"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Dierenwelzijn en respect voor dieren

Een groeiend deel van de samenleving maakt zich zorgen over hoe we met dieren omgaan. Daarbij speelt niet alleen zorg over het welzijn van de dieren, maar speelt ook de vraag of we wel op een respectvolle wijze met dieren omgaan. Een handeling hoeft niet schadelijk te zijn voor het welzijn of de gezondheid van een dier, maar kan als niet respectvol of als dieronwaardig worden beschouwd. De Italiaanse kunstenaar Roger Olmos verbeeldt dit treffend in de tekeningen in zijn boek Senzaparole (Zonder woorden).

Veel mensen vinden dat er grenzen zijn aan ons handelen jegens dieren, maar die grens kan verschillen van persoon tot persoon. Zie hierover ook de pagina's onder het tabblad Denken over dieren.

Respect voor dieren

In Nederland vindt (bijna) iedereen dat we respect moeten hebben voor dieren en op een respectvolle wijze met dieren moeten omgaan. Dat is ook het uitgangspunt van de Nederlandse wetgeving. Maar wat is respectvol handelen?
Als we het hebben over respectvol handelen jegens mensen betekent het dat we:

  • anderen in hun waarde laten
  • anderen behandelen zoals we zelf ook graag behandeld willen worden
  • anderen de ruimte geven zoals we die ook voor onszelf graag zien
  • rekening houden met belangen, opvattingen en gevoelens van anderen
  • bereid zijn om rekening te houden met de grenzen die een ander aangeeft

Je zou kunnen zeggen dat respect iets is dat je geeft.

Daar waar het gaat om het respectvol handelen jegens dieren, zijn de meningen over wat respectvol is diverser. Dit heeft o.a. te maken met hoe mensen tegen dieren aankijken: Tellen ze mee of niet mee? En in welke mate tellen ze mee? Over dat laatste verschillen de meningen ook. Respectvol handelen jegens dieren kent in de praktijk een aantal varianten:

  • zorgen dat dieren geen ongerief ondervinden (dieren geen schade toebrengen)
  • zorgen dat dieren positief welzijn ervaren (dieren geen schade toebrengen én hun welzijn bevorderen)
  • zorgen voor positief welzijn, de integriteit van het dier niet schaden én respect tonen voor de waarde van het leven van dieren
  • dieren behandelen zoals je mensen behandelt (mens en dier gelijkwaardig behandelen)

In het kader van 'respectvol handelen jegens dieren' wordt ook gesproken over dier of ding. Het wordt als niet respectvol beschouwd om dieren te zien als ding en dus alleen de instrumentele waarde van het dier te erkennen. Een term die daarbij ook wordt gebezigd is 'instrumentalisatie van het dier', bijvoorbeeld bij het gebruik van dieren in de veehouderij waar dieren worden aangepast aan het stalsysteem in plaats van andersom.
Dieren hebben ook een waarde los van de functie die het dier voor de mens kan hebben: de zogenaamde intrinsieke waarde.

De wens tot respectvol handelen roept dus vragen op als:

  • Hoe behoren we met dieren om te gaan?
  • Mogen we dieren houden?
  • Mogen we dieren voor ieder doel houden/gebruiken?
  • Wat is een verantwoorde manier om dieren te houden?
  • Mogen we dieren aanpassen aan de wensen van de mens?
  • Mogen we dieren beperken in hun natuurlijke gedrag?
  • Mogen we dieren pijn doen?
  • Mogen we dieren doden?

De Londense animator Steve Cutts maakte onderstaande animatie over 'MAN'. Deze animatie gaat over de omgang van de mens met de wereld en illustreert enkele van de hierboven gestelde vragen.  

 

Respectvol omgaan met dieren kan zich vertalen in:

  • dieren niet gebruiken voor bepaalde doeleinden
  • zorgen voor goede gezondheid en goed welzijn voor dieren als je ze gebruikt voor bepaalde doeleinden
  • het niet schaden van de integriteit van dieren als je ze gebruikt voor bepaalde doeleinden

Hieronder worden de begrippen dierenwelzijn en integriteit van het dier nader toegelicht.  

