een film of een bekende persoonlijkheid) wordt te vaak uit statusoverwegingen en/of ondoordacht een dergelijk dier aangeschaft. De kans op gebrekkige kennis en onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef bij de dierhouder is dan groot.


3. Infectieziekten
Bij alle diersoorten zijn infectieziekten veroorzaakt door bacteriën, virussen, schimmels, endo- en ectoparasieten een bron van ongerief. Vaccinatie kan bij een aantal zoogdier- en vogelsoorten voor een aantal aandoeningen de risico’s op ongerief verminderen. In veel gevallen is hygiëne (quarantaine) en behandeling (medicatie) de enige mogelijkheid voor vermindering van ongerief. In veel gevallen ontbreekt het aan kennis en behandelingsmiddelen.

4. Ondeskundig fokken
Te  ver doorgevoerde raskenmerken kunnen ernstig ongerief veroorzaken. Dit komt voor bij zoogdieren, vogels en vissen. Voorbeelden zijn haarloze rassen, rassen met bovenmatige huidplooien, uitpuilende ogen, bijzonder klein of juist groot formaat, afwijkende lichaamsvormen of houding. Daarnaast kunnen bij alle diersoorten erfelijke aandoeningen voorkomen. Soms zijn de extreme rassen uit een dergelijke erfelijke aandoening ontstaan (mutantenfok: haarloosheid, afwijkende haar- en veerstructuren, afwijkend gevormde vinnen), maar er zijn ook erfelijke afwijkingen die als fok- of kweek artefact kunnen worden aangemerkt, zoals erfelijk hartfalen, erfelijke gewrichtsproblemen, doofheid, tumorgevoeligheid. Dergelijke aandoeningen komen meer voor als sprake is van inteelt. Inteelt komt meer voor bij rasfokkerij en bij kleine populaties dan bij bastaarden en grote fokpopulaties.


In augustus 2009 heeft de BBC de documentaire 'Pedigree Dogs Exposed' uitgezonden waarin zij de rashondenfokkerij in Engeland belicht en de vele gezondheidsproblemen bij honden die daaruit zijn ontstaan. In maart 2012 is 'Pedigree Dogs Exposed: Three years on' uitgezonden waarin is gefilmd wat er is gebeurd sinds het uitbrengen van de eerste documentaire. Klik daarvoor hier.

 

Ook in Nederland wordt er op televisie aandacht besteed aan de problemen rond de rashondenfokkerij:

In Nederland is in 2014 een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van schadelijke raskenmerken en erfelijke ziekten bij de Chihuahua, Franse Bulldog, Labrador Retriever en Perzische kat. Zie hiervoor het rapport 'Incidentie van schadelijke raskenmerken en erfelijke gebreken bij populaties van gezelschapsdieren' (2014).

5. Gebrekkige socialisatie
Gebrekkige socialisatie kan leiden tot permanente en onherstelbare gedragsafwijkingen, angst en stress bij alle diersoorten die van nature in een sociaal verband leven en waar ouders de jongen verzorgen. De jongen zijn voor hun lichamelijke en geestelijke gezondheid afhankelijk van de (op)voeding door de ouder(s). Scheiden van jongen en ouders moet op een adequate leeftijd van de jongen geschieden. Daarnaast moeten gezelschapsdieren op jonge leeftijd (ook al bij de fokker) kennis maken met mensen en de omstandigheden in de mensenwereld.
Voor een aantal soorten zoogdieren, reptielen, amfibieën en vissen vindt het fokken/kweken in het buitenland plaats. Er is onvoldoende zicht hoe dat er aan toe gaat. Indien de jongen te vroeg worden gescheiden van de ouders en onvoldoene kennis maken met dieren, is de kans groot op gedrags- en gezondheidsproblemen. In 2011 is onderzoek gedaan naar het scheiden van dieren. Zie het rapport 'Scheiden van dieren' (2011) van de Universiteit van Utrecht en Wageningen Livestock Research (2011).

