"Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil." - Albert Schweitzer (1875 - 1965)

Dierenwelzijn

Dierenwelzijn is een waarde die vrijwel iedereen onderschrijft, maar veel mensen hebben wel een ander beeld wat dierenwelzijn precies betekent of inhoudt. Eén eenduidige wetenschappelijke definitie van dierenwelzijn bestaat niet en er zijn ook geen harde criteria waarmee kan worden bepaald wanneer sprake is van een goed dierenwelzijn.

In Nederland wordt in het beleid en op grond van artikel 1.3 van de Wet dieren uitgegaan van de volgende criteria:

  1. dieren zijn vrij van honger, dorst, onjuiste voeding
  2. dieren zijn vrij van thermaal en fysiek ongerief
  3. dieren zijn vrij van ongerief, pijn, verwonding of ziekten
  4. dieren zijn vrij van angst en chronische stress
  5. dieren hebben de vrijheid om natuurlijk soort eigen gedrag te vertonen

Deze 5 criteria zijn afgeleid van de zgn. vijf vrijheden van Brambell.

De Canadees David Fraser beschrijft in een artikel 'Understanding animal welfare' (2008) dat in debatten verschillende mensen verschillende zorgen over dierenwelzijn aan de orde stellen. Daarbij legt de een meer nadruk op diergezondheid (vrij van pijn en verwondingen), de ander op natuurlijk gedrag en de beschikbaarheid van een natuurlijke omgeving om in te leven en weer een ander op de emotionele status (gemoedstoestand) van het dier (plezier en de afwezigheid van pijn en stress). Tussen deze drie begrippen is sprake van enige overlap. De begrippen komen grotendeels overeen met de vijf vrijheden van Brambell, maar framen het begrip net op een andere manier.
In schema kan het begrip dierenwelzijn als volgt worden geduid:


Het ontbreken van een eenduidige definitie van dierenwelzijn leidt er toe dat er veel discussie is over de normen (de concrete gedragsregels of handelingsvoorschriften) die in acht moeten worden genomen om een goed welzijn voor dieren te realiseren. Een voorbeeld:

 

Wat is dierenwelzijn?

Bijpassende norm

Antwoord persoon A

Een gezonde koe die veel melk produceert

Koe staat binnen in de stal en gaat nooit de wei in

Antwoord persoon B

Een gezonde koe die natuurlijk gedrag vertoont   

Koe krijgt weidegang en kan zelf kiezen of zij in de wei of in de stal wil staan


Integriteit van het dier

Naast dierenwelzijn is de integriteit van het dier een belangrijke morele waarde in de dierethiek. Klik hier voor meer uitleg over dit begrip.


Meer weten?