Dierenwelzijn

Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van het leven zoals het door het dier zelf wordt ervaren. Het welzijn van een dier is goed als:

  1. aan zijn natuurlijke behoeftes wordt voldaan
  2. zijn gezondheid goed is en
  3. het dier ‘lekker in zijn vel zit’ (zich lekker voelt)

Een dier voelt zich het best in een omgeving waarin het zoveel mogelijk zijn natuurlijke gedrag kan vertonen en het zich makkelijk kan aanpassen aan zijn levensomstandigheden. Het gaan dus aan de ene kant om de afwezigheid van negatieve aspecten (ongerief) en aan de andere kant om welbevinden (aanwezigheid van positieve aspecten als plezier of tevredenheid).
Door de Farm Animal Welfare Council in Engeland zijn in 1965 (op basis van een eerdere formulering door de Brambell Commissie) Vijf Vrijheden geformuleerd die een goed dierenwelzijn borgen. Die vrijheden zijn:

  1. dieren zijn vrij van honger, dorst, onjuiste voeding
  2. dieren zijn vrij van thermaal en fysiek ongerief
  3. dieren zijn vrij van ongerief, pijn, verwonding of ziekten
  4. dieren zijn vrij van angst en chronische stress
  5. dieren hebben de vrijheid om natuurlijk soorteigen gedrag te vertonen

De eerste 4 vrijheden hebben betrekking op het voorkomen van ongerief.

De Canadees David Fraser beschrijft in een artikel 'Understanding animal welfare' (2008) dat in debatten verschillende mensen verschillende zorgen over dierenwelzijn aan de orde stellen. Daarbij legt de een meer nadruk op diergezondheid (vrij van pijn en verwondingen), de ander op natuurlijk gedrag en de beschikbaarheid van een natuurlijke omgeving om in te leven en weer een ander op de emotionele status (gemoedstoestand) van het dier (plezier en de afwezigheid van pijn en stress). Tussen deze drie begrippen is sprake van overlap.
De begrippen komen grotendeels overeen met de vijf vrijheden van Brambell, maar framen het begrip dierenwelzijn net op een andere manier.
In schema kan het begrip dierenwelzijn volgens Fraser als volgt worden geduid:

 

In dit schema is sprake van goed welzijn als een dier gezond is, zijn natuurlijk gedrag kan uitoefenen (bij voorkeur in een natuurlijke leefomgeving) én het dier een positieve emotionele status ervaart. Tussen deze drie is sprake van nauwe samenhang. Het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag draagt in zijn algemeenheid bij aan gezondheid en een positieve emotionele status. Een positieve emotionele status zorgt ervoor dat je weerbaarder bent bij ziekten en een gezond lichaam zorgt ervoor dat je natuurlijk gedrag kan uitoefenen, als je daar de ruimte voor krijgt. 

De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) heeft begin 2013 een aangescherpte definitie van dierenwelzijn geformuleerd in het rapport 'Zorgplicht natuurlijk gewogen'. Reden hiervoor is dat de Vijf Vrijheden er op zijn gericht om de welzijnsaantasting van individuele dieren die onder controleerbare omstandigheden worden gehouden, te kunnen inschatten. Ze gaan er vooral van uit dat het waarborgen van dierenwelzijn de afwezigheid van 'negatieve' toestanden vereist.
De Vijf Vrijheden bieden weinig handvatten om het welzijn van groepen van dieren te beoordelen, en om het welzijn van dieren in de vrije natuur (onder niet controleerbare omstandigheden) te beoordelen. De RDA stelt daarom een nieuwe definitie van dierenwelzijn voor, gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten: Een dier verkeert in een positieve staat van welzijn indien het in staat is om adequaat te reageren op:
- honger, dorst en onjuiste voeding
- thermaal en fysiek ongemak
- verwondingen en ziekten
- angst en chronische stress
en het de vrijheid heeft om normale, soortspecifieke gedragspatronen te vertonen, die het dier in staat stellen om zich aan te passen aan de uitdagingen die de heersende omgevingsomstandigheden bieden, zodat het dier een staat bereikt die het als positief ervaart.