6. Verkeerde huisvesting
Het individueel houden van dieren kan voor diersoorten die van nature in sociale verbanden leven, en dat doen veel van de gezelschapsdieren, een bron van ongerief zijn en vooral voor diersoorten die in groepen leven als bescherming tegen roofdieren. Andersom kan het geforceerd bij elkaar zetten van normaliter solitair ingestelde dieren ook tot stress leiden.
Veel diersoorten vereisen ook een specifiek klimaat (temperatuur, luchtvochtigheid, licht) of waterkwaliteit (aquarium- en vijvervissen). Indien hier niet aan wordt voldaan, ontstaat ongerief. Het in de handel beschikbaar zijn van te kleine of ongeschikte kooien, aquaria en terraria is een onderdeel van deze problematiek.

7. Gebrek aan afleiding en aandacht
Gebrek aan afleiding en aandacht is bij veel diersoorten een bron van ongerief. Voor dieren, die permanent in een bepaalde huisvesting verblijven, moet de huisvesting niveauverschillen, enige bewegingsvrijheid, schuilmogelijkheden, etc. bevatten en zo mogelijk soortgenoten. Het ontbreken van de mogelijkheden tot soortspecifiek gedrag is een bron van ernstig en langdurig ongerief. Als sociale dieren (bijvoorbeeld hond, kat, konijn, papegaai) individueel gehouden worden, moet de dierhouder voor voldoende sociale contacten zorgen. Het ontbreken van soortgenoten en het niet voldoende voorzien in alternatieven daarvoor, geeft ernstig ongerief. Gebrekkige huisvesting en/of gebrekkige sociale contacten zijn belangrijke oorzaken van stereotype en zelfbeschadigend gedrag en komen bij diverse diersoorten bij een relatief groot deel van de populatie voor.

8. Ondeskundig bestrijden van probleemgedrag
Door gebrekkige socialisatie, te weinig afleiding en aandacht en/of verkeerde trainingsmethoden kunnen gedragsproblemen ontstaan, die vooral honden- en ook wel katteneigenaren ervaren. Veel van deze probleemgedragingen zorgen voor stress bij de hond of kat: angsten, trauma’s, fobieën en angstagressie. Door het ondeskundig bestrijden van probleemgedrag wordt het ongerief vergroot.

9. Niet adequate voeding
Niet adequate voeding is bij veel diersoorten een bron van ongerief. Diverse diersoorten stellen hoge eisen aan de voeding: de verhouding van nutriënten, beschikbaarheid van vitamines en mineralen, onderhoud van het gebit, e.d. Vooral bij honden en katten is obesitas te zien, hetgeen zorgt voor gezondheidsrisico's voor de dieren.

10. Trainen, tentoonstellen en wedstrijden
Trainen, tentoonstellen en wedstrijden met dieren kan ongerief voor de betrokken dieren met zich meebrengen. Bij honden gaat het dan om niet goed toegepaste trainingsmethoden en/of hulpmiddelen. Bij duiven kunnen wedstrijdvluchten een te zware belasting zijn en wordt in plaats van een band met het thuishok de band met een partner (weduwespel) of zelfs met net uitgekomen jongen (nestspel) gebruikt om de duiven tot snelle terugkeer te motiveren. Het transport naar een tentoonstelling of wedstrijd en het aanwezig zijn in een onbekende omgeving met onbekende dieren is stressvol.

Niet alle dieren zijn geschikt als huisdier
Bovengenoemde welzijnsproblemen roepen ook de vraag op of alle dieren wel geschikt zijn om als huisdier te worden gehouden. In Nederland wordt Stichting AAP vaak met de gevolgen hiervan geconfronteerd. Zij worden regelmatig gevraagd om exotische dieren of wilde dieren die door particulieren worden gehouden op te vangen. De eigenaren ervaren dat de dieren niet geschikt zijn voor een leven als huisdier. Mensen hebben er onvoldoende geschikte faciliteiten voor, te weinig kennis over en te weinig ervaring met wilde dieren. De huisvesting en verzorging van veel dieren laten daardoor te wensen over. Ter illustratie een filmpje van een wasbeerhond die naar Stichting AAP verhuist.
De Britse documentairemaker Louis Theroux maakte over dit onderwerp een documentaire in Amerika, getiteld 'America's Most Dangerous Pets' (2011). Op YouTube is de documentaire 'Christian the lion' gebaseerd op het boek 'A Lion Called Christian' te zien over een leeuw die in 1969 door twee Australische jongens wordt gekocht en daarna wordt geherïntroduceerd in Afrika.

