"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Wet- en regelgeving voor de omgang met dieren

Een deel van de regelgeving voor de omgang met dieren wordt bepaald in Europa, een deel bepaald Nederland zelf.

Internationaal

 Het visserijbeleid is grotendeels afkomstig uit Europa en ook voor de omgang met landbouwhuisdieren gelden veel Europese regels. Daarnaast heeft de Europese Commissie regels opgesteld die zijn gericht op de bescherming van de biodiversiteit. Vanuit de Europese Commissie is er geen specifieke regelgeving voor gezelschapsdieren.
De Europese Commissie kent regels in de vorm van richtlijnen en verordeningen.

  • In een richtlijn staan bepaalde resultaten die de lidstaten moeten realiseren. De richtlijnen worden op voordracht van de Europese Commissie vastgesteld door het Europese Parlement, waarna goedkeuring door de raad van Ministers (van de lidstaten) plaatsvindt. Zo is een belangrijke richtlijn 98/58/EG van de Raad inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
  • Verordeningen fungeren als wet in elke afzonderlijke lidstaat. De lidstaten moeten de Europese verordeningen opnemen in hun eigen wetgeving. Europese verordeningen worden op voordracht van de Europese Commissie vastgesteld door het Europese Parlement, waarna goedkeuring door de raad van Ministers (van de lidstaten) volgt.

De Raad van Europa stelt aanbevelingen op die zijn gericht op het verbeteren van dierenwelzijn. Deze Raad is geen onderdeel van de Europese Unie maar een afzonderlijke Raad waar 47 landen lid van zijn en die als doel heeft om eenheid tussen de staten te bevorderen.

Nationaal

In Nederland zijn er vier wetten direct van toepassing op dieren.

  1. Visserijwet (1963)
  2. Wet op de Dierproeven (1977)
  3. Wet dieren (2013), voorheen de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (1992)
  4. Flora- en faunawet (1998)

Visserijwet (1963)
De Visserijwet stelt regels aan de zee-, kust- en binnenvisserij. De wet heeft tot doel om doelmatige bevissing te bevorderen waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de belangen van de natuur. Zo biedt deze wet de basis om regels te stellen die strekken tot de instandhouding of uitbreiding van visvoorraden. Ook kunnen regels worden gesteld ter voorkoming van de verspreiding van ziekten onder vissen.

Wet op de dierproeven (1977)
De Wet op de Dierproeven is bedoeld om dieren te beschermen tijdens dierproefonderzoek op erkende proefdierinstellingen. De wet regelt aan welke eisen dierproeven op een erkende proefdierinstelling moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een vergunning voor het onderzoek. Het is verboden om zonder vergunning van de minister van Economische Zaken dierproeven te verrichten. Verder regelt de wet onder meer het verbod om bepaalde apensoorten te gebruiken voor dierproeven. De wet beschrijft precies voor welke doeleinden dierproeven gebruikt mogen worden. De wet stelt ook eisen aan:

  • de deskundigheid van verzorgers
  • de afmetingen en de constructie van de onderkomens van de dieren
  • het schoonhouden en verwarmen van de onderkomens, en
  • de voeding van de dieren

Wet dieren (2013)
De Wet Dieren werd op 1 januari 2013 van kracht en verving de regels die waren gesteld in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD, 1992). Een deel van de regels uit de GWWD bleef nog tot 1 juli 2014 van kracht. De Wet dieren stelt regels voor de bevordering en bescherming van de gezondheid en het welzijn van gehouden dieren. De Wet dieren is een 'kaderwet'; een raamwerk met algemene regels. Dit kader wordt in detail ingevuld door middel van algemene maatregelen van bestuur (amvb's) en ministeriële regelingen.
De Wet dieren gaat uit van de intrinsieke waarde van het dier. Dat houdt in dat een dier wordt bekeken op basis van zijn eigen waarde en niet alleen op de waarde die mensen het dier toekennen op grond van het nut dat het heeft voor de mens. De wet gaat uit van het 'nee, tenzij'-beginsel. Dat betekent dat het verboden is om bepaalde handelingen met dieren te verrichten, tenzij in de wet staat dat deze handelingen zijn toegestaan. Voor een aantal handelingen geldt het 'ja, mits-principe' in plaats van het 'nee, tenzij-principe'. Dat mits houdt in dat een aantal strikte voorwaarden worden gesteld aan een handeling.
Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vind je meer in detail informatie over de verschillende regels voor gehouden dieren.

