"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Effect van dieren op mensen

Mensen beïnvloeden niet alleen het leven van dieren, dieren beïnvloeden ook het leven van mensen.
Dieren hebben positieve en negatieve effecten op ons welzijn en onze gezondheid zowel direct als indirect.
 

Positieve effecten

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het bezit van een huisdier een gunstige invloed heeft op de gezondheid van de eigenaar, zowel op de geestelijke als de lichamelijke gezondheid.
Bron: Stichting Met dieren meer mens

Plezier/genieten

Veel mensen beleven plezier aan de omgang met dieren. Mensen genieten ook van de schoonheid van dieren of het luisteren naar geluiden van dieren (vogels, spinnende poezen). Indirect zorgt dat ook voor een positief gezondheidseffect.

Gezelschap/maatje
Mensen genieten van het gezelschap van dieren. Veelal worden huisdieren gezien als gezinslid en als maatje. Dieren kunnen er voor zorgen dat mensen zich minder eenzaam voelen of bieden troost. Veel mensen praten ook tegen hun dier. Honden zorgen er ook vaak voor dat er buitenshuis sneller contact met anderen wordt gelegd.

Regelmaat en lichaamsbeweging
Het houden en zorgen voor een dier zorgt voor een zekere regelmaat en geeft structuur aan de dag.
Hondenbezitters hebben daarbij het voordeel dat ze ook meer bewegen en naar buiten gaan. Bewegen is goed voor de hart- en bloedvaten.

Vermindering van stress
Mensen met een huisdier hebben minder last van hoge bloeddruk. Ook is gebleken dat zij beter bestand zijn tegen stress. Dit heeft te maken met het hormoon oxytocine. Dit hormoon komt in je lichaam vrij als je een dier aait en heeft invloed op het parasympatische zenuwstelsel. Het belang van oxytocine en de relatie mens-dier wordt in Zweden, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland bestudeerd. Verschillende wetenschappelijke disciplines zijn hierbij betrokken: de psychologie, gedragsbiologie, fysiologie en endrocrinologie.
Uit recent wetenschappelijk onderzoek gedaan door de Oostenrijkse prof. dr. Kurt Kotrschal is gebleken dat als je met honden omgaat en ze aait er niet alleen een bloeddruk en hartslagverlaging plaats vindt, maar dat er ook oxytocine vrij komt. Oxytocine heeft een rustgevend effect en ook het cortisolniveau gaat erdoor omlaag. Het vermindert agressie en angst en geeft een lager stressniveau. Wanneer je vaker aan dit hormoon wordt bloot gesteld blijven de effecten langer. Daarnaast heeft het ook invloed op sociale interacties, meer oxytocine geeft meer positieve sociale interacties, ook met huisdieren. En een langdurige positieve sociale relatie zorgt voor een betere gezondheid. Het hormoon komt echter niet alleen bij mensen vrij, ook de honden die in zo’n relatie betrokken zijn hebben meer oxytocine. Het zorgt ervoor dat de hond een binding met de mens aan kan gaan. Er is nog geen onderzoek gedaan met andere huisdieren, maar verondersteld wordt dat het vrijkomen van oxytocine bij alle sociaal levende dieren plaatsvindt en dus bij bijna alle dieren die bij ons in huis leven.

Beschermende factor tegen allergieën en astma
Het hebben van huisdieren voor kinderen onder de één jaar kan een beschermende factor zijn tegen allergieën en astma. De verklaring hiervoor is nog niet duidelijk.

Negatieve effecten

Hondenbeten
Jaarlijks worden er ongeveer 150.000 Nederlanders door een hond gebeten. Kinderen zijn vaker het slachtoffer dan volwassenen en worden vooral gebeten in het gezicht. Vaak worden de signalen van de hond vooraf niet goed herkend of wordt de ernst niet goed ingeschat.