Mishandeling en verwaarlozing
Naast bovengenoemde welzijnsproblemen komt het ook voor dat huisdieren worden mishandeld en/of verwaarloosd. Volgens gegevens van de Stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (een aparte stichting binnen de Dierenbescherming) waren er in 2010 4723 meldingen van mishandeling en verwaarlozing van gezelschapsdieren. In 2010 zijn 1396 gezelschapsdieren in bewaring genomen.

Uit diverse onderzoeken in Amerika, Engeland, Canada en Nieuw-Zeeland is gebleken dat er vaak ook een verband is tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld. In 2009 is ook een Nederlands onderzoek verschenen, 'Cirkel van geweld: verbanden tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld'. In 2012 verscheen het onderzoek 'Huiselijk geweld en dierenmishandeling in Nederland'.
In 2012 is in opdracht van de minister van Justitie en Veiligheid een onderzoek uitgevoerd naar de aard en omvang van dierenwelzijnszaken en de stand van zaken van de handhaving van de regelgeving op dat gebied in Nederland: Dierenwelzijn in het vizier. In 2011 werden 46.000 meldingen bij de politie geregistreerd. Op basis van een beperkte steekproef wordt in het rapport geconstateerd dat er bij verder onderzoek van de dierenpolitie in meer dan 60% van de gevallen geen sprake is van mishandeling of verwaarlozing.


Onvoldoende respect voor het dier

Niet alleen het welzijn van dieren is onderwerp van maatschappelijke zorg, ook speelt de vraag of we op een respectvolle manier met onze huisdieren omgaan. De meningen hierover verschillen. Argumenten die in dit kader worden genoemd zijn:

Huisdieren leven in gevangenschap
Veel dieren zijn als huisdier hun vrijheid kwijt en ze kunnen geen eigen keuzes maken. Hun autonomie is ontnomen. Ze zijn afhankelijk van de zorg van hun eigenaar en die zorg is niet altijd voldoende (zie ook bovengenoemde welzijnsproblemen).

Huisdieren kunnen hun natuurlijke gedrag onvoldoende uitoefenen
Het natuurlijke gedrag van dieren bestaat uit sociaal gedrag, voortplantingsgedrag, maternaal gedrag, fourageren en territoriumgedrag. In gevangenschap kunnen ze dit gedrag niet meer of slechts beperkt uitoefenen. Dit komt o.a. doordat veel huisdieren onder onnatuurlijke leefomstandigheden leven en opgesloten zitten op een flat of in een huis. Veel huisdieren komen zelfs nooit buiten. Veel huisdieren zoals vissen, vogels, cavia's, konijnen, reptielen, amfibieën leven namelijk in kooien (o.a. aquaria, terraria of vissenkommen). Ze worden daarmee beperkt in hun bewegingsbehoefte: vogels moeten kunnen vliegen, vissen moeten de ruimte hebben om te kunnen zwemmen, etc. Wanneer dieren dit niet kunnen, negeert de mens de natuurlijke behoeften van het dier.


Huisdieren worden aangepast aan de wensen van de mens
Het is een feit dat honden en katten al decennialang fysiek worden aangepast aan de wensen van de mens. Bij huisdieren gaat het veelal om aanpassingen vanuit het idee van een schoonheidsideaal. De vele honden- en kattenrassen die er nu zijn, zijn door de mens gecreëerd. De mens heeft hiermee de lichamelijke integriteit van het dier aangetast. Het dier is niet meer 'heel' of 'gaaf' zoals het van oorsprong was. Naast deze integriteitsaantasting kunnen de raskenmerken ook voor ernstig ongerief zorgen bij de dieren (o.a. uitpuilende ogen, bovenmatige huidplooien, te platte neuzen). Niet alleen de dieren hebben hier last van, ook de eigenaren die hoge kosten krijgen wanneer ze met hun dier naar de dierenarts moeten.

Huisdieren worden vermenselijkt
Eigenaren van huisdieren wordt soms verweten dat zij hun dieren vermenselijken. Dit wordt antropomorfisme genoemd. Het dier wordt niet meer als dier gezien, maar als mens/kind en ook als zodanig behandeld. Zo worden sommige honden door hun eigenaren aangekleed, wordt de vacht geverfd of worden de nagels gelakt. De honden hoeven daar zelf geen ongerief van de te vinden, maar is het respectvol?
Klik hier voor meer informatie over antropomorfisme.