Flora- en faunawet (1998)
Voor wilde dieren geldt de Flora- en faunawet die op 1 april 2002 in werking is getreden. Deze wet regelt de bescherming van dier- en plantensoorten die in het wild leven. De Europese Vogelrichtlijn en Europese Habitatrichtlijn en het CITES-verdrag zijn geïmplementeerd in deze wet. De wet bevat bepalingen over onder andere:

  • De bescherming van soorten
  • Biologische bestrijders
  • Opvang van beschermde dieren
  • Overlast en schade door beschermde dieren
  • Jagen
  • Het prepareren van dieren

De Flora- en faunawet bundelt de bepalingen die voorheen in verschillende wetten waren opgenomen: de Vogelwet 1936, Jachtwet, Natuurbeschermingswet (hoofdstuk V: soortenbescherming),  Nuttige Dierenwet 1914 en Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten. Een groot verschil met de vorige wetten is de benadering van dieren. Voorheen werden dieren altijd bekeken vanuit het oogpunt van de mens. Ze waren nuttig, of mooi, of schadelijk. Op grond van de Flora- en faunawet worden dieren ook beschermd, omdat hun bestaan op zichzelf waardevol is (erkenning van de intrinsieke waarde). Dus zonder te kijken wat die dieren voor de mens betekenen. Vanuit dit idee is ook de zorgplichtbepaling ontstaan. In die bepaling staat: "Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving." Dat geldt dus voor iedereen en voor alle Nederlandse soorten. Ook staat in de wet dat als je toch dieren moet bestrijden, je het welzijn van dieren niet onnodig aan mag tasten en dat je dieren niet onnodig mag laten lijden.
De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn inmiddels samengevoegd in de Wet natuurbescherming die op 1 juli 2016 ingaat.

Handhaving regelgeving

Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA)
De hierboven genoemde wetten worden gehandhaafd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA bewaakt de gezondheid van dieren en planten, het dierenwelzijn en de veiligheid van voedsel en consumentenproducten, en handhaaft de natuurwetgeving.

Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID)
Ook de LID, een inspectiedienst van de Dierenbescherming, houdt zich bezig met de handhaving van de wet. Daarbij maakt de LID onder meer gebruik van door de overheid toegekende opsporings- en toezichthoudende bevoegdheden. De LID houdt zich grotendeels bezig met meldingen over gezelschapsdieren en hobbymatig gehouden landbouwhuisdieren. De NVWA houdt zich bezig met klachten over commercieel/professioneel gehouden landbouwdieren. De LID voert het grootste deel van haar taken uit naar aanleiding van meldingen die binnenkomen via het landelijke meldnummer 144.

Dierenpolitie
Sinds 2010 bestaat er in Nederland ook een Dierenpolitie en is er een centraal telefoonnummer in gebruik genomen: 144.
Wanneer mensen getuige zijn van een dier in nood door een ongeluk, door mishandeling of door verwaarlozing kunnen ze dit nummer bellen voor hulp (7 dagen per week, 24 uur per dag bereikbaar tegen lokaal tarief). Afhankelijk van de melding wordt de politie, de Dierenbescherming, de LID of NVWA ingeschakeld.

  


Geschiedenis regelgeving

De Visserijwet (1963), de Wet op de Dierproeven (1977), de Wet Dieren (2013) en de Flora- en faunawet (1998) zijn niet de eerste wetten die regels stellen over onze omgang met dieren. In 1880 was er de eerste Nuttige Dierenwet, deze wet markeert het begin van de regelgeving omtrent de omgang met dieren. Klik hier voor een chronologisch overzicht van de geschiedenis van de regelgeving ter bescherming van dieren in Nederland. Dit  overzicht is gebaseerd op artikelen van K. Davids en het proefschrift van E. de Bordes.

Bronnen / Meer weten?

Boeken

  • Boon, D., Nederlands Dierenrecht, 1983
  • Bordes, E.C. , Dieren in het geding. Een juridisch-historische analyse van het verbod op dierenmishandeling, 2010
  • Davids, K., Dieren en Nederlanders - Zeven eeuwen lief en leed, 1989

Websites