Hoe meet je dierenwelzijn?
Aan dieren kunnen we niet zoals bij mensen vragen hoe gelukkig ze zich voelen (www.happyplanetindex.org) en helaas is ook de klankentapper van Professor Barabas (uit de strip Suske & Wiske) fictie.

Als je het welzijn van dieren wilt beoordelen, kun je het beste naar het dier zelf kijken en naar aspecten van de leefomgeving. Gedrag en gezondheid geven belangrijke informatie over het welzijn van een dier.



Onderzoekers hebben in het EU-project Welfare Quality® een systematiek ontwikkeld waarmee het welzijn van dieren kan worden gemeten. Dit gebeurt grotendeels op basis van kenmerken van en metingen aan dieren. De systematiek borduurt voort op de hierboven genoemde Vijf Vrijheden voor het dier.
Het model gaat uit van vier hoofdgroepen die worden beoordeeld met in totaal twaalf welzijnscriteria:

Hoofdgroep

Onderdelen

A. Gedrag

1. Natuurlijk gedrag en gedragsproblemen
2. Sociaal gedrag
3. Algehele angst
4. Angst voor mensen

B. Gezondheid

5. Ziekte
6. Verwondingen
7. Ingrepen

C, Fysiek en fysiologisch comfort

8. Rust- en ligcomfort
9. Bewegingsgemak
10. Thermocomfort

D. Voeding

11. Voeding
12. Vochtverstrekking


Er zijn nu voor drie verschillende dierlijke sectoren protocollen ontwikkeld om het welzijn van de dieren te kunnen beoordelen: kippen, varkens en melkvee. In ontwikkeling zijn protocollen voor paarden. Zie ook het Groen Kennisnet. Via het Welfare Quality Network wordt nu verder invulling gegeven aan dierenwelzijnsbeoordelingssystemen.
Naast Welfare Quality is er ook het European Animal Welfare Indicators Project dat kijkt naar andere diersoorten die op grote schaal commercieel worden gebruikt: schapen, geiten, paarden, ezels en kalkoenen. Daarbij ligt de focus op het herkennen en beoordelen van pijn.

Welzijnsmetingen
Livestock Research van Wageningen University heeft in opdracht van de Nederlandse overheid het welzijn van meerdere diergroepen onderzocht. Daarbij is gekeken naar de vormen van ongerief bij de betrokken diersoort en in welke mate het ongerief voorkomt. Waar mogelijk is gebruik gemaakt van de systematiek van Welfare Quality en zijn experts geraadpleegd.
2007: Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden
2008: Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland
2009: Ongerief bij konijnen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten
2009: Waterbuffel , herten en struisvogelhouderij in Nederland; Quickscan om risico's op ongerief in te schatten
2010: Ongerief bij gezelschapsdieren
2011: Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden, eerste herhaling

Uit deze rapporten blijkt dat er nog veel te verbeteren valt aan het welzijn van dieren. Bij alle onderzochte diersoorten komt bij een relatief groot deel van de populatie ongerief voor. Dat varieert van matig tot ernstig ongerief.