Huisdieren worden als ding gezien, niet als dier

  • Dieren zijn voor sommige mensen een verzamelobject (denk aan vogels of vissen)
  • Dieren worden soms gebruikt om het interieur mee op te leuken of te versieren (denk aan vissen in een aquarium)
  • Dieren zijn voor sommige fokkers alleen een object waarmee geld kan worden verdiend. Malafide fokkers doden zelfs dieren die niet voldoen aan raskenmerken (en dus niet verkoopbaar zijn) of die ziek of zwak zijn (te hoge dierenartskosten). Ze tonen hiermee geen respect voor de waarde van het leven van deze dieren.
  • Sommige eigenaren doen afstand van hun dier als ze er geen plezier meer aan beleven of wanneer het dier voor overlast zorgt (bijvoorbeeld te veel blaft, aan de bank krabt of in huis plast).

Malafide handel

Honden
Veel puppies in Nederland zijn afkomstig uit Oost-Europa. Het International Fund on Animal Welfare (IFAW) heeft onderzoek gedaan naar de illegale hondenhandel met puppies uit Oost-Europa (rapport 'De puppydossiers - Een koppeling tussen theorie en praktijk', 2010). Bij de illegale hondenhandel is er regelmatig sprake van meervoudige overtredingen, onder andere op het gebied van transport, dierenwelzijn en diergezondheid, registratie en betaling van belastingen. Het programma Undercover Nederland heeft op 6 juni 2010 een uitzending gewijd aan dit onderwerp, getiteld 'Illegale hondensmokkel' en in 2012 Tros Radar. In 2015 wijdde Zembla er een uitzending aan.

Exotische dieren
Er vindt veel illegale handel in bedreigde exotische dieren plaats. De dieren worden in het wild gevangen en velen gaan dood tijdens het transport. Dit komt door stress, te veel dieren in een kooi/doos, gebrek aan zuurstof, temperatuurverschillen, ruwe behandeling en onvoldoende verzorging onderweg. Daarna is de kans groot dat de dieren niet goed worden gehouden, omdat de dieren vragen om specifieke huisvesting, voeding en verzorging. De Flora- en faunawet stelt dat beschermde diersoorten alleen mogen worden gehouden, wanneer de legale herkomst is aangetoond. Voor beschermde inheemse dieren betekent dit dat de dieren in gevangenschap zijn geboren en dat hiervoor een CITES-certificaat is verstrekt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) van het ministerie van Economische Zaken. Uitheemse dieren mogen worden ingevoerd met een CITES-invoervergunning. Voor bepaalde soorten die op Bijlage A van de EU-Basisverordening van CITES staan geldt een bezitsverbod op grond van de Flora- en Faunawet; dit betreft met name apensoorten en katachtigen.
Klik hier voor de een filmpje over de handel in exotische dieren.

Opvang (zwerf)dieren

Veel huisdieren komen in asiels of andere dierenopvangcentra terecht. Het totaal aantal dieren is niet precies bekend. In de Nederland naar schatting 200 opvangcentra (inclusief asielen en centra bijzondere gezelschapsdieren, wildlife en dierenambulances zijn in 2014 meer dan 10.000 honden opgevangen,  zo'n 40.000 katten en meer dan 4000 konijnen en andere knaagdieren. Het percentage zwerfhonden dat vanuit het asiel weer terugkomt bij zijn eigenaar, bedraagt 44%. Van de katten keert 15,5% terug naar de eigenaar. 5% van de honden en 9% van de katten moest vanwege gezondheid of gedragsproblemen geëuthanaseerd worden.

Stichting Amivedi is een van de landelijke vrijwilligersorganisatie die zorgt voor de registratie van vermiste en gevonden huisdieren in Nederland.
(Bron: Feiten en cijfers gezelschapsdierensector 2011, HAS Den Bosch)

 

Nieuw beleid

Een aantal acties zijn door diverse partijen in gang gezet om het welzijn van gezelschapsdieren te verbeteren.