Zoönosen
Dieren kunnen ook ziekten overbrengen op de mens. Dieren kunnen namelijk ziekteverwekkers zoals parasieten, schimmels, bacterieën of virussen bij zich dragen waar ook mensen ziek van kunnen worden. Ziekten bij dieren die overgedragen kunnen worden op mensen worden zoönosen genoemd. Zoönosen kunnen op verschillende manieren worden overgebracht:

  • Door direct contact met het dier, bijvoorbeeld door aaien of knuffelen, maar ook door bijten of krabben
  • Door indirect contact, bijvoorbeeld door contact met spoelwormeitjes afkomstig van honden- of kattenpoep in zandbakken of in de tuin
  • Via stekende, bloedzuigende insecten of teken. Zo kunnen teken zorgen voor de ziekte van Lyme. 
  • Via het eten van (rauwe) voedingsmiddelen, zoals onvoldoende verhitte melk, eieren of vlees. Dit worden ook wel de alimentaire zoönosen genoemd. Een voorbeeld is salmonella. 
  • Via de lucht waar zich ziekteverwekkers in bevinden.

Rabiës (hondsdolheid), veroorzaakt door het Lyssa virus, is één van de bekendste zoönosen. Overdracht van de ziekte naar de mens kan plaatsvinden door besmet speeksel, via beten of krabben. Rabiës komt in Nederland tegenwoordig zelden voor.
Toxoplasmose, veroorzaakt door een infectie met de parasiet Toxoplasma gondii, is een andere bekende zoönose. In Nederland raakt ongeveer 70 tot 80 procent van de mensen op enige moment in hun leven geïnfecteerd, maar meestal word je er niet ziek door. De meeste mensen worden besmet door besmet vlees te eten dat niet goed is doorbakken. Daarnaast kan besmetting plaatsvinden door grondcontact (tuinieren, recreëren, onvoldoende gewassen groente en fruit uit eigen tuin) en is besmetting mogelijk via de ontlasting van een besmette kat. De kans op dit laatste is echter zeer klein.
Q-koorts, veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii, is een zoönose die bij veel verschillende diersoorten voorkomt. Een groot deel van de mensen die een Q-koortsinfectie doormaken heeft geen ziekteverschijnselen (60%). Mensen die wel klachten krijgen hebben vaak een griepachtig ziektebeeld en/of longontsteking.
Vogelgriep en varkensgriep zijn ook zoönosen waar mensen door besmet kunnen raken.
In het algemeen verspreiden gezonde huisdieren geen ziekteverwekkers.

Mensen kunnen ook dieren ziek maken
Mensen kunnen ook ziekteverwekkers overdragen naar dieren. Zo zijn varkens gevoelig voor zowel vogelgriepvirussen als voor varkens- en menselijke influenzavirussen.

Gezondheidseffecten veehouderij
Mensen die in de buurt wonen van intensieve veehouderijbedrijven zijn potentieel blootgesteld aan fijnstof, aan een aantal specifieke micro-organismen en aan endotoxinen. Op kortere afstand van de bedrijven, vooral als het meerdere bedrijven zijn, kan deze blootstelling effecten geven op de gezondheid, met name op de luchtwegen. In de nabijheid van pluimvee- en geitenbedrijven zijn significant meer gevallen van longontsteking vastgesteld dan elders in het land. Astma, COPD, hooikoorts en infecties aan de bovenste luchtwegen in de omgeving van intensieve veehouderijen komen juist minder vaak voor dan elders. Bij mensen die eenmaal astma of COPD hebben, worden wel meer complicaties of infecties aan de bovenste luchtwegen gezien. Kinderen die in de nabijheid van veehouderijbedrijven wonen,  hebben net als kinderen die zijn opgegroeid op een boerderij vaker eczeem. Dit blijkt uit een rapport van IRAS, NIVEL en RIVM over de mogelijke effecten van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden dat in 2011 is verschenen.