Staat van het dier
De Nederlandse overheid heeft in 2010 en 2011 het rapport de Staat van het dier uitgebracht. Dit is een monitoringsrapportage die aangeeft hoe het met het welzijn en de gezondheid van dieren in Nederland is gesteld. Nederland is de eerste EU-lidstaat die zo uitgebreid over dierenwelzijn rapporteerde. In deze rapportages wordt het welzijn gemeten aan de hand van 25 meetpunten. Veel daarvan hebben betrekking op de omgeving van het dier. Daarover zijn relatief veel gegevens beschikbaar; zeker voor productiedieren en in mindere mate voor hobby- en gezelschapsdieren (zie ook de hierboven genoemde Welzijnsmetingen door Livestock Research van WUR).
Er zijn nog weinig gegevens beschikbaar over welzijn en/of gezondheid direct gemeten aan het dier. De meetmethoden zoals die worden ontwikkeld in Welfare Quality zullen daarbij gaan helpen. Bij herhaalde metingen kan inzichtelijk worden gemaakt of het welzijn en de gezondheid van dieren verbetert en de beleidsdoelen worden gerealiseerd. Dit levert nuttige informatie voor alle betrokkenen die zich bezig houden met de verbetering van dierenwelzijn en diergezondheid om inspanningen waar nodig te vergroten en/of prioriteiten te stellen.

Op de volgende pagina's wordt ingegaan op de maatschappelijke zorgen die er zijn rond de dieren die we houden voor bont, gezelschap, onderzoek, sport, vermaak, veehouderij, visserij, werk en dieren in het wild. Daarbij wordt ingegaan op het welzijn van de dieren, de zorg over het respectvol behandelen van de dieren en nieuw beleid gericht op een betere omgang met dieren.  

Integriteit van het dier

Dit begrip verwijst naar de heelheid en gaafheid van een dier en is gerelateerd aan het soortspecifiek en zelfstandig kunnen functioneren van een dier. Er wordt ook wel gesproken van de eigenheid van het dier. Het begrip staat los van de vraag of het welzijn of de gezondheid van het dier ook werkelijk in het geding is. Respect voor de integriteit van een dier betekent dat we een dier in een omgeving laten leven waarin het normaal kan functioneren en floreren, in overeenstemming met hun eigen natuur. Als dit niet lukt en we passen het dier aan aan de omgeving (en daarmee aan onze wensen) dan schenden we de integriteit van het dier.

Er zijn diverse vormen van integriteitsaantasting:

  • De integriteit van een dier kan fysiek worden aangetast door het lichaam of de werking van het lichaam te veranderen, bijvoorbeeld het couperen van staarten bij varkens, het veranderen van dieren door te fokken op meer productie of nakomelingen of het genetisch veranderen van dieren.
  • De integriteit van een dier kan gedragsmatig worden aangetast door geen ruimte te geven aan het natuurlijke gedrag van het dier, bijvoorbeeld varkens die niet kunnen wroeten, kalveren die niet bij de moeder kunnen drinken of ijsberen die niet kilometers kunnen lopen.
  • De integriteit van een dier kan mentaal worden aangetast door ongewenst gedrag weg te selecteren of te sederen, bijvoorbeeld door het wegselecteren van agressie in kippen, het wegfokken van stressgevoeligheid bij varkens of het geven van kalmerende medicijnen aan dieren.
  • De integriteit van een dier kan worden aangetast wanneer het zijn soorteigen gedrag niet meer of onvoldoende kan uitoefenen. Dit kan gebeuren wanneer een dier door een serie bedrijfsmatige maatregelen een steeds simpeler gedragspatroon laat zien. Dit is o.a. gebeurd bij een aantal dieren die zijn gedomesticeerd.
  • De integriteit van het dier kan worden aangetast wanneer het dier zijn 'telos' niet kan realiseren. Telos is de verwezenlijking van het doel waarom men op aarde is, het levensdoel. Vertaald naar dieren betekent dit dat elke diersoort (of zelfs ras) zijn eigen telos heeft. De telos maakt het dier 'dier'. De telos van een vos is dat hij op vogels jaagt. De telos van een vogel is dat deze kan vliegen en zijn jongen verdedigt tegen de vos of andere broedplaatsen opzoekt.

Daarnaast kan ook het puur instrumenteel gebruiken van een dier worden gekwalificeerd als een aantasting van de integriteit.