Voorlichting
Verschillende organisaties geven voorlichting aan houders van gezelschapsdieren over hoe ze het beste voor hun dier kunnen zorgen.
1. Het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG) heeft diverse 'huisdierenbijsluiters' opgesteld, waarin informatie staat over het gedrag, de gewenste huisvesting, de verzoring en voeding van dieren. Maar ook over ziekten en erfelijke aandoeningen, risico’s bij het hanteren van het dier, de benodigde ervaring en een inzicht in de kosten die het houden van dit dier met zich meebrengt (aanschaf en verzorging). Daarnaast heeft het LICG een huisdierentest 'Wat voor huisdierenmens ben jij?'.
2. Het Platform Verantwoord Huisdierenbezit (PVH), een organisatie die opkomt voor de belangen van huisdierbezitters, heeft 'Gidsen Goede praktijk' opgesteld.
3. De Dierenbescherming heeft in 2009 het boek 'BAAS: gids voor eigenaren van hond, kat, konijn of knaagdier' uitgebracht (gratis download hier).
4. De Hondenbescherming geeft een aantal aspecten waar je op moet letten bij de aanschaf van een hond. 
4. Verder liggen er veel boeken in de boekhandel over het houden van huisdieren
5. Cursussen: Diverse organisaties bieden cursussen aan over het houden van dieren, Cursuscentrum Dierverzorging Barneveld en de Dierenbescherming (training Gehoorzame Huishond).
6. De Stichting Met Dieren Meer Mens heeft een lespakket voor kinderen van groep 5 ontwikkeld waarmee zij een 'Dierendiploma' kunnen behalen.

Huisdierenlijst
Vanaf 1 februari 2015 is het alleen maar toegestaan om dieren tehouden die op de zogenaamde 'huisdierenlijst' (ofwel positieflijst zoogdieren) staan. De reden voor de komst van deze lijst is dat veel huisdieren welzijnsproblemen ervaren en dit de vraag oproept of ieder dier wel als huisdier kan worden gehouden. Ook kunnen aan het houden van bepaalde dieren risico's voor de gezondheid van mensen kleven. De huisdierenlijst betreft een lijst van diersoorten die vanuit het oogpunt van dierenwelzijn geschikt zijn om door particulieren in huis te worden gehouden zonder specifieke houderijvoorschriften en diersoorten die kunnen worden gehouden onder specifieke houderijvoorschriften. Dieren die niet op de lijst staan, mogen niet meer als huisdier worden gehouden. Voor de beoordeling van diersoorten heeft Wageningen UR Livestock Research een systematiek ontwikkeld waarmee op een transparante wijze tot een oordeel kan worden gekomen of een diersoort door een particulier in een bepaalde normomgeving kan worden gehouden. In eerste instantie is nu een lijst met zoogdieren gemaakt, daarna is het de bedoeling dat er ook positieflijsten voor andere diersoorten komen.

Fokkerij
Stichting Dier&Recht heeft met de RashondenWijzer een overzicht gemaakt van de meest voorkomende erfelijke ziektes per hondenras. Kopers of bezitters van honden vinden hier informatie over 250 erfelijke aandoeningen van de 80 meest verkochte rashonden in Nederland. Bij de aankoop van een hond kunnen zij hier rekening mee houden.

Onderzoek naar misstanden fokkerij
In 2012 heeft de rijksoverheid aangekondigd jaarlijks onderzoek te laten doen naar welzijns- en gezondheidsproblemen bij 2 dierrassen om misstanden in de fokkerij te voorkomen. Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de veelvoorkomende schadelijke raskenmerken en erfelijke gebreken. De betrokken rasverenigingen kunnen dan worden aangesproken op hun rol en verantwoordelijkheid in de aanpak van deze problemen. Er wordt gestart met onderzoek naar de Franse bulldog en de chihuahua. Bij deze honden bestaan er zorgen over met name ademhalings- en geboorteproblemen en de pijnlijke aandoening syringomyelie, waarbij het ruggenmerg wordt aangetast. Daarnaast komen bij deze rassen ook nog andere erfelijke aandoeningen voor die hart-, oog- en orthopedische problemen kunnen veroorzaken. In 2013 heeft de overheid aangekondigd dat ook de Labrador Retriever en de Perzische kat worden toegevoegd aan het onderzoek naar schadelijke raskenmerken en erfelijke gebreken bij honden en katten. Bij de Labrador Retriever komen o.a. heup- en elleboogdysplasie en oogaandoeningen voor. De Perzische kat kampt met ademhalings-, nier- en oogproblemen.

Meer weten?

Documentaires