Bacteriën die resistent zijn voor antibiotica
Wanneer mensen of dieren bacteriële infecties hebben wordt antibiotica voorgeschreven. Bacteriën kunnen echter resistent worden tegen antibiotica. De laatste jaren is er een toename van resistentie van bacterieën, vooral in de kalverhouderij, varkenshouderij en pluimveehouderij. In deze sectoren worden veel, relatief jonge, dieren gehouden en deze populaties zijn meer bevattelijk voor bacteriële infecties. Het gebruik van antibiotica is in deze sectoren dan ook het grootst. Dit betekent dat de antibiotica, waar de bacterie niet meer gevoelig voor is, niet meer voor de behandeling van een infectie met deze bacterie gebruikt kan worden.
De resistentie betekent niet dat mensen vaker ziek worden door de bacteriën, maar wel dat als ze ziek worden, de behandeling moeilijker is. Bacteriën veroorzaken sneller een infectie bij personen met een lage weerstand, wonden of katheters. Hierdoor vormt antibioticaresistentie vooral een bedreiging voor personen in bijvoorbeeld verpleeg- en ziekenhuizen.
In Nederland wordt ten opzichte van andere landen weinig antibiotica gebruikt in de humane geneeskunde. Het veterinaire antibioticagebruik is echter veel hoger dan in de humane medische zorg en ook hoger dan in andere landen. Ook worden voor de veterinaire zorg antibiotica gebruikt die in de humane zorg het 'laatste redmiddel' zijn.
Recent is uit onderzoek gebleken dat ook in oppervlaktewater en slib in veeteeltrijke gebieden hoge percentages bacteriën voorkomen die resistent zijn tegen een of meerdere antibiotica.

MRSA
De resistente bacteriën kunnen van dieren op dierhouders overgaan. Een van de resistente bacteriën is bijvoorbeeld MRSA (methicilline resistente staphylococcus aureus). Deze MRSA-bacterie is niet meer gevoelig voor de meest gangbare antibiotica en maakt infecties met MRSA moeilijk te behandelen. MRSA is over het algemeen niet gevaarlijk voor gezonde personen, maar mensen met een verminderde weerstand kunnen ernstige MRSA-infecties krijgen die moeilijk te behandelen zijn. De MRSA-bacterie komt vooral voor bij varkens. Daarom moeten varkenshouders wanneer zij naar het ziekenhuis gaan, hun beroep vermelden. 

Geur
Geurhinder wordt grotendeels veroorzaakt door de mest van dieren. De geur is het resultaat van een mengel van diverse stoffen, zoals ammoniak, zwavelwaterstof en diverse vluchte organische stoffen.


Bronnen / Meer weten?

  • AdSearch, De therapeutische werking van huisdieren bij psychiatrische problemen. Een literatuurstudie, 2007
  • Enders-Slegers, M., Oratie Antrozoölogie - (over)leven met dieren, 2013
  • GGD Nederland, Informatieblad Intensieve Veehouderij en Gezondheid, Update 2011
  • IRAS, NIVEL en RIVM, onderzoeksrapport 'Mogelijke effecten van de intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden', 2011
  • Kusztrich, I., De genezende kracht van huisdieren. Huisdieren voor een betere geestelijke en lichamelijke gezondheid van de mens, 1989
  • Melson, G.F., Why the wild things are: animals in the lives of children, 2005                                                            
  • Ministerie van LNV, Nationale Agenda Diergezondheid, 2007 
  • Overgaauw, P.A.M., Gezonde dieren, gezonde mensen. Inaugurele rede, 2011
  • Quammen, D., Van dier naar mens. Over de opkomst van levensbedreigende dierziekten, 2013
  • Stichting Zorgdier
  • Uitgeverij Toby Vroegh, Dieren en psychiatrie, 2007
  • Wijck, F. van, Zoönosen als gezondheidsrisico. Kennisdeling tussen artsen en dierenartsen, 2004

Lezingen